Opinie

Ons geduld is op! Alles graag zet es em

Floor Rusman

Vorige week bestelde ik iets bij de Bijenkorf. Onmiddellijk daarna, om 13.09 uur, stuurde de Bijenkorf me een mail: men ging met mijn bestelling aan de slag. Om 23.37 uur meldde PostNL dat mijn pakket onderweg was. Om 01.55 uur was het pakket volgens PostNL nog steeds onderweg. Mail nummer vier volgde om 07.18 uur. Mijn pakket was nog immer onderweg, maar het einde was in zicht: het zou die middag op het pakketpunt klaarliggen. De verlossende mail kwam om 15.51 uur. Mijn pakket was gearriveerd.

Vanwaar deze overdaad aan berichten? Blijkbaar denken ze bij PostNL dat ik geen rust heb zolang ik niet precies weet wat mijn pakket uitspookt. PostNL ziet mij als een controlfreak die alleen gesust kan worden met zoveel mogelijk informatie.

Geduld, vroeger nog „een schone zaak”, is uit. Je merkt het aan alles. Neem de contactadvertenties en interviews waarin mensen met nauwelijks verholen trots aangeven ongeduldig te zijn. Vorig jaar publiceerde Blendle-baas Alexander Klöpping bijvoorbeeld zijn eigen gebruiksaanwijzing, bedoeld voor zijn toekomstige persoonlijk assistent, waarin hij drie keer benadrukte dat geduld niet zijn sterkste kant is. En onlangs bood Pier Ebbinge, liefdesmakelaar van rijk Nederland, een „liefdevolle, lange, karaktervolle man (60’er)” aan wiens geduld je niet op de proef moest stellen: „Wordt ongeduldig en prikkelbaar als hij onnodig lang moet wachten.”

Jezelf ongeduldig noemen is de nieuwste humble brag: je zegt ermee dat je nét iets sneller bent dan de anderen.

Het gekke is: hoe sneller alles gaat, hoe ongeduldiger we worden. Krap twintig jaar geleden moest je nog inbellen om online te komen, waarna het „surfen” tergend traag verliep. Tegenwoordig kun je overal binnen enkele seconden de lyrics googlen van het liedje dat je in je hoofd hebt.

Intussen wordt onze frustratietolerantie alleen maar lager. In allerijl passen we de samenleving aan ons ongeduld aan. Bij tramhaltes verschijnen borden met wachttijden, op stoplichten kun je de seconden zien wegtikken. In de wacht bij instanties word je elke paar seconden kalmerend toegesproken. Mindfulness-apps bieden meditaties aan van drie minuten, voor wie zet es em zen wil zijn.

Dat dit ongeduld ook maatschappelijke kwesties betreft, zagen we toen de politiek dinsdag besloot tot een vrouwenquotum. Het percentage vrouwen in de raden van commissarissen steeg tussen 2005 en 2019 van 6 naar 26,8 procent, een groei van meer dan 400 procent in veertien jaar. Die groei vlakt niet af: integendeel, het gaat harder sinds in 2013 een streefpercentage van 30 procent werd ingevoerd. Een grote vooruitgang, die vertrouwen zou kunnen geven. Maar hoe reageren politici? Die zeggen dat hun „geduld op” is.

Je ziet hetzelfde bij Zwarte Piet: vijf jaar geleden stond het pakpapier nog vol met pikzwarte pieten, dit jaar is het Sinterklaasjournaal Zwarte Piet-vrij en kiezen steeds meer steden voor de roetveeg. Maar velen gaat het niet snel genoeg. Als eenmaal is besloten dat een bepaalde situatie „zo niet langer kan”, moet die stante pede veranderen.

Onrechtbestrijding en geduld verdragen elkaar slecht, dat is logisch. Maar het lijkt wel of onze tijdshorizon is opgekropen tot vlak voor onze neus. Het schandaal van vandaag moet morgen zijn opgelost.

Ongeduld is moeilijk te behandelen, maar er is hoop. Vanaf maart moeten we 100 rijden, ook al kan de auto ruim twee keer zo hard en ligt het land vol met drie-, vier- en vijfbaanswegen. Je kunt dat irritant vinden, maar je kunt het ook zien als een cadeau: een massale mindfulnesstraining die het kabinet gratis uitdeelt.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.