Opinie

Toeslagenaffaire toont dat Kamer weer moet kunnen controleren

Belastingdienst

Commentaar

Waar? Dit ene woord onthulde afgelopen woensdag hoe diep de kloof tussen burger en politiek kan zijn. Het werd uitgeroepen vanaf de publieke tribune van de Tweede Kamer, tijdens een Kamerdebat met staatssecretaris Menno Snel (D66, Financiën) over de toeslagenaffaire. Snel moest de Kamer uitleggen waarom de Belastingdienst jarenlang van duizenden gezinnen – het precieze aantal is nog altijd onbekend – ten onrechte de kinderopvangtoeslag terugvorderde. Op de tribune zaten tientallen gedupeerden, velen hevig geëmotioneerd.

„Waar?” werd naar Snel geroepen. Waar moeten mensen zich melden die slachtoffer zijn geworden van een falende overheid, die burgers (vaak met een migratieachtergrond) als verdachten heeft beschouwd? Toen de tribune in hoongelach uitbarstte na Snels antwoord („Bij de Belastingtelefoon”), was Snel van zijn stuk gebracht. „Word ik nu uitgelachen?”

De toeslagenaffaire is op veel niveaus een voorbeeld van een overheid die burgers in de steek heeft gelaten. Burgers zijn verdacht gemaakt en soms persoonlijk en financieel geruïneerd. Dat staatssecretaris Snel woensdag nogmaals beterschap beloofde door middel van compensatie en een ‘cultuurverandering’ bij de Belastingdienst, is toe te juichen. Burgers worden nu als potentiële fraudeurs gezien. Juist dat geïnstitutionaliseerde wantrouwen maakt het voor burgers moeilijk wél van de goede bedoelingen van hun overheid uit te gaan: wantrouwen kweekt wantrouwen.

Maar de rot zit dieper. De crisis gaat niet alleen over het functioneren van de Belastingdienst, maar ook om dat van de parlementaire democratie. De volksvertegenwoordiging wordt geacht de regering te controleren, maar is het werk op sommige momenten heel moeilijk gemaakt. Snel stuurde informatie die werd opgevraagd door Tweede Kamerleden laat en onvolledig op. Het is te danken aan de vasthoudendheid van Kamerleden als Renske Leijten (SP) en Farid Azarkan (Denk) dat het dossier niet geruisloos van de politieke agenda is verdwenen. Bovenal geldt dat voor Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA). Ten eerste omdat hij het dossier, ondanks alle tegenwerking, is blijven agenderen. Als „getergd Kamerlid” sprak hij Snel gisteren terecht aan op de gebrekkige informatie die hij de afgelopen paar jaar heeft gekregen.

Snel erkende woensdag het „basisrecht” van de Kamer op informatie, maar in de praktijk wordt dit recht steeds vaker gefrustreerd. Rondom het grondwettelijke recht van het parlement op informatie zijn voorbehouden aangebracht, in november nog in een brief van minister Knops (Binnenlandse Zaken, CDA). Door dit ‘informatiepaternalisme’ (een term van staatsrechtgeleerde Wim Voermans) wordt de controlerende taak van de Kamer lastiger.

De inzet en kritische houding van Pieter Omtzigt is extra opvallend, omdat hij deel uitmaakt van de fractie van coalitiepartij CDA. Dualisme is in Den Haag meestal ver te zoeken. Het is begrijpelijk dat de vier partijen van Rutte III zuinig zijn op hun broze coalitie, maar deze houding schaadt de democratie. Pieter Omtzigt liet zien dat het ook anders kan, hoe nerveus hij zijn coalitie- en partijgenoten soms ook maakt.

De Kamer moet ook naar zichzelf kijken. Veel Kamerleden spelen graag de rol van medewetgever, en veel minder graag die van controleur. Om het vertrouwen in de overheid – en politiek– terug te winnen, moet de Tweede Kamer haar controlerende taak goed kunnen uitvoeren.