Recensie

Recensie Boeken

Arie Storm bereikt in zijn nieuwe roman een hoogtepunt

De elfde roman van Arie Storm gaat over een schrijver met levensangst en doodsvrees. Het is het beste boek dat Storm tot nu toe schreef. (●●●●●)

Illustratie Paul van der Steen

‘Anders is het me hier niet fel genoeg’, zegt een personage in List en leed, de elfde roman van Arie Storm (1963). Dat verklaart waarom hij de koplampen van zijn bruine Volkswagen Polo heeft aangezet, terwijl de junizon schijnt. Die is niet fel genoeg, want het blijft een roman. ‘Alles is hier een beetje afgevlakt. Ze kunnen nog zo hun best doen, maar zoals daar waar wij nu naartoe gaan wordt het nooit. Het is altijd iets minder.’

Een gelaagde grap. Want ‘hier’ is dus niet het pleintje waar de auto geparkeerd staat, maar de roman. En de plek waar ze naartoe gaan, is de werkelijkheid, waar het ‘felrealistisch’ is, zoals dat heet. De wereld in romans blijft daar altijd bij achter. Die bestaat slechts uit wat een paar woorden oproepen: de héle wereld vang je nooit. Die romanwereld is ook aantrekkelijk. Er is minder chaos, meer zin, ‘in kunst klópt alles’, zoals het koplampenpersonage later zegt.

In het literaire oeuvre van Arie Storm is de scheiding van die werelden zelden overzichtelijk, dat is zo’n beetje een beginsel van dit oeuvre. In Storms werkelijkheid is het al evenmin het geval. Sinds zijn alter ego August Voois ten tonele verscheen (vier romans geleden, in Luisteren hoe huizen ademen, 2013) liep de boel uit de hand. Gebeurtenissen uit zijn leven die hij in romans beschreven had, vervormd en wel, ‘gefictionaliseerd’, werden hem daarna in de werkelijkheid kwalijk genomen. Familieleden werden boos. Hij verloor zijn betrekking als boekbespreker bij de radio, als schrijfdocent. Nog gekker: een hoogleraar onder wie Storm gewerkt had, en wiens literaire pendant overleed in Maans stilte (2015), ging in 2017 echt dood. Alsnog dood, wilde ik schrijven, want Storm werd erop aangesproken – althans, het romanpersonage in List en leed dat Arie Storm heet. Dat het slot van Maans stilte dubbelzinnig was over de dode hoogleraar, mocht niet baten.

Levensangst en doodsvrees

Er staat geen muur tussen de fictie en de werkelijkheid. Dat is een gegeven van onze huidige literaire cultuur (en misschien zelfs een politieke realiteit), maar August Voois ervaart het in deze roman ook op persoonlijk vlak. Hij is ervan overtuigd dat zijn vrouw Alice hem ‘uit haar leven wil verwijderen’ – een projectie die vooral voortkomt uit zijn ontdekking dat hij ooit verliefd op haar werd omdat ze hem aan een fijne jeugdherinnering deed denken. Misschien, realiseert hij zich nu, was die herinnering wel een overdrijving, gefictionaliseerd dus. Wat is zijn liefde, gebaseerd op een illusie, dan nog waard?

De boel moet hoognodig gerepareerd worden. Dat is de aanzet van List en leed, waarmee Storm zijn meest gelaagde, sprankelende en doorvoelde roman tot dusver heeft afgeleverd, zeg maar gerust: zijn beste. Zeker, List en leed is een voortzetting van Storms vertrouwde thematiek, met bekende middelen, maar tegelijk is er sprake van een zeldzame combinatie van goed gedoseerde factoren die het resultaat drastisch versterkt. Het gaat opnieuw over een dubbelganger van de auteur, een schrijver met levensangst en doodsvrees. Van de weeromstuit is hij ‘verliteratuurd’: hij leeft op als hij leest, maar ‘altijd was er het gevoel dat hij niet helemaal in het leven verkeerde’.

De crux is dat er ditmaal twee van zulke schrijvers zijn, August Voois én Arie Storm, die in alternerende hoofdstukken langskomen. Zij worden samengebracht door de firma List & Leed, die voorziet in ‘realiteitsreparaties’ en gerund wordt door twee jongens die zich Chuck Ramkissoon en Holden Caulfield noemen. De reparatie houdt in dat August en Arie van plek ruilen. Het personage moet de (felrealistische) werkelijkheid in, de schrijver moet de roman in.

Goochelaar

Dat is een letterlijke vertaling van twee geijkte manieren om literatuur te laten werken: personages moeten levensecht zijn, en de auteur moet niet te nadrukkelijk aanwezig zijn in het verhaal. Illusies zijn dat natuurlijk, ‘levensecht’ en ‘afwezig’ – de paradox is dat je dat wel voelt, maar ook nooit vergeet dat je ‘slechts’ een roman leest, zoals Storm fijntjes aanwijst. Precies dat magische mechanisme interesseert hem (zijn mooie vorige roman Een diadeem van dauw ging er ook over) en hij beproeft het in zijn opengewerkte proza. Storm doet allesbehalve schimmig over de geconstrueerdheid van zijn boek, hij is eerder de goochelaar die zijn truc uitlegt. Of: die zelf probeert te ontdekken hoe die werkt.

Daardoor voelt List en leed algauw aan als een ouderwets postmoderne roman: het vroege werk van Paul Auster vol dubbelgangers, of iets spookachtigs van Kellendonk, iets labyrintisch van Brakman. Storm vernoemde de List & Leed-jongens naar personages van J.D. Salinger en Joseph O’Neill (Laagland), ontleende zijn titel aan Shakespeare, alludeert op de ingenieuze structuur van Hitchcocks Vertigo. Het kantoor van List & Leed staat vol met literatuurwetenschappelijke werken. Je moet dus een béétje van een gedachtenexperiment met postmoderne kantjes houden, maar hoe zelfreflexief dit proza ook is, het is evengoed levendig, want Storm schrijft roezig, voortjakkerend, en hij reflecteert niet zonder daar scènes bij te maken. Hij lijkt vastbesloten, meer nog dan in eerder werk, om de kluwen van dubbelganger- en spiegeleffecten zo helder mogelijk voor het voetlicht te brengen, en dat werkt. En de postmoderne grapjes zijn niet te versmaden: ‘Ik liep over het plein dat ik zo goed kende uit mijn romans.’

Ontsnapping

Deze roman is tegelijk – en mede daarom is het Storms beste – beduidend meer dan een postmodern spel: er speelt een existentiële kwestie, er klopt een hart in. Het is literatuur over literatuur, maar gaat in een moeite door ook over de rol van fictie in ons leven. We verhouden ons tot de wereld door verhalen te maken, zozeer dat die verhalen de plaats innemen van de echte wereld. Dan dringt de vraag zich op: waar leven we dan nog in? Anderzijds: kunnen we de echte wereld wel aan, zonder verhalen? Alle verwijzingen en grensoverschrijdingen in List en leed werken mee in de tekening van de verliteratuurde hoofdpersoon – en zijn tragiek.

Als jongen voelde Arie Storm zich gered toen hij de literatuur leerde kennen, wat hij eerder dit jaar ook beschreef in Het horrortheater van de Nederlandse literatuur (een essayboek dat je misschien wel het meest op waarde schat wanneer je het tot zijn fictie-oeuvre rekent). Hij ontsnapte, net als de Arie Storm in List en leed, aan de kilte van het leven door zich te verliezen in een boek. Zo is voor de volwassen Storm/Voois literatuur ook een ontsnapping, aan somberte, aan depressies, die in Storms oeuvre vaker opdoken, maar nooit zo definitief. In fictie kan hij de wereld bevatten, kloppend maken, en zo kan hij het leven aan – en daarom verdwijnt hij ditmaal helemaal. Er is eerst een wisseltruc en vervolgens een showdown, waarna de realiteit gerepareerd is en de boel klopt.

Is Storms oeuvre daarmee af? List en leed is er in elk geval de sublimering van.