Recensie

Recensie Uit eten

Restaurant in IJsselmonde dat het eetcafé is ontgroeid

Uit eten Rotterdam Frank van Dijl recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Walter Herfst

Nooit schrijf ik mijn eetrecensie al etend. Je eet, proeft, denkt na over wat je proeft, praat erover met wie je aan tafel zit en slaat de conclusie op in het daartoe openstaande laatje in je hoofd. Hooguit maak je een snelle aantekening, een associatie die je niet wilt vergeten, een gemoedsaandoening. Schrijven onder het eten is onbeleefd en vooral onpraktisch. Je laptop en je bord staan elkaar in de weg en typen met mes en vork in je handen is vragen om moeilijkheden.

Dus dat doe ik nu ook niet, maar doordat ze bij Eetcafé Thailand zo aardig waren om wat we zaterdagavond niet op konden mee te geven in plastic bakjes, heb ik het proefmateriaal meer dan ooit voorhanden. Ik heb zojuist de groene curry met varkensvlees en witte rijst opgebakken en voorwaar: het gerecht was net zo smaakvol als toen we het ter plaatse geserveerd kregen. Alleen hadden we ons die avond al tegoed gedaan aan allerlei andere heerlijke hapjes, dus vandaar.

Die avond, zeg ik, maar eigenlijk is het juister te spreken van die middag, want Eetcafé Thailand kent twee shifts: de eerste om 16.00 uur, de tweede om 19.00 uur. Wij waren vroeg. We hadden enthousiaste verhalen over de zaak gehoord.

Eetcafé Thailand ligt diep in Lombardijen in een winkelcentrum met jarenzeventiguitstraling en is geen café maar een restaurant. De eigenaar zet zich gemoedelijk bij ons om ons wegwijs te maken op de kaart. Rechthoekige plantenbakjes met twintig centimeter hoog plastic gras maken van elk tafeltje een intiem hoekje. „Ideaal want soms heb je alleen maar tweetjes”, zegt de man, de leesbril hoog op het voorhoofd. Op elke tafel staat een bordje met ‘gereserveerd’. „Het zit altijd vol, vandaar die twee shifts. Mensen komen van heinde en verre hiernaartoe.”

Hij heeft de zaak nadrukkelijk eetcafé genoemd om de drempel te verlagen. „We wilden ook geen toestanden zoals met garnalen gevulde ananas, maar gewoon goed Thais eten. We zijn in de zes jaar dat we hier zitten wel steeds meer restaurant geworden. Je kunt ook niet meer aan de bar eten of even een biertje drinken. Daar hebben we gewoon geen plaats meer voor.” Zijn Thaise vrouw met wie hij 22 jaar geleden trouwde runt de keuken.

Omdat we zoveel mogelijk willen proeven, gaan we à la carte. We kiezen Thaise gehaktballetjes (5,50 euro) die gezessen worden geserveerd, elk in een deegvelletje. Van de viskoekjes (8,50 euro) krijgen we er vijf en de rauwe garnalen (9,50 euro) gaan per zeven.

Die garnalen zijn de hele fietsrit naar IJsselmonde dubbel en dwars waard. Ze liggen in limoenzuur in metalen lepels onder gesnipperde rode peper, een schijfje knoflook en een ring van lente-ui en ze zijn, zoals mijn vrouw het uitdrukt: „Zálig.” Ik kan dat slechts beamen. Dit is fris met een bite en een pittig nabrandertje. Dit is zo simpel en zo afdoende en zo heerlijk bij de chardonnay uit Zuid-Frankrijk (4,50 per glas) dat ik dit elke dag wel zou willen eten. De mosselen, waarvan we een kleine portie (9,50 euro) hebben besteld, zijn overigens ook niet te versmaden.

Hoe nu verder? Eerst een kokossoepje (tom ka kung, 8,50 euro) delen: we krijgen ieder een kommetje en een lepel. Romig-pittig-fruitig.

De kaart telt, inclusief enkele vegetarische, zo’n 20 hoofdgerechten plus nog iets van acht specialiteiten. Ik twijfel over het buikspek, maar houd het na enige deliberatie op de Thaise traditionele salade met kip, pittige verse kruiden en munt (18,50 euro). Er zit iets knapperigs in, wat bij navraag gevijzelde rauwe rijst blijkt te zijn. Mijn vrouw neemt de groene curry met varkensvlees (18,50 euro), goed pittig, hoor ik aan haar sniffen.

Dat we het niet op kunnen, is geen probleem, zodat we met een plastic tas aan het stuur met twee bakjes erin huiswaarts keren.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.