Indische gemeenschap wacht nog

Indische Kwestie Moties om recht te doen aan claims wees de Tweede Kamer deze week af. „75 jaar vrijheid geldt kennelijk niet voor ons.”

Patrick van Katwijk/ANP

Ontvangen weduwen van voormalige Indische ambtenaren en militairen toch de eenmalige uitkering van 25.000 euro waarmee het kabinet in 2015 de zogeheten Indische Kwestie ‘definitief’ wilde afsluiten? Dat was een van de vragen die, na bijna 75 jaar strijd van Indische Nederlanders en Molukkers tegen de Nederlandse staat, deze week op de agenda van de Tweede Kamer stond.

Want de kabinetten-Rutte II en III zijn er, net als alle voorgaande naoorlogse kabinetten, niet in geslaagd een definitief einde te maken aan slepende problematiek van de niet uitbetaalde salarissen gedurende de Japanse bezetting (1943-1945) aan Nederlands overheidspersoneel in toenmalige kolonie Nederlands-Indië.

De afspraken die gemaakt waren met het Indisch Platform, waarin belangenorganisaties zijn gebundeld, werden door een deel van die achterban niet erkend, juist omdat er verdeeldheid was over de afbakening van de regeling. Bijvoorbeeld: waarom gold die alleen voor aanvragers die op 15 augustus 2015 nog in leven waren? En niet voor weduwen? Een nieuwe belangenorganisatie, Indisch Platform 2.0, voert nog steeds actie voor wat zij zien als rechtsherstel.

Tussen 1977 en 1980 demonstreerden oud-KNIL-militairen elke dinsdag voor de Tweede Kamer. Foto Arthur Bastiaanse/ANP

Compensatie, erkenning, excuses

Jurist Henk Harcksen, lid van dit platform, schrijft in zijn vorige week verschenen boek Blauwe brieven, Indische ontrechting dat de Indische Kwestie om veel meer gaat dan de zogeheten backpay-kwestie, de uitbetaling van achterstallige salarissen. Het gaat volgens Harcksen de meeste betrokkenen vooral ook om rechtsherstel: dat betekent ook compensatie van oorlogsschade, erkenning van gemaakte fouten en excuses van de Nederlandse staat.

De Nederlandse kabinetten wimpelden destijds die aanspraken af en verwezen door naar het land Indonesië, dat immers in de plaats was gekomen van Nederlands-Indië. „Nederland viert dit jaar en volgend jaar 75 jaar vrijheid. Maar als de Indische Kwestie niet is opgelost, geldt die vrijheid niet voor ons”, zegt voorzitter Peggy Stein van Indisch Platform 2.0.

Historicus Hans Meijer analyseerde in 2005 in zijn boek Indische rekening, Indië, Nederland en de backpay-kwestie 1945-2005 dat het de betrokkenen eigenlijk helemaal niet alleen maar ging om het misgelopen geld. Meijer: „De backpay-kwestie heeft een emotionele lading en symbolische betekenis gekregen die haar feitelijke betekenis ver overstijgt.”

Buitenwettelijke regeling

Het sentiment was vlak na de oorlog buitengewoon hevig. Zie bijvoorbeeld het gedicht in het blad van de Nederlandsch-Indische Bond van Ex-krijgsgevangenen en Geïnterneerden (Nibeg) uit 1953 getiteld Recht! Geen medelijden. Met verzen als: „Geen fooi, geen aalmoes kan ons rehabiliteren, slechts eerlijk rechtsherstel op wettelijke grond.”

Rechtsfilosoof Wouter Veraart van de Vrije Universiteit, die dit vers in een recent artikel citeert, hekelt het karakter van alle regelingen die de Nederlandse staat sinds 1945 heeft getroffen voor de gerepatrieerde voormalige Indische ambtenaren en militairen. „Het gaat ook weer bij de zogenaamde definitieve oplossing van staatssecretaris Martin van Rijn (VWS, PvdA) uit 2015 om een buitenwettelijke regeling, die berust op een vrijwillige morele tegemoetkoming waaraan geen of nauwelijks rechten kunnen worden ontleend.”

Veraart wijst op de procedures die nabestaanden sinds 2015 bij de bestuursrechter hebben gevoerd omdat bijvoorbeeld de gedupeerde ambtenaar of militair vóór de peilingsdatum van 15 augustus 2015 was overleden. Was dat geen ongelijke behandeling? Maar de rechter acht zich, volgens Veraart, door het buitenwettelijke, vrijwillige karakter van de regeling niet bij machte om die aan het juridische gelijkheidsbeginsel te toetsen. Veraart: „Zonder wettelijke verankering kun je er net zo min aanspraak op maken als op het mislopen van een bedrag omdat je geen lot bij de postcodeloterij had gekocht.”

In zijn artikel schrijft hij: „Het mag ironisch heten dat opnieuw de oerervaring van juridische uitsluiting wordt beantwoord met de regulering van een moreel gebaar die rechthebbenden uitsluit van gangbare juridische waarborgen.”

De Tweede Kamer verwierp dinsdag de motie van de Kamerleden Henk van Gerven (SP) en John Kerstens (PvdA) om ook aan weduwen van Indische ambtenaren en militairen het bedrag van 25.000 euro uit te keren. Een andere motie hielden dezelfde indieners aan. Die vraagt om een commissie van wijzen die een ‘finaal oordeel’ moet vellen over de manier „waarop de Nederlandse staat het rechtsherstel van de Indische gemeenschap in Nederland vorm zou moeten geven”.