Foto: Sake Elzinga

Interview

‘Ik ben mijn gevoel voor humor kwijtgeraakt’

Rachel Cusk Met twee tot op de grond afgekraakte autobiografische boeken belandde succesauteur Rachel Cusk in een ballingschap. Nu is ze terug. ,,Elizabeth Gilbert is onoprecht.”

‘Of mijn boeken een wraakoefening op de lezer zijn? Nee, dan nog eerder op critici”, lacht Rachel Cusk kort. Het is een van de zeldzame momenten dat de in Canada geboren, en in Groot-Brittannië woonachtige auteur, lacht tijdens het interview in het Groningse hotel Prinsenhof. Die avond zal ze de Van der Leeuw-lezing geven in de Martinikerk. Vriendelijk, maar ook terughoudend en een tikkeltje achterdochtig, wacht ze de vragen af om die daarna steevast zo kort mogelijk te beantwoorden.

Hoewel die houding het gesprek wat ongemakkelijk maakt, is die wel begrijpelijk als je bedenkt hoe ze werd afgekraakt na zowel de verschijning van A Life’s Work: On Becoming a Mother (2001) als bij het verschijnen van het boek over haar scheiding Aftermath (2012). Op haar boek over het moederschap, reageerden sommige lezers met het advies haar kinderen zo snel mogelijk uit huis te laten plaatsen opdat ze wél in een ‘liefdevol’ gezin konden opgroeien. En in het boek over haar scheiding zou ze te veel de vuile was buiten hebben gehangen en zichzelf moedwillig exploiteren.

De receptie van de twee boeken was bepalend voor haar verdere schrijverschap. Cusk zou zichzelf gaan heruitvinden als schrijver, en kwam met het best denkbare antwoord: een autobiografische trilogie waarin de schrijver volkomen onzichtbaar is. Een op voorhand onmogelijke premisse die in de handen van Cusk een zeer geslaagd geheel opleverde. Alle drie de delen zijn ijzersterk en prompt verschenen er positieve recensies.

Lees ook de recensie van Cusks vorige roman Kudos(●●●●): Het is tijd voor wraak op de lezer

Dit najaar kwam de vertaling van haar essaybundel Coventry uit, een verwijzing naar een Engelse uitdrukking waarmee je aangeeft dat mensen je, zonder dat je het meteen doorhebt, straffen door te zwijgen. Iemand naar ‘Coventry’ sturen – dat wil zeggen: iemand doodzwijgen, een soort sociale ballingschap.

Cusks ‘Coventry’ verwijst naar de houding van haar ouders, maar in feite typeert ze zo ook de houding van de critici en lezers nadat ze als literair auteur ‘verbannen’ was wegens ‘exploitatie’ en ‘slecht moederschap’. Om terug te mogen keren uit het ‘Coventry’ waar lezers en critici haar hadden geplaatst, moest er iets gebeuren.

Wat heeft u gedaan om uw schrijverschap opnieuw uit te vinden?

„Ik heb veel nagedacht, dat was een pijnlijk proces. Nadat mijn werk genadeloos was neergesabeld, was het verleidelijk om te denken: ik ga nooit meer schrijven. Het was ook pijnlijk om te bedenken waarom mijn werk deze felle reacties had opgeroepen. Hoe kan het, dat terwijl ik geprobeerd heb iets waardevols te maken, mijn werk zo werd neergesabeld? Dat hield me sterk bezig. Om eruit te komen begon ik met het schrijven van zinnen zoals iedereen die maakt. Van daaruit vond ik een manier om dat totaal anders te doen dan gebruikelijk is.”

En daaruit kwam de onzichtbare verteller voort?

„Onder andere. Wat in de trilogie gebeurt is niet één op één aan mijn leven te koppelen of aan de situatie waar ik me in bevind. Maar ik denk inderdaad dat mijn autobiografische concept anders is dan gebruikelijk. Tegenwoordig gaan veel autobiografische verhalen uit van een tegencultuur, een modernistische manier om in de wereld te staan. Of ik de weg die ik nu ben ingeslagen vasthoud weet ik niet. Het kan zijn dat mijn volgende werk net zo verzonken in stijl is, zo observerend als nu het geval is. Het kan ook zijn dat ik straks het totaal tegenovergestelde ga doen.”

De Virginia Woolf-theorie is dat vrouwen eigenlijk mannen-boeken schrijven

Gaf het wraak nemen tijdens het schrijven ook voldoening?

„Met de trilogie? Nee, daarvoor ben ik tijdens het schrijfproces zelf te weinig bezig met de lezer. Waar de voldoening in zit, is dat ik uit zoveel negativisme iets positiefs heb kunnen maken. Wat mij persoonlijk betreft, voelde dit alsof ik mezelf heb gered. Ik ben er geen moment vanuit gegaan dat de trilogie een succes zou worden, of dat iemand de boeken überhaupt goed zou vinden. Dat dit wel het geval bleek, is eigenlijk een bonus.”

Worden vrouwelijke auteurs door de buitenwereld eerder richting ‘Coventry’ gestuurd dan mannen?

„Ja, daar ben ik van overtuigd. Er is een groot verschil. De Virginia Woolf-theorie is dat vrouwen eigenlijk mannen-boeken schrijven of in ieder geval zinnen schrijven als mannen, omdat dat de enige beschikbare voorbeelden waren. Veel vrouwen in alle kunsten zitten in de merkwaardige positie dat ze hun werk moeten definiëren tegen de achtergrond van mannelijke invloeden. De canon, de dode witte mannen die we allemaal bestuderen. Maar dat is een moeilijke manier om je eigen manier af te bakenen waarop je je kan uiten. Ik vind het interessant om te zien wat de vrouwelijke stem of zin is.”

Foto: Sake Elzinga

In het slotdeel ‘Kudos’ duikt de verteller na een week van bombastisch auteursvertoon in de zee om alles van zich af te spoelen. Een man komt naast haar staan en besluit in vol ornaat te urineren. Pist hij op haar of op de vrouw als auteur in het algemeen?

„Het is een ambivalent beeld van de structuur waarin mannen en vrouwen zich bevinden. Er zit een soort schoonheid in, maar ook vernedering en schending van waarden.”

In ‘Transit’, deel twee van de trilogie, treedt de verteller op met twee mannelijke auteurs die op het podium alle ruimte innemen. Is dat toeval of zit er meer achter?

„De twee mannen geven het gevoel van de verteller weer, de positie waarin ze zich naar haar idee bevindt. Waar dit deel over gaat, is de vraag van ego en ambitie, die gedefinieerd wordt door mannen. Het zwijgen van vrouwen vind ik interessant, ik overweeg er ooit een boek over te schrijven.”

Wat is belangrijker: gezien of gehoord worden?

„Allebei, denk ik. Ik zou niet weten wat daar precies het antwoord op is.”

Wat was het belangrijkste onderwerp dat u wilde uitdragen?

„Het niet-geloven, dat je je geloof verliest in wat een belangrijke drijfveer in je leven is. De verteller in de trilogie is een non-believer. Het is niet dat ze verlegen is, ze gelooft nergens meer in.”

Is het geen geloof hebben in of geen vertrouwen hebben in?

„Die twee zijn inwisselbaar.”

Is het gebruik van humor, zoals in uw boeken, noodzakelijk om afstand te scheppen?

„Humor is gevaarlijk. Ik was een humoristisch schrijver, mijn vroegere boeken zijn grappiger, maar ik ben mijn gevoel voor humor kwijtgeraakt. Humor is nog wel onderdeel van de charme van taal.”

In uw essaybundel ‘Coventry’ ergert u zich aan auteurs als Elisabeth Gilbert. Waarom?

„Dat klopt, ze heeft een gevaarlijke toon. Lezers zien haar als een grappige auteur, ze probeert geestig te zijn, maar haar boeken zijn onoprecht. Ik denk net zo over E.L. James. Zij doet iets vergelijkbaars. Waarom is hun toon zo populair, ze doen alsof ze openhartig zijn, eerlijk zijn over vrouwelijkheid, maar ze passen zich aan. Dat is waarom ik er een stuk over schreef.”

Lees ook de recensie van Elizabeth Gilberts laatste roman: In New York draait alles om naaien en seks

U prijst Françoise Sagan en noemt haar stijl psychologisch realisme. Vindt u haar stijl herkenbaar?

„Was dat maar waar. Ze heeft een goede stijl, een soort semi-gothic. Ik denk dat mijn stijl filosofischer is. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat ik meer de richting van de essayistiek ben op gegaan.”

Is uw houding ten opzichte van fictie in het algemeen veranderd?

„Ja, ik geloofde er niet meer in.”

Waar geloofde u niet meer in?

„In de zin van mensen die dingen verzinnen en elkaar dingen aandoen. Ik zag opeens het nut er niet meer van in.”

Is uw volgende boek non-fictie?

„Weet ik nog niet.”

Is in ‘Conventry’-zijn een geschikte plek voor een auteur?

[Opnieuw lachend] „Het blijkt van wel.”

Kan het ook een fijne plek zijn?

„Uiteindelijk, als je ouder wordt en patronen gaat ontdekken, wordt het tastbaar. Ik denk dat het uiteindelijk een ruimte is die de stilte biedt die je nodig hebt, waar je afgesloten kan zijn van de anderen. Dus ja, het heeft dat inzicht geboden.”

Is het moeilijk om er dan weer uit te komen?

„Het gekke is dat ik niet zeker weet of ik er wel uit wil komen, het is de manier geworden waarop ik in het leven sta.”