Beroemde getemde vossen wáren al gedomesticeerd

Stereofoto uit 1922 van fokkerijeigenaar Leo Frank met een vos op zijn arm uitr de Rosbank-pelsfarm op het Canadese Prince Edward Island.
Stereofoto uit 1922 van fokkerijeigenaar Leo Frank met een vos op zijn arm uitr de Rosbank-pelsfarm op het Canadese Prince Edward Island. Foto Keystone-Mast Collection California Museum of Photography, University of California, Riverside

Honderd jaar oude foto’s van een Canadese vossenfokker die een van zijn vossen knuffelt, spelen een centrale rol bij een wetenschappelijke aanval op het beroemdste experiment in het onderzoek naar de domesticatie van dieren. Ooit, eind jaren vijftig, kregen biologen Dimitri Belyaev en Lyudmila Trut in Novisibirsk 130 vossen uit bontfokkerijen. Behalve noodzakelijke maatregelen om inteelt te voorkomen, fokten ze vervolgens alleen met de vossen door die het minst agressief reageerden als een mens zijn hand in hun kooi bracht.

Tien generaties

Binnen tien generaties werd al grote verschillen geconstateerd. Behalve dat de vossen steeds vriendelijker werden, kregen ze ook een gevlekte vacht, ze gingen blaffen en kwispelen, de schedelanatomie veranderde – de vossen gingen gewoonweg op honden lijken. Vanaf de eerste publicatie in het Westen, in 1979, maar vooral vanaf de jaren negentig werd het experiment geroemd als het bewijs bij uitstek voor het ‘domesticatie-complex’: door op tamheid te fokken, verander je een wild dier óók op allerlei andere kennelijk samenhangende aspecten.

In 2011 werd ontdekt, mede door Lyudmila Trut zelf, dat de gebruikte vossen hun verre oorsprong hadden in Canadese kwekerijen op Prince Edward Island, maar dat leidde niet tot ophef. Russische of Canadese fokkerijvossen, wat maakt het uit?

Vriendelijke vossen

Tot in 2015 de Amerikaanse bioloog Raymond Coppinger op dat eiland het International Fox Museum and Hall of Fame bezocht en daar héél speelse en vriendelijke vossen op trotse foto's zag hangen, met gevlekte vacht en al. In The New York Times vertelt deze week Coppingers leerling Kathryn Lord hoe zij daarna alle puzzelstukjes bij elkaar legden: die vossen van Belyaev wáren al heel ver gedomesticeerd! Er was dus geen domesticatiecomplex. In Trends in Ecology & Evolutionopenen ze de volle aanval op het domesticatiesyndroom. Want als je goed kijkt, worden er ook telkens andere eigenschappen aan dat complex verbonden. Soms hoort de krulstaart er wel bij, de andere keer niet.

Domesticatie-onderzoeker Marcelo Sánchez-Villagra uit Zürich juicht in The New York Times de kritiek al toe als „de finale nagel aan de doodskist van dat idee van een universeel eigenschappenpakket bij domesticatie.” Maar de Berlijnse domesticatie-kenner Adam Wilkins toont zich in hetzelfde artikel niet onder de indruk. Hij ziet bij zoogdieren nog steeds duidelijk zo’n uitgebreid ‘tamheids-pakket’ ontstaan.