Opinie

Matras

Ellen Deckwitz

Onlangs logeerde mijn zus bij me, en uit een fossiel soort hoffelijkheid laat ik gasten altijd in mijn eigen bed slapen. Helaas strompelde ze daardoor de volgende ochtend total loss de woonkamer in. „Hoe oud is je matras”, kreunde ze.

„Een jaar of vijftien”, rondde ik naar beneden af, er maar niet bij vermeldend dat ik hem bij de faillisementsverkoop vandaan had. Zelf had ik prima geslapen, maar het was inderdaad wel een teken aan de wand dat mijn afgeragde bank beter sliep dan mijn eigen bed. Ook ik had na de meeste nachten in mijn bed een trapgevelvormige wervelkolom. Ik snapte zelf ook niet echt waarom ik nog steeds geen nieuwe matras had. Misschien omdat ik beter ben in verdragen dan veranderen, en daar een soort trots uit haal.

De volgende dag stond mijn zus weer op de stoep.

„Ik heb dankzij die matras van jou de hele dag op ibuprofen doorgebracht. Je hebt een nieuwe nodig.”

Ik protesteerde niet (ik had die nacht weer op mijn bank geslapen) en na urenlang consumententesten vergelijken maakte ik een keuze en twee dagen later werd het ding, een XXL vacuüm gezogen springroll, afgeleverd. Ik pakte hem uit, legde hem op mijn bed, nam plaats en was vooral blij dat ik van het gezeur van mijn zus af was. Een remslaap later was ik daarnaast ook blij dat ik actie had ondernomen want jongens wat maakte het een verschil. Het ding had die nacht al mijn vermoeidheid en spierpijn geabsorbeerd en ongedaan gemaakt. Mijn gewrichten leken opnieuw geolied en iedere knoop in mijn schouders was ontward. Dus zo kan het ook, dacht ik een beetje beschaamd.

Mijn zus belde, hoe mijn nacht was, en schoorvoetend gaf ik toe dat ik me in geen tijden zo uitgerust had gevoeld.

„Ik ben zo blij dat je lekker hebt geslapen”, triomfeerde ze, waarmee ze bedoelde dat ze zo blij was dat ze weer eens gelijk had.

„Goed dat je zo bleef aandringen”, zei ik. „Ik vond het aanvankelijk overdreven, een nieuw matras, zoveel geld en moeite voor een plek waar je grotendeels toch bewusteloos op doorbrengt.”

„Audre Lorde schreef eens dat zelfzorg geen kwestie is van genot maar van zelfbehoud, en dat het daarmee een daad van politieke oorlogsvoering is.”

„Ze schreef wat?”, vroeg ik.

„Voor jezelf zorgen is een handeling die meer omvat dan alleen jezelf. Het is een dienst aan de samenleving”, zei ze streng en hing op. Ik rekte me nog eens uit en voelde me vagelijk strijdvaardig. Opeens kon ik geen vermoeidheid of spierpijn als excuus aanwenden om mijn leven nog langer uit te stellen. Hallo wereld, dacht ik, aan de slag.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.