Opinie

Eigen bij eerst

Biodiversiteit Honingbijen zouden wilde populaties bijen wegconcurreren omdat er een tekort aan voedselbronnen is, maar er is meer aan de hand, schrijft imker en bioloog .
Bijen bij een bijenkast op de Landelijke Open Imkerijdag in Leusden.
Bijen bij een bijenkast op de Landelijke Open Imkerijdag in Leusden. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Honingbijen zorgen ervoor dat wilde bijen en hommels met uitsterven worden bedreigd, berichtten media in Nederland (waaronder ook NRC). Met name in grote steden zouden honingbijen het beschikbare voedsel wegkapen van andere bijen, concludeert ook een recent Frans rapport.

In berichtgeving van de VRT in België klonk het alsof het probleem ‘een teveel aan bijenvolken’ was, in plaats van een tekort aan voedselbronnen voor bijen, zoals veel imkers het zien.

In en buiten steden worden voedselrijke gebieden voor bijenkasten jaarlijks schaarser: de ene boom na de andere wordt gekapt; wegbermen worden gemaaid voordat er iets in bloei komt. De meeste imkers die ik ken, zowel traditionele als ecologische, zien zichzelf als natuurliefhebber; hun tuin is een oase van bloemen, maar dat is helaas een druppel op een gloeiende plaat; het algehele beeld is afnemende biodiversiteit.

Daarom is er behoefte aan regelgeving die de bouwwoede stopt, die lokale besturen verplicht om in hun groenperken meer bij-vriendelijke planten te zetten, die landbouwers veel actiever stimuleert om florarijke wildstroken in te zaaien of houtkanten aan te leggen.

En bij de bestrijding van zogeheten invasieve exoten zoals de valse acacia en de reuzenbalsemien – beiden uitheemse planten die veel honingbijen aantrekken, maar inheemse planten verdringen – moet je tijdig voorzien in inheemse alternatieven.

Sommige ecologische imkers zien niets in bestrijding van zulke planten, maar toch is het nodig voor een breder biodiversiteitsbehoud. Als het gaat om exotische insecten, zoals de varroamijt of de Aziatische hoornaar die schade toebrengen aan hongingbijen, begrijpen ze het immers wel.

Lees ook: 50.000 stadsbijen op je dakterras

Andere bestuivers

Hoe dan ook is het hoognodig om de verspreiding en dichtheid van honingbijen beter in kaart te brengen bijvoorbeeld via de Belgische voedselautoriteit, bij wie imkers een wettelijke registratieplicht hebben. Als je zo’n kaart combineert met kaarten over het voorkomen van andere bestuivers, en van landgebruik en vegetatietype, kun je zien waar werkelijk sprake is van ernstige voedselcompetitie.

Het welzijn van solitaire bijen en hommels hangt echter ook af van welke honingbijen een imker houdt. Europa telt tien verschillende honingbijen, allen ondersoorten van de Westerse honingbij (Apis mellifera), elk met een eigen natuurlijk leefgebied. De Benelux behoort tot de habitat van de zwarte bij (Apis mellifera mellifera); die hier dus de enige inheemse honingbij is.

Door het importeren van uitheemse honingbijen komt onze inheemse honingbij in de Benelux echter alleen nog in redelijke aantallen voor in Chimay (Wallonië) en op Texel. Die uitheemse honingbijen verdringen onze zwarte bij wanneer uitheemse mannetjesbijen paren met inheemse zwarte bijenkoninginnen. De mannetjes zijn de facto invasieve exoten.

De zwarte bij is van groot belang voor de duurzame imkerij met behoud van biodiversiteit. Immers, de honingbijen waarmee nu vooral in de Benelux wordt geïmkerd – Carnica-bijen uit de Balkanregio en Buckfast-bijen, ontstaan door het kruisen van Europese en Afrikaanse ondersoorten – zijn streng geselecteerd op honingproductie. Zwarte bijen zijn dat niet en brengen dus minder honing op, maar veroorzaken zo ook minder voedselcompetitie voor andere bestuivers.

Lees ook: In De Biesbosch woedt een bijenoorlogje

Overspringende ziekten

Daarnaast is de teelt van Carnica- en Buckfast-bijen afhankelijk van import van genetisch teeltmateriaal (zoals bijenkoninginnen) uit het buitenland. Dat houdt tevens een risico in op het importeren van nieuwe (strengen van) bijenziekten te importeren, die kunnen overspringen van honingbij naar solitaire bij en hommel.

Daar komt bij dat honingbijen van lokale origine door hun aanpassing aan plaatselijke omstandigheden hogere overlevingskansen hebben dan andere honingbijen. Een van de gevolgen van die aanpassing is dat zwarte bijen al vanaf 7 graden Celsius gaan foerageren in plaats van 12 graden, zoals bij uitheemse honingbijen. Pollinatie, bestuiving van bloemen, een van de belangrijkste ‘ecosysteemdiensten’, heeft zo meer baat bij de lokaal aangepaste honingbij.

Meer voedselbronnen vergroten het welzijn van onze bijen. Maar nieuwe imkers zouden er goed aan doen goed aan doen om ecologisch bewust te kiezen voor onze zwarte bij, of op zijn minst met lokale bijen te werken. Steeds meer gevestigde imkers opteren gelukkig ook voor de bedreigde inheemse zwarte bij. Zo lopen er via ZwarteBij.org in het Limburgse Bosland en de Flevopolder unieke projecten om te vermijdden dat zwarte bijen-koninginnen bevrucht worden door uitheemse mannetjes.

Ook de consument kan bijdragen; als u honing wilt kopen, ga dan eens op zoek naar honing van zwarte bijen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.