Sven Koopmans VVD Tweede Kamer lid.

Foto David van Dam

Interview

‘We zijn dan wel ethisch, maar straks zijn we ook dood’

Sven Koopmans De Tweede Kamer zit het buitenlandbeleid van VVD-minister Blok te veel in de weg, zegt zijn partijgenoot Sven Koopmans. „Je kunt de wereld niet per motie regeren.”

Kernwapens: achteraf gezien waren die „prettig ouderwets”, zegt Sven Koopmans. Ze zijn duur, allesverzengend en je ziet waar ze vandaan komen. „Verschrikkelijk natuurlijk”, zegt het VVD-Kamerlid. „Maar de druk om ze níet te gebruiken is altijd enorm geweest.”

Hoe anders is dat nu, met de nieuwkomer onder de massavernietigingswapens: de drone. Goedkoop, klein, moeilijk te traceren, maar ook zeer destructief. De drone-aanval op Saoedische olie-installaties in september deed niet alleen de wereldwijde olietoevoer stokken, maar ook de adem van menig beleidsmaker. Inclusief die van Koopmans. „Kernwapens zijn alleen voor een paar regeringen bereikbaar, drones voor grote groepen mensen”, zegt hij. „Ook voor terroristen.”

Sven Koopmans: „Er gaat geen debat voorbij zonder dat de minister wordt opgeroepen verontwaardigd te zijn.”

Foto David van Dam

Koopmans spant zich al maanden in om die dreiging hoger op de agenda te krijgen. In een motie riep hij het kabinet op dit ook te doen. Die werd behalve door Forum voor Democratie door het hele parlement gesteund. Een oproep die nu, langzaam, zijn vruchten begint af te werpen. Vrijdag houdt minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD), tijdens de Amsterdam Drone Week, een toespraak over de noodzaak om internationaal afspraken te maken. Ook werkt het kabinet aan een internationale conferentie over drones, lasers, robots en ander modern wapentuig.

Voor Sven Koopmans (46), sinds 2017 in de Kamer, is het een welkom succes. Sinds een jaar is hij buitenlandwoordvoerder voor de grootste coalitiepartij VVD, als opvolger van zwaargewicht Han ten Broeke. Een logische volgende stap: eerder werkte hij voor de Europese Unie en de Verenigde Naties, als vredesonderhandelaar in onder meer Darfur, Mali en Syrië. Koopmans schreef er zelfs een boek over, waarin hij deze diplomatieke topsport gedetailleerd ontleedt.

Toch lijkt hij soms niet gemaakt voor de Haagse bubbel, waar ervaring het snel kan afleggen tegen politieke behendigheid. Koopmans is geen soepele spreker. Tijdens een recent debat over Syriëgangers kostte het hem zichtbaar moeite om uit te leggen waarom de VVD tegen de doodstraf is, maar tegelijk bereid is om te accepteren dat eventueel in Irak veroordeelde Nederlandse jihadisten die kunnen krijgen.

Wat is zwaarder: VN-onderhandelaar of Tweede Kamerlid?

Met een glimlach: „Onderhandelen met rebellen in Darfur is minder gezellig.”

De doodstraf verdedigen. Dat kenden we nog niet van de VVD. Vond u dat moeilijk?

„Soms moet je harde dingen zeggen, omdat het nodig is voor de veiligheid van Nederland. En trouwens: de VVD is tégen de doodstraf, overal. Maar: als mensen zelf naar een ander land gaan om terroristische misdaden te plegen, dan kiezen zij ervoor het risico te lopen dat ze daar de doodstraf krijgen. Dat betekent niet dat wij vóór zijn, maar het is hun keuze.”

U zegt eigenlijk: een IS-strijder is een andere, speciale categorie?

„Nee, het is het beroepsrisico van een professionele terrorist.”

Vindt u dat terroristen met de doodstraf wel recht hebben op consulaire bijstand?

„Op dat punt kan ik het beste verwijzen naar een motie van mijn collega Dilan Yeşzilgöz. Daar staat het in.”

Ja of nee?

„Het komt neer op nee, geen recht, maar de woorden van die motie zijn leidend. Dat is het. Willen jullie nog wat water of koekjes?”

Nederland wil graag internationaal meedoen, maar achteraf is er vaak discussie, zoals over de burgerdoden in Irak of de steun aan Syrische rebellen. Is er nog ruimte voor buitenlandbeleid?

„Ja, die ruimte is er, maar we moeten focussen. Het buitenlandbeleid niet maken tot een keuze van: wat heb ik vandaag in de krant gelezen over wat er is gebeurd in Bhutan of Guatemala? En wat ga ik ervan vinden? We moeten kijken: hoe houden wij Nederlanders veilig? Hoe zorgen we dat Nederland herkenbaar blijft? Daarbij hoort dat we risico’s aanvaarden. Je kunt niet helpen bij het blussen van een brandende herberg en daarna zeggen dat dit verkeerd was omdat je brandwonden hebt.”

Is dat wat de Kamer doet?

„Ik wil geen stukje in de krant dat Koopmans klaagt over collega’s. Ik zeg alleen: om een goede, geloofwaardige partner te zijn in de wereld en de eigen belangen veilig te stellen, moet Nederland durven optreden. Interveniëren als het nodig is om veilig te blijven. En daarbij kunnen dingen misgaan.”

Is Nederland slechter in het accepteren van risico’s dan andere landen?

„Ik denk dat Nederland daar inderdaad meer moeite mee heeft. Dat heeft te maken met ons politieke systeem. Ik was vrijdag op werkbezoek in Berlijn en in de Bondsdag viel me op dat ze geen interruptiemicrofoons hebben. Die hebben wij hier wel. Ons systeem is heel open, extreem transparant, iedereen praat mee. Begrijp me niet verkeerd: ik ben daar heel erg vóór. Maar het zorgt wel voor een dynamiek waarbij echt alles onder het vergrootglas ligt.”

Minister Blok zit soms vaker in de Tweede Kamer dan in het buitenland. Vindt u dat echt goed?

„In het begin was ik wel verbaasd over hoeveel debatten wij hebben met ministers, over de kleinste dingen soms. Dat is prima, maar we moeten wel begrijpen dat de wereld niet per motie kan worden geregeerd. Alsof wij met een motie de tanks van Erdogan kunnen omdraaien.”

Kan Blok zijn werk niet meer doen?

„Dat zijn te grote woorden. Maar er gaat geen debat voorbij zonder dat de minister wordt opgeroepen verontwaardigd te zijn. Er zijn zoveel grote ontwikkelingen: de opkomst van China, Russische agressie. Demografische ontwikkelingen in Afrika. Maar de minister wordt gevraagd zich uit te spreken over stripboeken in Rio de Janeiro of het lot van een Roemeense boswachter. Dat werkt niet. Natuurlijk moet Nederland duidelijk maken als er fundamentele grenzen worden overschreden. Maar als de minister van Buitenlandse Zaken er alleen maar is om bij EU, NAVO of VN het lijstje van het parlement af te lopen, dan maak je het hele kabinet in het buitenland tot loopjongen van de verontwaardiging.”

Moet er voor Europese Zaken net als voorheen een staatssecretaris komen? Dat zou Blok ontlasten.

„De institutionele verdeling hoort bij de formatiebesprekingen, en ik heb daar op dit moment geen betere mening over. We moeten er wel voor zorgen dat we genoeg diplomaten en medewerkers hebben om Nederland goed te kunnen laten optreden in de wereld.”

Moet Nederland ook investeren in drones om zelf aan te vallen?

„Ja, alles om ons veilig te houden. In het westen hebben we het altijd alleen maar over onszelf: wat mogen wij doen? Wat is ethisch? Moet een mens uiteindelijk op de knop drukken? Dat is relevant, maar daarmee vergeten we dat onze vijand ons wél zonder aansturing van een mens kan aanvallen. Dan zijn we misschien wel ethisch, maar dan zijn we ook dood.”