Opinie

Laat radicaal-rechts racisme niet mainstream maken

Xenofobie Het frame van ‘integratiepessimisme’ raakt ingeburgerd, waarschuwt .
Protestactie tegen de komst van een asielzoekerscentrum in het Westland, 2016
Protestactie tegen de komst van een asielzoekerscentrum in het Westland, 2016 Foto Bas Czerwinski/ANP

Naar aanleiding van het nieuws over de groepsverkrachtingen in Den Bosch, waren de usual suspect uit rechts-radicale hoek er als de kippen bij om de beschuldigende vinger in de richting van moslims te wijzen. Zo tweette Joost Niemöller, ook betrokken bij de nieuwe omroep in oprichting Ongehoord Nederland, dat de zaak duidelijk een „moslimcomponent” bevatte. Hij leidde dat af uit het bericht van de politie dat een aantal van de acht gearresteerde mannen neven van elkaar waren.

Stijn Hesselink, Statenlid van Forum voor Democratie (FVD), greep het nieuws eveneens aan om stemming te maken tegen moslims. Toen al gauw bleek dat het om ‘gewone’ Brabanders ging, lieten beiden weten „te voorbarig” gereageerd te hebben, of in de woorden van Hesselink: „Vaak weet je in dat soort gevallen in welke richting je het moet zoeken, maar in dit geval lag het tot mijn verbazing toch anders.”

Hun tweets leggen een ziekelijke obsessie met immigranten, etniciteit en de islam bloot. Een obsessie die we vooral aantreffen bij radicaal- en extreem-rechts. De aandacht vanuit deze hoek is doorgaans uitermate selectief. Wangedrag door zogenaamde autochtonen, of het nu rellen in Duindorp betreft of de jarenlange pesterijen tegen een joods gezin in West-Friesland, mag op aanzienlijk minder aandacht rekenen van deze „realisten”, zoals ze zichzelf graag noemen. Laat staan dat dit een complete bevolkingsgroep wordt aangewreven.

Nu zijn er geen aanwijzingen dat racisme in de afgelopen decennia sterk is toegenomen. Wat echter wel is gegroeid, zijn de mogelijkheden om er uiting aan te geven én het idee dat je je daar niet voor hoeft te schamen. De politieke correctheid van de jaren tachtig mag dan soms zijn doorgeschoten, de vrijheid die sommigen nu denken te hebben om xenofobe gevoelens de vrije loop te laten is verontrustend.

Lees ook: De doodlopende straat waar tienermeisjes zouden zijn gedrogeerd en verkracht

Simpel ‘sorry’

Dat gebrek aan schaamte blijkt ook uit het feit dat Hesselink en Niemöller menen met een simpel ‘sorry’ via Twitter te kunnen volstaan. Of zoals Hesselink schreef, „en daarmee is wat mij betreft de kous af”. Dit soort schamele excuses laten juist zien hoe diepgeworteld het idee is dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen wij en zij, de ‘echte’ Nederlanders en de (moslim-) nieuwkomers.

Daarmee raken we aan een veel structureler probleem dat sinds de opkomst van Pim Fortuyn alleen maar groter is geworden, namelijk een wijd verbreid integratiepessimisme. Anders gezegd, een overtuiging dat immigratie een negatieve uitwerking heeft op de samenleving, zowel economisch, sociaal en cultureel. Een idee dat met de wereldwijde opkomst van islamitisch geïnspireerd terrorisme alleen maar dieper verankerd is geraakt. Ook al weten we dat verreweg de meeste slachtoffers moslims zijn en dat vrijwel alle Nederlanders met een islamitische achtergrond dit geweld net zo verafschuwen als de rest.

De migratiediscussie wordt gekenmerkt door een enorme blikvernauwing. Het zoeklicht wordt alleen gericht op die migranten die – terecht of onterecht – als een probleem worden beschouwd. Waarbij men vergeet hoe ongunstig hun integratieproces soms was getimed, zoals bij de gezinshereniging van Turken en Marokkanen begin jaren tachtig. Dat veel van hun kinderen inmiddels grote sprongen op de sociale ladder hebben gemaakt, blijft vrijwel onbesproken. Omdat zij het dominant sombere beeld niet bevestigen wordt aan hen geen aandacht geschonken.

Lees ook: ‘Goedkope xenofobie in een mooi jasje’

Holocaustontkenners

Met de opkomst van de PVV en meer recentelijk FVD is het integratiepessimisme geradicaliseerd en deels in extreem-rechts vaarwater terecht gekomen. Zoals vorige week nog maar weer eens bleek bij de uitlating van Haye van der Heyden, een van de initiatiefnemers van Ongehoord Nederland, dat ook holocaustontkenners een podium verdienden. Deze normalisering van extreem-rechtse denkbeelden in de afgelopen jaren is in hoge mate versneld door de populariteit van Thierry Baudet, die een vrij consistente belangstelling voor dat deel van het politieke spectrum tentoonspreidt.

Om deze trend een halt toe te roepen, is verontwaardiging over radicaal rechts onvoldoende. Zoals de in de Verenigde Staten werkzame Nederlandse politicoloog Cas Mudde stelt, zullen met name mainstream politieke partijen racisme en moslimhaat veel duidelijker publiekelijk af moeten keuren. Bovendien zou het goed zijn als deze partijen een intern debat gaan voeren over het – bewust of onbewust – overnemen van radicaal-rechtse integratiepessimistische frames. Want als partijen die frames handhaven maar er vervolgens niet naar handelen, bij voorbeeld door de grenzen te sluiten of etnisch te profileren, dan moeten ze niet vreemd opkijken dat hun kiezers hun heil bij de PVV en FVD zoeken.

In plaats daarvan doen politieke partijen er goed aan de echte oorzaken van maatschappelijke problemen te benoemen, zoals ongelijke kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, waar zeker niet alleen landgenoten met een migratieachtergrond mee kampen. Anders gezegd, ze moeten de boodschap afgeven dat de analyse van het probleem door radicaal-rechts niet deugt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.