Opinie

Hoodie

Mirjam de Winter

Het Nieuwe Instituut in Rotterdam heeft een complete tentoonstelling gewijd aan het „sociologische fenomeen” van de hoodie: het kledingstuk dat we in andere tijden nog een capuchontrui of een sweater noemden. Ik droeg het in de jaren tachtig, omdat het lekker warm en comfortabel was. In de klas (waar de capuchon af moest) kon ik uit verveling eindeloos op die koordjes kauwen. De capuchontrui was toen nog een onschuldig en sportief artikel, vooral populair op highschools en sportclubs in de VS. Maar als ik tegenwoordig ‘s avonds laat een hoodie op straat tegenkom, gaan alle alarmbellen bij me af. Een hoodie straalt agressie uit en is het uniform van jonge criminelen, vooral handig om niet te worden herkend in Opsporing Verzocht als je onder het oog van beveiligingscamera’s geld wilt pinnen met de gestolen bankpas van een oud vrouwtje.

Ik weet natuurlijk best dat die associatie deels op vooroordelen berust, want ook mijn puberzoon verbergt zijn pukkelige hoofd graag in een capuchon, net als zijn vrienden uit Hillegersberg en Schiebroek. Juist daarom is de hoodie volgens Het Nieuwe Instituut als fenomeen zo interessant. Hij is intussen opgenomen in elke subcultuur en zelfs een politiek object geworden. Zo hield David Cameron in 2006, als leider van de Britse conservatieve partij, zijn beroemde ‘hug-a-hoodie-speech’, waarin hij vroeg om meer begrip voor de hoodie-drager wiens houding volgens hem eerder defensief dan agressief is. „De hoodie is een reactie op een probleem,” zei Cameron, wat uit zijn mond behoorlijk links klonk en daarom veel media-aandacht kreeg.

Ook wordt in The Hoodie-expositie het verhaal verteld van de 17-jarige Trayvon Martin, die in 2012 in de VS door een buurtwacht werd doodgeschoten omdat hij een hoodie droeg en daarom een ‘verdachte indruk’ maakte. Honderden mensen gingen vervolgens met capuchons de straat op voor de Million Hoodies March en de trui werd zowaar het symbool van mensenrechtenactivisten.

Mijn hoodie-fear (en die van veel mensen) is volgens de Britse expert Gary Warnett te vergelijken met het vroegere imago van de leren jas of de tatoeage, zo onderstreept hij in een filmpje in de tentoonstelling. Onterecht, zegt Warnett, want de hoodie is de „Forest Gump onder de kledingstukken”. Niet alleen foute rappers als Tupac of 50 Cent droegen hoodies, ook miljonair Mark Zuckerberg (oprichter van Facebook) loopt al jaren in zo’n capuchontrui rond, net als iedereen in Silicon Valley. Zelfs op de catwalk van Parijs is de hoodie tegenwoordig een hip ding. Kortom, het kledingstuk kent een unieke en roerige geschiedenis met veel verschillende lagen, bedoelt Het Nieuwe Instituut maar duidelijk te maken.

Intussen blijf ik thuis die capuchon van dat puberhoofd trekken, omdat de hoodie wat mij betreft niet alleen dreiging maar ook desinteresse uitstraalt. Terwijl mijn 16-jarige volhoudt dat hij zich er juist prettig en veilig in voelt. Het liefst trekt hij zijn capuchon zo ver mogelijk over zijn hoofd en verstopt zich in een hoekje van de bank (met oortjes in), om zich voor dat moment even onzichtbaar en onbereikbaar te wanen. Het zal allemaal wel, maar ik blijf erbij dat de hoodie een onguur en onsympathiek kledingstuk is. Maar voor wie hem wel weet te waarderen: in Het Nieuwe Instituut (wat was dat ook al weer?) mogen hoodie-dragers tot april gratis naar binnen. Zo vaak ze willen zelfs.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.