Daniël is vrij, maar nog steeds staatloos

Verblijfsvergunning 19-jarige Amsterdammer werd staatloos toen zijn ouders hun Nederlandse nationaliteit opgaven. Nu wil de IND hem uitzetten.

Daniël Buter zat vier weken in vreemdelingenbewaring, maar werd vrijdagmiddag vrijgelaten. Hij heeft een verblijfsvergunning aangevraagd, maar mag de uitkomst van die procedure nu in vrijheid afwachten.
Daniël Buter zat vier weken in vreemdelingenbewaring, maar werd vrijdagmiddag vrijgelaten. Hij heeft een verblijfsvergunning aangevraagd, maar mag de uitkomst van die procedure nu in vrijheid afwachten. Foto Sem van der Wal / ANP

Hoe schrijnend wil je het hebben? Een 19-jarige Amsterdammer, in Nederland geboren, wordt als peuter door zijn ouders verlaten en groeit op bij zijn oma in Amsterdam-Noord, doorloopt de lagere en middelbare school en wordt tijdens een bezoek aan zijn opa in Amsterdam-Zuid, die van zijn oma gescheiden woont, aangehouden door de vreemdelingenpolitie en in detentie gezet. Daar heeft hij vier weken gezeten.

Zijn naam is Daniël Buter. Vrijdagmiddag kwam hij vrij, in afwachting van een besluit en na grote druk van de media. „Ik ben morgen jarig en dit is het mooiste cadeautje wat ik heb kunnen wensen”, zegt zijn oma, buiten op een koud en winderig terrein voor het detentiecentrum, in gebrekkig Nederlands. Ook een neefje – met identiteitsbewijs – en zijn eigen vriendin zijn aanwezig.

„Hij heeft zich tijdens zijn detentie goed gehouden”, zegt zijn juridisch adviseur Maroua Bensalah. „Hij was wel vrolijk, maar hij sliep slecht. En als hij eindelijk in slaap viel en weer wakker werd, dacht hij: o nee, ik ben niet thuis, dit is geen slechte droom, het is de werkelijkheid.”

Zelf stond de jongen na zijn voorlopige vrijlating vriendelijk de verslaggevers te woord. „Ik ga nu eerst slapen”, zei hij. Hij bedankte de media „voor alle aandacht”. Van anderen had hij begrepen dat de kwestie stof had doen opwaaien. „Ik hoorde dat ik een BN’er was geworden.”

De Amsterdammer stond in het paspoort van zijn moeder bijgeschreven, tot zijn ouders volgens de juridische adviseur vertrokken naar de Dominicaanse Republiek, hun Nederlandse nationaliteit opgaven en hun kind aan de zorgen van opa en oma overlieten. Sindsdien is hij feitelijk staatloos, maar zich niet bewust van het gevaar. Geen enkele school wees hem erop, de gemeente Amsterdam meldde nooit iets. Pas toen hij zich drie jaar geleden, na zijn eindexamen havo op het Bredero College in Amsterdam, wilde inschrijven voor een mbo-opleiding ICT, werd een melding aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gedaan. Een verzoek van zijn vader, inmiddels woonachtig in België, tot gezinshereniging werd afgewezen.

‘Modelburger’

De Amsterdammer was de afgelopen jaren veelvuldig te vinden in een jongerencentrum waar hij muziek maakte en produceerde, dj-lessen gaf, en huiswerkbegeleiding. „Hij is een pientere jongen, een modelburger”, zegt Maroua Bensalah. De eerste vier dagen van zijn detentie zat hij in Amsterdam in beperking. Maroua Bensalah: „Hij was ineens van de radar. Niemand wist waar hij was. Heftig. Bizar.” Daarna zat hij ruim drie weken in het Detentiecentrum Rotterdam, bedoeld voor volwassen mannen die het land moeten verlaten en beschikbaar worden gehouden voor uitzetting.

Lees ook: Wat doet onzekerheid om verblijfsvergunning met een kind?

Hoe kan zoiets gebeuren? Het is sinds mei dit jaar een staatssecretaris van asielzaken niet meer toegestaan gebruik te maken van zijn of haar discretionaire bevoegdheid om in zeer schrijnende omstandigheden te besluiten iemand een verblijfsvergunning te verlenen. Dat oordeel is nu aan de directeur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Eerder maakte VluchtelingenWerk Nederland hier al bezwaar tegen, niet alleen omdat daarmee de „barmhartigheid uit het asielbeleid” dreigde te verdwijnen, maar ook omdat de beoordeling van de schrijnende omstandigheden voortaan aan het begin van de asielprocedure zou worden gevormd. „Uit de praktijk weten we dat die schrijnende omstandigheden vaak pas ontstaan ná de asielprocedure, als mensen al wat langer in Nederland zijn”, aldus VluchtelingenWerk enkele maanden geleden.

Verdragen

Of Daniël Buter formeel staatloos is, durft Luke Korlaar, hoofd bescherming in Nederland van de UNHCR, het VN-agentschap voor vluchtelingen, niet te zeggen. Wel weet hij te vertellen dat er sinds de jaren zestig twee verdragen bestaan die de status van staatlozen regelen en staten oproepen een procedure in het leven te roepen om staatlozen te registreren.

Zo’n procedure bestaat in Nederland nog steeds niet. „Er wordt gewerkt aan een wet, maar veel schot zit er niet in”, zegt Korlaar. De UNHC voert wereldwijd campagne om een einde te maken aan staatloosheid. Volgens hem beschikken dertien landen over zo’n procedure, waaronder Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. In Nederland leven volgens de UNHCR 13.000 staatlozen, van wie het overgrote deel Palestijnen, en zijn er 43.000 mensen van wie de nationaliteit onbekend is. De VN-organisatie vindt dat staatlozen erkend moeten worden als zij een betrouwbaar verhaal hebben en daarbij ook een verblijfsvergunning. Korlaar: „Als er een procedure komt in Nederland voor staatlozen, moet de status ook recht geven op verblijf in Nederland.” Vervolgens zouden deze mensen na drie jaar Nederlander moeten kunnen worden.