Reportage

Status noch privacy voor Moldavische vluchtelingen

Moldaviërs in Budel De afgelopen maanden kwamen er honderden Moldavische vluchtelingen naar Nederland, veel meer dan voorgaande jaren. Waarom? En wie zijn het?

Foto's Merlin Daleman

De stalen stapelbedden die halsoverkop werden neergezet, staan zo dicht naast elkaar dat je er nog maar net tussendoor kunt lopen. In november namen tweehonderd Moldaviërs hier hun intrek, in de gymzaal van het asielzoekerscentrum in Budel, Brabant. Hun bedden proberen ze af te schermen met goedkoop wegwerp-linnen, dat ze bij aankomst hebben gekregen. Privacy is er niet.

Maar in de warme gymzaal lijkt een dagritme te zijn ontstaan, een routine waar elke bewoner deel van uitmaakt. Mannen kaarten op smalle gymbanken langs de muur. Vrouwen lopen af en aan met emmers sop en dweilen de gangen. De kinderen, meer dan zeventig, spelen voorzichtig, ze huilen zonder geluid. Het leven is er gedempt, ook door de zachte kussens op de muur, uit de tijd dat hier nog werd gesport.

Lees ook: OM: mensensmokkelaars brengen Moldaviërs naar Nederland

Hoeveel ruimte heeft een mens nodig om zich thuis te voelen?

De brandwacht, die piketdiensten in de gymzaal draait, zegt: „Zet een willekeurige groep mensen uit een willekeurig land zo dicht op elkaar en er breken gegarandeerd opstanden uit. Maar deze mensen lijken het wel gewend om zo samen te leven.”

Arm en corrupt

In november vroegen 517 Moldaviërs hier asiel aan. De afgelopen maanden kwamen ze naar Nederland, met honderden tegelijk. Volgens het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) meldden zich in 2019 al meer dan zestienhonderd Moldaviërs, veel meer dan de voorgaande jaren. In 2014 dienden slechts vijf Moldaviërs een asielverzoek in. Sinds dat jaar liep dat aantal langzaam op. In 2015 waren het er tien, weer een jaar later vijftien.

Twee jaar geleden, in 2017, gebeurde er iets wat niemand helemaal kan verklaren: de toestroom steeg flink. Moldavië is arm en corrupt. Maar Moldaviërs maken nauwelijks kans op een verblijfsvergunning in Nederland. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid houden ze „onterecht plekken in de opvang bezet.” Ook krijgen ze geen leefgeld en worden ze ondergebracht in een versoberde opvang.

Ze lijken zelf wel te weten dat ze niet voor altijd mogen blijven. Toch vroegen dat jaar 340 Moldaviërs asiel aan. In 2018 verdriedubbelde dat aantal bijna, naar 984 mensen. Als de Russische tolk de gymzaal binnenstapt, verdringen de vrouwen zich om haar heen. Ze beginnen door elkaar te praten en als ze elkaar daarmee niet meer overstemmen, beginnen ze te schreeuwen. Ze zeggen dat ze geen geld hebben. Hebben wij geen geld? Twintig euro misschien? Ze willen graag boodschappen doen. Er zijn kinderen, ze hebben honger.

De vrouwen dragen gouden kettingen en oorbellen. De mannen hebben gouden tanden, sommigen vijf op rij. Vrouwen dragen lange jurken. Mannen spijkerbroeken en zwarte leren jacks. Artur Turaulet (47) wordt door de groep naar voren geschoven om het woord doen. Hij was veertien jaar toen hij Moldavië voor het eerst verliet om te gaan werken. „Vroeger, toen ik nog handen en voeten had, werkte ik in het noorden van Rusland”, zegt hij. Hij sjouwde met kratten aardappelen en tomaten. „Aan het einde van de dag bouwden we de markt weer af.” Dat was nog in de Sovjettijd. Net als veel andere mensen in de gymzaal is hij nooit naar school geweest en kan hij niet lezen en schrijven.

Linkervoet en vingers kwijt

Artur praat en praat en praat. Zijn vrouw Axenia Stoian (47) zit naast hem en knikt geduldig. Ze zijn 25 jaar samen. Zo’n mooie vrouw zie je niet vaak, zei hij, toen hij haar ontmoette – ze leerden elkaar via via kennen. Nu hebben ze drie dochters, van 5, 7, en 17 jaar oud.

Artur verloor zijn linkervoet en zijn vingers in één week tijd, in 2010, in de winterkou van Minsk. Hij werd in het ziekenhuis opgenomen, maar omdat hij niet genoeg geld had, stuurde het ziekenhuis hem na een paar dagen weg. Daarna werd het leven alleen maar lastiger, zegt Artur. Hij vertelt dat hij de maffia achter zich aan kreeg, hij had schulden bij ze gemaakt. Omdat werken niet meer ging, lieten ze hem bedelen. Ze zetten hem overal neer, op koude pleinen. „Het was zwaar, het regende vaak.”

In Moldavië woonden ze in een schuur, zegt Axenia. „De muren waren kapot, het tochtte, stromend water was er niet. We hadden geen werk en wel recht op kinderbijslag, maar dat kregen we niet.”

Een vriend van de broer van Axenia heeft ze opgehaald in zijn Peugeot met een Litouws nummerbord en naar Nederland gereden. Ze hebben niets betaald, zeggen ze.

De woordvoerder van het COA zegt: „Ik zou de verhalen met een korreltje zout nemen.”

Waar de Moldaviërs woonden voor ze naar Nederland kwamen, is niet precies bekend. Ze zijn niet altijd eerlijk, ze spreken zichzelf tegen. Velen lijken al hun hele leven onderweg. Ze werkten in Rusland, Kazachstan, Oezbekistan. Sommigen dienden al een asielverzoek in Duitsland in. Anderen verbleven deze zomer in Franse vluchtelingenkampen. Daar sliepen ze vaak in tenten.

„In Frankrijk werden onze auto’s kapotgeslagen door Arabieren”, zegt Vasili Petrovic (62). Zijn gouden leesbril bungelt aan een touwtje boven zijn rode kabeltrui. Hij woonde er vijf maanden, voor hij naar Nederland vertrok. „Hier worden we tenminste niet gediscrimineerd.” De afgelopen maanden werden in Frankrijk vluchtelingenkampen ontruimd. De meeste mensen lijken elkaar te kennen. Omdat ze uit dezelfde dorpen komen of elkaar onderweg al eens zijn tegengekomen. Petrovic: „We zijn familie, vrienden, kennissen, allemaal Roma.”

Sommigen maken een „asielrondje” – zo noemt het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel het. In september schreef het centrum dat er sprake lijkt van een pendeldienst tussen Nederland en Frankrijk. De Moldaviërs vragen asiel aan in Nederland, wachten de afwijzing af, vertrekken naar Frankrijk, doen daar hetzelfde – en gaan terug naar Moldavië. Als ze kunnen aantonen dat ze in Moldavië zijn geweest, kunnen ze terugkomen en opnieuw een asielprocedure beginnen – waardoor ze weer even onderdak hebben.

In de deuropening trekt Artur zijn joggingbroek naar beneden. Op zijn kuiten liggen gezwollen aderen. Op zijn dijen zitten diepe littekens. Trek je broek aan, zegt de tolk. Artur heeft pijnstillers nodig. Kunnen we daarbij helpen? En kalmeringsmiddelen? „Ik heb méér kalmeringsmiddelen nodig.”

De woordvoerder zegt: „De Moldavische asielzoekers krijgen alleen de noodzakelijke medische hulp.”

Magnetronmaaltijden

Want de regels veranderden toen de Moldaviërs eenmaal in Nederland waren aangekomen. Ze hebben alleen nog maar recht op versoberde opvang. Dat kondigde staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel en Migratie, VVD) vorige maand aan. Moldaviërs krijgen, in tegenstelling tot asielzoekers uit andere landen, geen 59 euro leefgeld per week. In de sportzaal worden elke avond magnetronmaaltijden in zwarte plastic bakken geserveerd. Verder is er brood en fruit. Iedereen boven de achttien jaar heeft twee keer per dag een meldplicht. Wie verzuimt, wordt van het terrein gezet. De kinderen gaan niet naar school.

In één van de twee kleedkamers, waar het veel warmer is dan kamertemperatuur, hebben de mannen die op de bankjes zitten hun jassen aangehouden. Justitie vermoedt dat Moldaviërs met hulp van een smokkelaars naar Nederland komen. Verschillende busjes die Moldaviërs vervoerden, werden de afgelopen maanden aan de kant gezet.

En in Ter Apel, waar een asielzoekerscentrum zit, werd eind november een Moldavische chauffeur met een touringcar vol Moldaviërs aangehouden – hij was onderweg naar het asielzoekerscentrum.

De mannen weten er niks van af. Nicolai Choroi (38): „Ik kwam met mijn vrouw in de auto.”

Petrovic, de man met de gouden bril en de rode kabeltrui: „Er werd overal gezegd dat we met bussen kwamen. Dat is niet zo.”

Choroi: „Jullie maken van een mug een olifant.”

Waar ze het wel over willen hebben: de omstandigheden. Petrovic zegt dat ze de Nederlandse regels gelezen hebben. „Je hebt hier recht op drie dingen”. Petrovic telt op zijn vingers. „Woonruimte. Medische zorg. Geld – een uitkering.” Dan, kwaad: „Ik zou graag willen weten: waarom krijgen wij niks?”

Hij wijst naar de sportzaal. „Wij zitten weer in een barak. We krijgen geen geld. En er wordt ons gevraagd of we vrijwillig terug willen. Dan krijgen we 40 euro per persoon. Worden gedeporteerd. Waar is jullie veelbelovende democratie?”

Van de versoberde maatregelen weten ze niets, zeggen ze. De woordvoerder: „Ze lijken goed op de hoogte van de lange wachttijden bij de IND.” Een kansrijke asielprocedure kan anderhalf jaar in beslag nemen. De asielverzoeken van de Moldaviërs worden nu versneld afgehandeld. „Zou je misschien kunnen vragen of we tot maart mogen blijven?”, zegt Axenia. Een winter zou genoeg zijn. „En als het warmer wordt vertrekken we naar Rusland, om werk te zoeken.”

Met medewerking van Eva Cukier

Correctie (6 december 2019): In een eerdere versie stond dat asielzoekers, kansrijk of niet, recht hebben op de „best mogelijke levensstandaard” volgens Defence for Children en VluchtelingenWerk. Dat is aangepast: VluchtelingenWerk is weggehaald.