Analyse

Na jaren dralen kiest Strafhof voor kritisch zelfonderzoek

Internationaal recht Het Internationaal Strafhof onderwerpt zich aan een externe evaluatie. Na zeventien jaar zijn er pas vier significante veroordelingen.

Met de klok mee: De Franse rechter Marc Perrin de Brichambaut, hoofdaanklager Fatou Bensouda, de Congolese krijgsheer Bosco Ntaganda tijdens zijn proces en de vrijgesproken Ivoriaanse oud-minister Charles Blé Goudé.
Met de klok mee: De Franse rechter Marc Perrin de Brichambaut, hoofdaanklager Fatou Bensouda, de Congolese krijgsheer Bosco Ntaganda tijdens zijn proces en de vrijgesproken Ivoriaanse oud-minister Charles Blé Goudé. Foto’s Evert Elzinga/AP (linksboven), Eva Plevier/Reuters (rechtsboven), Peter Dejong/AP (rechtsonder), Bas Czerwinski (linksonder)

Normaal gesproken is de jaarvergadering van lidstaten van het Internationaal Strafhof een wat obligate bijeenkomst waar diplomaten hun steun betuigen aan de strijd tegen straffeloosheid. Ze kibbelen over de begroting en roepen landen op om beter mee te werken. Ditmaal is het anders: het overleg in het Haagse World Forum, dat deze zaterdag wordt afgerond, staat in het teken van kritische introspectie.

Een kwetsbare opstelling is onontkoombaar geworden nu ook vrienden van het hof in het openbaar scherpe kritiek leveren op de resultaten. In zeventien jaar tijd zijn er pas vier significante veroordelingen geweest. Veel zaken zijn mislukt en de grootste oorlogsmisdadigers voelen nauwelijks dreiging uit Den Haag.

„We mogen beter verwachten van het hof”, zei de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD) in een toespraak die – zeker voor het gastland – ongebruikelijk fel was. „De procedures zijn inefficiënt en de jurisprudentie wordt bekritiseerd om haar inconsistentie”, voegde hij toe in een opinie-artikel in The Washington Post.

Blok verwelkomde de door het Strafhof aangekondigde externe evaluatie, waarover de lidstaten deze week besluiten nemen. Een groepje veteranen uit het internationaal strafrecht, onder wie de bekende Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone, moet vanaf januari het functioneren van het hof doorlichten.

Het Strafhof is berucht om zijn traagheid en ook dit besluit heeft lang op zich laten wachten. Twee jaar geleden al publiceerden vier prominente oud-medewerkers een dringende oproep tot evaluatie.

Aanleiding was een serie onthullingen in NRC en andere media van onderzoeksnetwerk EIC over de vroegere hoofdaanklager Luis Moreno Ocampo. Die bleek onder andere vertrouwelijke informatie te hebben gedeeld met beroemdheden als Angelina Jolie. Dit voorjaar volgde een vergelijkbare oproep van vier oud-voorzitters van het lidstatenoverleg.

De evaluatie richt zich op drie hoofdonderwerpen:

Het bestuur

„We zijn teleurgesteld over de kwaliteit van sommige juridische procedures, gefrustreerd door sommige uitkomsten en geïrriteerd door de bestuurlijke tekortkomingen”, schreven de oud-voorzitters. De pijnpunten zijn al jaren bekend: rechtszaken hebben een jarenlange aanloop en na een veroordeling moeten slachtoffers nog eens jaren wachten op de schadevergoeding die het hof hen toekent. De afdeling die zorgt voor de verdediging klaagt over te weinig middelen, in verhouding tot de aanklager. Medewerkers spreken over een onveilige werksfeer.

De rechters

Waarnemers zien een structureel kwaliteitsgebrek bij de rechters, die door de lidstaten worden gekozen na voordracht door hun eigen land. Benoemingen zijn vaak het gevolg van politieke uitruil, meer dan dat zij zijn gebaseerd op kwaliteit. Dit terwijl de zaken voor het Strafhof doorgaans complexer zijn dan die voor nationale rechtbanken.

Des te groter was de verontwaardiging, begin dit jaar, toen bleek dat zes rechters een proces waren begonnen waarin zij een loonsverhoging eisten van 26 procent bovenop de bijna 200.000 dollar die zij jaarlijks belastingvrij verdienen.

Een uitspraak van het hof die bijzonder slecht is ontvangen was het besluit, in april, om geen strafonderzoek te openen naar misdaden in Afghanistan. De rechters schatten in dat de kans op medewerking van betrokken landen [lees: de VS] dermate klein zou zijn dat succes zo goed als uitgesloten zou zijn. Dat mag realistisch zijn, maar het werkt ook als aanmoediging voor overheden om het hof te saboteren, zo luidde de kritiek.

Verder zijn er pijnlijke incidenten geweest, zoals met de Franse rechter Marc Perrin de Brichambaut, die twee jaar geleden tijdens een academische bijeenkomst „de Afrikanen” omschreef als „een groep van 54 landen die de verdachten leveren”. Brichambaut was op dat moment betrokken bij meerdere zaken tegen Afrikaanse rebellenleiders. Zijn collega’s besloten dat hij mocht aanblijven.

De aanklager

Onlangs publiceerde hoofdaanklager Fatou Bensouda de samengevatte externe evaluatie van de grootste mislukking van het hof: de zaak tegen de huidige Keniaanse president Uhuru Kenyatta en vijf anderen.

Het rapport, al anderhalf jaar af, is bikkelhard: een groot deel van het fiasco was te danken aan de aanklagers, met name Bensouda’s voorganger Ocampo. Zijn stijl was „autocratisch” en „bedreigend”. Medewerkers hadden erop gewezen dat er zoveel tegenwerking vanuit Kenia was dat er geen zaak overbleef, maar moesten hun mond houden. Ook onder Bensouda, die nu zeven jaar de leiding heeft, zijn veroordelingen schaars.

De evaluatie waartoe de lidstaten nu beslissen moet zijn afgerond voordat zij over een jaar Bensouda’s opvolger kiezen. Die persoon, die voor negen jaar wordt benoemd, krijgt de zware taak om het Strafhof uit het slop te trekken.