Reportage

Waarom ruim een miljoen Japanners kluizenaar zijn

Sociaal isolement Japan telt 1,1 miljoen hikikomori, mensen die hun huis niet of nauwelijks verlaten. „Het is alsof er een hindernis voor mijn deur is geplaatst. Eroverheen stappen kost heel veel energie.”

Kluizenaar Vosot Ikeida (58). „Wie is die man die nooit buiten komt, is hij gevaarlijk? Dat zie je mensen denken op straat.”
Kluizenaar Vosot Ikeida (58). „Wie is die man die nooit buiten komt, is hij gevaarlijk? Dat zie je mensen denken op straat.” Foto Tanja Houwerzijl

‘Ik zou graag op een rustige plek willen afspreken, ergens waar geen scholieren komen’, appt Vosot Ikeida (58) enkele uren voor het geplande interview. Eenmaal bij de koffiebar werpt hij meteen een nerveuze blik op twee zakenlui naast hem op het terras die luidruchtig hun dag doornemen.

Waar Ikeida eerst nog een spontaan gesprek wil voeren, zegt hij later zijn verhaal toch liever van een vel papier voor te lezen. Ernstig: „Het voelt alsof er een grote hindernis voor mijn deur is geplaatst. Eroverheen stappen kost veel energie”, zegt hij over de reden waarom hij nog sporadisch naar buiten gaat, hoogstens twee keer per maand. Ikeida is al zo’n dertig jaar op zichzelf aangewezen. Hij woont in een buitenwijk van Tokio waar hij rondkomt van een uitkering van omgerekend 1.200 euro.

Vuilnis buiten zetten

Met zijn familie en oude vrienden heeft hij geen contact meer. Gesprekken met mensen uit zijn buurt gaat hij uit de weg, tenzij het niet anders kan, als hij vuilnis buitenzet bijvoorbeeld. „In Japan vragen ze dan eerst naar je werk, voordat ze naar je naam vragen. Dat maakt het lastig omdat ik geen baan heb. Maar mensen in mijn buurt zijn vooral bang voor me, ‘wie is die man die nooit buiten komt, is hij gevaarlijk?’, zie je ze dan denken.”

Ikeida is hikikomori, de term voor iemand die zeker een half jaar in een sociaal isolement zit. Zo luidt de definitie van de Japanse overheid, dat eerder dit jaar al waarschuwde voor de forse stijging van het aantal hikikomori. Nu zijn het er zo’n 1,1 miljoen, op een bevolking van 126 miljoen. Dat aantal wordt door sommigen betwist, strikt genomen behoren mensen met psychische stoornissen, zoals schizofrenie of een bipolaire stoornis, niet tot die 1,1 miljoen.

Maar, waarschuwt Saito Tamaki, op den duur kan een sociaal isolement wel zwaardere psychische klachten veroorzaken. Tamaki is psychiater en hoogleraar psychiatrie aan Tsukuba University waar hij jaren onderzoek deed naar hikikomori. „Die isolatie veroorzaakt stress en dat kan leiden tot secundaire symptomen, zoals depressies, waanvoorstellingen, bipolariteit of schizofrenie.”

Voor een deel heeft dit te maken met schaamte. Meestal durft men niet om hulp te vragen

Saito Tamaki hoogleraar psychiatrie

Hoe begon het kluizenaarschap voor Ikeida? „Als kind werd ik voortdurend geïntimideerd en psychisch mishandeld door mijn moeder. Als ik niet gehoorzaamde dreigde ze zelfmoord te plegen, soms drie keer per dag.” Aan de buitenkant liet hij niets merken: hij was een ijverige student, haalde goede cijfers en na zijn afstuderen kreeg hij aanbiedingen van drie gerenommeerde bedrijven.

De wetenschap dat hij een carrièrepad was ingeslagen dat paste bij zijn moeders ideaalbeeld, ging knagen. „Toen ik die baan kreeg voelde het alsof ik met terugwerkende kracht goedkeuring gaf aan de jarenlange mishandeling”, vertelt Ikeida. De toen 23-jarige Ikeida besloot op een dag zijn bed niet meer uit te komen. Helemaal bewust was die keuze niet, want fysiek, vertelt hij, was hij op. „Ik was verlamd en kon mijn lichaam niet meer bewegen. Onbewust was dat mijn verzet tegen mijn moeder.”

Hij was toch niet gek

In die middenjaren 80 was er geen aandacht voor hikikomori, laat staan voor de onderhuidse problemen. „Nu zeg je dat je hikikomori bent. Toen ik dat op latere leeftijd kon zeggen was dat toch een soort van opluchting.”

Nu had Ikeida het gevoel ergens bij te horen, hij was toch niet gek. Internet maakte de isolatie draaglijker, het bleek een uitlaatklep: hij houdt een blog bij over zijn ervaringen als hikikomori. Ook publiceert hij interviews met hikikomori uit andere delen van de wereld. „Het is een Japans woord, maar ik heb af en toe online contact met hikikomori uit Afrika en Europa.”

„Hikikomori vind je met name in groepsgeoriënteerde samenlevingen”, zegt Tamaki. „Zo spreekt men in Italië nu van een hikikomori-probleem. In meer individualistische landen zouden deze mensen wellicht op straat belanden, in Japan blijven ze meestal bij hun ouders wonen.” Dit verklaart volgens hem waarom Japan relatief weinig daklozen heeft. „Veel Japanse hikikomori worden hun hele leven door hun ouders verzorgd, en leven in feite van het pensioen van hun ouders.”

Schaamte

Maar waarom komen veel Japanners in een sociaal isolement terecht? „Voor een deel heeft dit te maken met schaamte. Slechts 10 procent van de mensen in een sociaal isolement gaat naar een ziekenhuis om zich te laten diagnosticeren, maar meestal durft men niet om hulp te vragen”, aldus Tamaki. Hij ziet dat ouders van jonge hikikomori op den duur worden meegetrokken in het isolement van hun kind. „Zij schamen zich tegenover vrienden en buurtgenoten.”

Lees ook:Japan moet hervormen maar de bevolking wil niet

Daar komt bij dat de Japanse geestelijke gezondheidszorg achterloopt bij die van andere ontwikkelde landen. Daar, stelt hij, vond de voorbije veertig jaar een verschuiving plaats van psychiatrische instellingen naar lokale, laagdrempelige thuiszorg.

„We hebben genoeg professionals die hulp kunnen bieden, zo denkt de overheid. Maar er is onvoldoende capaciteit voor hikikomori of mensen met andere ontwikkelingsproblemen, die niet altijd ernstige psychische klachten hebben”, weet Tamaki.

Klinische psychologie is in Japan niet zo ontwikkeld als in veel andere rijke landen. Mensen die depressief zijn krijgen doorgaans medicatie voorgeschreven zonder de aanbeveling om psychotherapie erbij te doen. „Dat zijn hier twee gescheiden werelden.” De drie keren dat bij Ikeida depressie werd vastgesteld kreeg hij alleen medicatie voorgeschreven.

Kluizenaar Shino Horiuchi (42): „Mijn ouders dachten dat het vanzelf zou overgaan.”

Foto Tanja Houwerzijl

Shino Horiuchi (42), een andere hikikomori, had zulke hulp goed kunnen gebruiken toen zij zich van haar 18de tot 22ste opsloot in haar kamer.

„Als ik een rolmodel had gehad, iemand die me zei dat het oké was om te leven, dat ik iets had om naar uit te kijken, had ik mijn houding wellicht veranderd”, zegt ze in een bubble tea-café in Tokio, terwijl buiten de 21ste tyfoon van het seizoen voorbijraast. „Ik wilde een senpai [het Japanse woord voor mentor, red.] waar ik op kon leunen”, vertelt ze met een nerveus lachje, een tik die zich lijkt te herhalen zodra ze over pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden vertelt.

Horiuchi realiseerde zich op latere leeftijd pas dat ze een deel van haar adolescente leven hikikomori was. „Ik voelde me nergens op mijn gemak, thuis niet en op school evenmin. Alle aandacht ging uit naar mijn veel jongere zusje. Ik begon achter te lopen op school. In Japan wordt iedereen geacht over dezelfde vaardigheden te beschikken. Als je eenmaal achterloopt is het lastig aansluiting te vinden.”

Schoolarts

Horiuchi zat vaker bij de schoolarts dan in een klaslokaal, totdat ze haast niet meer naar school ging. Als haar ouders of de schoolleiding eerder hadden ingegrepen, waren haar problemen misschien eerder verholpen. „Mijn ouders dachten dat het vanzelf zou overgaan.”

Familie en school kwamen pas in actie toen ze een eetstoornis kreeg. „Van de psychiater kreeg ik vrijwel direct medicijnen. Ook ging ik in therapie, maar daar ben ik na een tijdje mee gestopt.”

Rond haar 25e kwam Horiuchi uit haar isolement nadat een vriendin, die haar altijd is blijven steunen, had voorgesteld om parttime te gaan werken bij een kinderdagverblijf voor kinderen met een handicap. Dat was voor Horiuchi de ommekeer. Inmiddels werkt Horiuchi voltijds en is ze getrouwd.

Tegenwoordig identificeert Horiuchi zich niet langer als hikikomori. „Maar”, zegt ze er vlug achteraan, „wanneer ik vrij ben, blijf ik eigenlijk altijd thuis. En ik meld me geregeld ziek als ik me niet goed voel. Dus misschien ben ik nog een beetje hikikomori.”

Alleen doodgaan

Waar begin jaren ’90 vooral aandacht was voor jonge hikikomori, stijgt nu het aantal oudere mensen in een sociaal isolement. „Meer dan de helft van de hikikomori is boven de veertig”, legt Tamaki uit. Er wordt dan ook wel gesproken van een 50/80-probleem: bejaarde ouders die samenwonen met hun kinderen van rond de vijftig die zelden het huis verlaten en totaal afhankelijk zijn. En dat is een probleem, zo redeneert de Japanse overheid, want wat als die ouders doodgaan?

Het resultaat is dat hikikomori steeds vaker alleen sterven. Zo’n eenzame dood noemen Japanners kudokushi, volgens experts zijn er 30.000 van dit soort doden per jaar. Ikeida is hier ook bang voor, hij woont tenslotte al dertig jaar alleen. „Het zou maanden kunnen duren voordat iemand mij ontdekt.”

Foto’s Tanja Houwerzijl