Want deze kinderen hebben bestaan

Erkenning Sinds februari kunnen ouders een doodgeboren kind laten registreren. „Ze hebben bestaansrecht, ook voor de buitenwereld.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Op 18 juni plaatste Yvonne Settels (58) op Facebook een plaatje met blauwe vlinders en de tekst ‘Noem mijn naam en ik besta’. Ze schreef erboven: „Roy Mitchell Settels. 29 jaar geleden begonnen wij vol verwachting aan deze dag. Jouw geboortedag. Om 12.43 uur werd het stil. Pijnlijk stil, voor altijd stil. Maar altijd in ons hart.”

Bijna dertig jaar geleden beviel Yvonne Settels na een voldragen zwangerschap van Roy. Hij leefde niet meer. Zijn naam na al die jaren op Facebook zetten voelde als een opluchting, en ook als gerechtigheid.

Dankzij een wetswijziging kunnen ouders sinds 4 februari van dit jaar een doodgeboren kind laten opnemen in de Basisregistratie Personen (BRP) van de overheid. Het maakt niet uit hoe lang geleden het kind is geboren en hoe lang de zwangerschap heeft geduurd. In Eindhoven lieten ouders een doodgeboren kind uit 1958 registreren.

De wetswijziging is een initiatief van Natasja Geyteman-Bos uit Katwijk. Zij beviel in 2007 na veertig weken zwangerschap van haar levenloze dochter Jolie. Toen zij anderhalf jaar later een paspoort ging aanvragen voor haar tweede kind, een zoon, ontdekte ze dat haar dochter nergens stond vermeld. „Dat voelde als een ontkenning van haar bestaan.”

In 2015 begon ze een petitie en verzamelde ruim 82.000 handtekeningen. De petitie kreeg extra aandacht nadat columnist Roos Schlikker in Het Parool schreef over haar doodgeboren dochter Liv. Voor veel ouders is het belangrijk dat er een registratieplek is. Schlikker schreef: „Zodat ergens in de archieven staat wat wij hebben meegemaakt. Ouders met een leeg wiegje. Ouders met lege handen.” Geyteman zette zich jaren in voor erkenning van doodgeboren baby’s, die volgens de wet nooit hadden bestaan. Uiteindelijk werd een wetsvoorstel unaniem aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer.

Het kabinet verwachtte dat jaarlijks 550 ouders een doodgeboren kind zouden aangeven. Sinds februari zijn er 10.775 levenloos geboren kinderen ingeschreven in de systemen van de overheid, bevestigt Jeroen van Velzen, woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Voor Yvonne Settels is het dertig jaar geleden, voor Carina Harder-Kramer elf maanden. Beiden gaan hun kind aangeven bij de gemeente, op hun geboortedag.

Dit weekend is het Wereldlichtjesdag: zondag 8 december om 19.00 uur steken mensen over de hele wereld kaarsjes aan ter nagedachtenis aan overleden kinderen.

Yvonne Settels (58): ‘Ik ben er tot het einde voor hem geweest’

Yvonne Settels: „Voor ons is Roy altijd een deel van ons leven geweest.” Foto Annabel Oosteweeghel

‘Hoeveel kinderen hebben jullie? Dat vind ik een moeilijke vraag, want wat zeg ik dan? We hebben twee kinderen, maar we hebben er drie gekregen. Om mensen niet te laten schrikken, zeg ik vaak ‘twee’. Onze oudste zoon Dennis is 31, Roy was nu 29 geweest en onze dochter Robin is 28.

„Roy lag in stuit en bij 39 weken voelde ik een flinke draai. Mijn zwangerschap was zonder klachten verlopen, maar dit deed pijn, alsof ik scheurde van binnen. Ik ging naar de verloskundige voor een extra controle. Ze luisterde naar het hartje. Ik wilde graag een echo in het ziekenhuis, maar dat vond ze niet nodig. Het was vrijdagmiddag vijf uur, ik moest me niet aanstellen, miljoenen vrouwen waren me voorgegaan. Ik voelde me bezwaard, want ze was voor mij op haar vrije dag naar de praktijk gekomen, dus ik drong niet verder aan.

„Ik kon met de baby spelen; als ik hem een por gaf, duwde hij terug. Dat gebeurde dat weekend ook, ik had contact met Roy.

„Zondagavond zijn mijn man en ik uit eten geweest, maandagochtend vroeg voelde ik een wee. Ik dacht: yes, laat maar komen! Ik belde de verloskundigenpraktijk, precies met de wisseling van de wacht dus zou ik teruggebeld worden. Dat gebeurde niet, twee uur later belde ik weer. Na de derde keer bellen, kwam de verloskundige. Ze hoorde geen hartje. Ik maakte nog een grapje, zij verwisselde de batterijen van de doptone. Precies op het moment dat mijn man en Dennis in de deuropening stonden, zei ze: „De baby is dood.”

„Ik geloofde het niet. Ik had mijn kind net nog gevoeld, hij bewoog en had de hik. We gingen met spoed naar het ziekenhuis. Daar zei de gynaecoloog: „Ik kom tot dezelfde conclusie.” Ondertussen had ik weeën. Ze wilden me pijnstilling geven, maar dat wilde ik niet. Ik wilde voelen. Tijdens de bevalling merkte ik dat de baby niet meewerkte. Een dode baby eruit persen – dat is een gevoel dat ik nooit meer kwijtraak. Toch had ik het niet willen missen, ik ben er tot het einde voor hem geweest.

„Achteraf bleek dat de verloskundige voor het weekend een grote inschattingsfout had gemaakt. Door het draaien van stuit- naar hoofdligging, had de navelstreng te weinig lengte toen de baby ging indalen. Dat hadden ze op een echo wel gezien.

„Na de geboorte hebben we Roy geknuffeld, zijn voeten gekust en foto’s gemaakt. Daarna kwam de begrafenisondernemer: ‘Wil je hem begraven of cremeren?’ Die vraag … een paar uur eerder had ik nog weeën.

„Ik heb iedereen die een geboortekaartje zou krijgen gebeld. Tegen vrienden zei ik: kom langs, niet wegblijven. We hebben een zoon gehad, dat wil ik niet negeren.

„Oudere generaties hadden nog weleens de neiging om het weg te stoppen. Om te zeggen: zet je eroverheen, dit kind heeft niet geleefd.

„Toen in het nieuws kwam dat doodgeboren kinderen in de Basisregistratie Personen opgenomen kunnen worden, voelde ik een soort opluchting. Voor ons is Roy altijd een deel van ons leven geweest, maar nu is het blijkbaar oké om zijn naam te noemen. Deze kinderen hebben bestaansrecht, ook voor de buitenwereld.

„Vorig jaar heb ik op zijn geboortedag voor het eerst zijn naam op Facebook gezet. Roy Mitchell Settels. Dat voelde zó goed. Op 18 juni 2020 zou hij 30 zijn geworden. Die dag gaan we naar het gemeentehuis om hem te laten registreren. Dat voelt als een daad uit liefde.”

Carina Harder-Kramer (29): ‘Hem inschrijven geeft een gevoel van erkenning’

Carina Harder-Kramer: „De geboortedatum is een moeilijke dag.” Foto Annabel Oosteweeghel

‘Toen ik 23 weken zwanger was, kwam de bevalling op gang. Ik werd opgenomen in het WKZ in Utrecht, kreeg weeënremmers en moest proberen ons kind zo lang mogelijk binnen te houden. Minstens een week, want vanaf 24 weken is een baby levensvatbaar en mogen artsen er alles aan doen om hem in leven te houden. Twee dagen voor die grens braken mijn vliezen. Toen wist ik: er is geen weg meer terug, ons kind gaat nu geboren worden en gaat het niet overleven. Straks zou ik mijn eerste kind vasthouden en hij zou niet huilen, niet ademen, maar ik wist dat ik stapelverliefd op hem zou zijn.

Ik wilde hem er zo snel mogelijk uit hebben, ik wilde hem zien. Tegen mijn man zei ik: „Jij gaat wel, net als alle andere papa’s, de navelstreng doorknippen.” Dat heeft hij gedaan, een prachtig moment.

„Noah woog 600 gram en was 30 centimeter. Zijn huid was niet zachtroze, maar roodpaars en plakkerig. De vetlaag moest bij hem nog komen. Ik durfde hem eerst niet vast te houden en te aaien, was bang dat ik zijn huid kapot zou maken. De arts wikkelde hem in een doek en toen zijn we een paar uur alleen met hem geweest. We hebben zo’n 400 foto’s gemaakt. We wilden alles vastleggen, want hierna kwam er niks nieuws van zijn leven. Ik wilde geen spijt hebben dat ik bijvoorbeeld zijn oor niet had gefotografeerd.

Na de bevalling zijn we naar huis gereden. Daar lagen allerlei postpakketjes die waren aangekomen, spullen die ik voor Noah had besteld. Een zwarte broek met gaten erin, een romper met de tekst ‘I have a tattood mom, just like a normal mom but much cooler’.

Op Instagram plaatste ik foto’s van Noah. Ik ben voor het eerst moeder geworden en wilde net als andere moeders ons kind laten zien.

Op een lotgenotendag leerde ik andere ouders kennen. Voor iedereen is de geboortedatum van hun kindje een moeilijke dag. Ik zei: „Zullen we elkaar een kaartje sturen op zo’n lege dag?” Op Instagram vroeg ik of meer ouders daar behoefte aan hadden. Dat is intussen een beetje uit de hand gelopen, want dit jaar stuur ik Sterrenpost aan de ouders van meer dan 1.100 kinderen. Een kartonnen doosje vol cadeautjes die ik zelf maak of van sponsoren krijg, zoals een armband met een edelsteentje, confetti, bellenblaas, vergeet-me-nietzaadjes. Ik pak het mooi in, soms met hulp van twee vriendinnen. Elke week sta ik met een stapel pakketten bij het postkantoor. Ik hou ook een Sterrenboek bij, een adressenboek voor overleden kindjes. Naast mijn baan als polikliniekassistente ben ik hier zo’n vijftien uur per week mee bezig. Het is voor mij een beetje therapie: in plaats van luiers verschonen, maak ik pakketjes.

Elke avond gaat de urn mee naar boven. Hij staat op een kastje aan het voeteneind van ons bed. We kussen hem, mijn man zegt: „Slaap lekker, vriendje”.

„We hebben Noah nog niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen, want toen ik in januari beviel, kon dat nog niet. Toen de wet in februari veranderde, wisten we meteen dat we hem wilden registreren. Het lijkt ons mooi om het te doen rondom Noah’s eerste geboortedag, 8 januari 2020.

Hem inschrijven geeft een gevoel van erkenning. En ook rust: als wij er straks niet meer zijn, wie gaat dan bewijzen dat Noah heeft bestaan? Stel dat iemand over honderd jaar een stamboom maakt, dan wil ik dat Noah daarin opgenomen wordt.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.