Recensie

Recensie Muziek

Boy Edgar Prijs-winnaar Jasper Blom geeft pure jazzkracht door

Boy Edgar Prijs Jazzsaxofonist Jasper Blom kreeg op een speciale concertavond in het Bimhuis de Buma Boy Edgar Prijs, de hoogste waardering op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek.

Boy Edgar Prijs-winnaar Jasper Blom, woensdagavond in het Bimhuis in Amsterdam.
Boy Edgar Prijs-winnaar Jasper Blom, woensdagavond in het Bimhuis in Amsterdam. Foto Govert Driessen

Bijna niet voor te stellen is het. De wisseltrofee van de Buma Boy Edgar Prijs, een naar John Coltrane vernoemd bronzen sculptuur van Jan Wolkers, wisselt al sinds 1963 (eerste winnaar: Herman Schoonderwalt) van eigenaar. Van de ene schoorsteenmantel wordt het beeld zo – hop – weer achterop de bagagedrager geklemd naar het huis van de volgende jazzheld. Tijdens de speciale concertavond voor de winnaar van deze hoge jazzwaardering was hij voor saxofonist, componist en organisator Jasper Blom.

Tv-maker, presentator én jazzfanaat Wilfried de Jong had er woensdag in het Bimhuis in Amsterdam niet alleen een door Bloms spel geïnspireerde lofrede bij. Hij zong ook een buitengewone ode: de lastig langgerekte, rappe saxofoonsolo van Johnny Griffin in ‘Blue ‘n’ Boogie’ (1962).

De kersverse winnaar Blom (Geldrop, 1965) gebruikte zijn carte blanche voor een „generatie-overschrijdend concert”. Hij is op een punt gekomen dat hij muziek wil doorgeven – „Niet alleen maar voor jezelf gaan, maar ook de volgende generatie een handje helpen.” Dus waren veel leerlingen uitgenodigd.

Maar eerst speelde hij met zijn eigen kwartet, alweer veertien jaar met elkaar op pad en zes albums verder. Die band heeft voor Blom altijd een soort laboratoriumkarakter gehad, met een open mind „zodat er van alles kan ontstaan”. In het volle programma kon die chemie niet echt van de grond te komen. Al draaide het kwartet wel warm in het stuk ‘Knor’ van Dexterity (2010), waarin sax en gitaar een razendsnel loopje nemen langs listige ritmiek.

Er komt een tijd dat je in de jazz de oudere collega van je talentvolle leerling wordt. Dat weet Blom maar al te goed en hij laat zich er graag door aansteken. Met Zilt, Bloms kwartet vol twintigerstalent zoals trompettist Ian Cleaver, kreeg zijn bedachtzame spel vleugels. Prachtig gevoelvol voerde Zilt de Mengelberg-klassieker ‘De Sprong, O Romantiek der Hazen’ uit.

In de uitgebouwde versie van Zilt, een tentet vol conservatoriumstudenten, was Blom helemaal in zijn sas als aanvoerder op klarinet van de zeskoppige blaassectie. In op Emily Dickinson geïnspireerd werk viel de zang van Anna Serierse op: hoe losjes en ontwapenend. Zeker in het spannend opgebouwde stuk dat gebaseerd is op het frappante zinnetje „Musicians wrestle everywhere / All day – among the crowded air”. Het arrangement van Rob Horsting was strak.

Over hoe pure jazzkracht wordt doorgegeven gesproken trouwens. Het slot waarin Blom met zijn mentor, saxofonist Dick Oatts, de Amerikaanse bassist Mike Boone en diens 13-jarige zoon Mekhi, een jong drumtalent, speelde, had alles in zich: zowel de vonk als de immer gloeiende kool.