Recensie

Recensie Muziek

Verrukkelijk sprookje waarin het kwaad deze keer wint

Assepoester In La Cenerentola (Assepoester) van De Nationale Opera triomfeert het kwaad. Regisseur Laurent Pelly laat de droom van Assepoester uiteenspatten, in een decor dat net zo gelaagd is als Rossini’s muziek.

Isabel Leonard als Cenerentola
Isabel Leonard als Cenerentola Foto Matthias Baus

Voor De Nationale Opera en Ballet is de feestmaand december begonnen. Naast de twaalfde (!) reprise van het succesballet Notenkraker en Muizenkoning betekent dat voor het eerst ook een lichte, als familievoorstelling geafficheerde nieuwe operaproductie: Rossini’s verrukkelijke sprookje La Cenerentola (Assepoester) in de regie van Laurent Pelly – bekend om zijn fijnzinnige antenne voor het (tragi)komische.

Voor wie tuk is op de gulle lach die Rossini uitserveert in Il Barbiere di Siviglia en L’Italiana in Algeri is La Cenerentola een relatief ingetogen opera. Kolderieke elementen, sprankelende muziek en schuddebuikige ensembles vol moedwil en misverstand ontbreken niet, maar die moralistische subtitel – „het goede triomfeert” – pende Rossini niet zomaar neer. De arme Cenerentola, door haar familie misbruikt als huissloof, heeft een zuivere ziel en wint daarmee het hart van de Prins – haar twee verwende zusjes in zoete gerechtigheid het nakijken gevend.

Lawrence Brownlee als Don Ramiro. Foto Matthias Baus

Bij Pelly triomfeert juist het kwaad. Hij presenteert La Cenerentola als een verhaal over droom en werkelijkheid. De openingsaria ondersteunt dat idee; Assepoester dagdroomt al poetsend over het sprookjesachtige lot dat haar later dan echt ten deel valt. Of ‘echt’? Pelly houdt de scheidslijn tussen fantasie en werkelijkheid bewust fluïde. De sprookjeswereld oogt monochroom Barbie-roze, zo suikerzoet dat het pijn doet aan de zintuigen.

Koets uit de lucht

Briljant is de scène met de koets, die hier letterlijk uit de lucht komt vallen. Cenerentola mag erin naar het prinselijk bal, maar haar koets is maar een silhouet; in werkelijkheid zit ze erachter, bovenop een maar al te reële wasmachine. Pelly besluit met hetzelfde fraaie, Vermeerachtig uitgelichte beeld als waarmee de opera opent: Assepoester in de lege ruimte, alleen met haar mop en haar emmertje sop. Weg prins, weg koets, weg mooie droom.

Lees ook: Lees ook dit interview met dirigent Daniele Rustioni

Intelligent en overtuigend is intussen ook de manier waarop decor en regie aansluiten op muziek en tekst. Het decor van Chantal Thomas is gelaagd als Rossini’s muziek: de rommelige kamertjes van Cenerentola’s ouderlijk huis schuiven op verschillende niveaus horizontaal in en uit. Het beruchte sextet ‘Questo è un nodo avviluppato’ wordt gezongen in een wriemelige mensformatie; precies zo’n „onontwarbaar kluwen” als wordt bezongen. Keerzijde van al die perfect uitgevoerde, doordachte gestrengheid is dat je spontaniteit mist. Gelukkig is dáár dan het Nederlands Kamerorkest, dat onder leiding van de terecht rijzende ster Daniele Rustioni lekker veel vaart brengt in de handeling; sprankelend en vol compromisloze versnellingen die soms nog wel een prijs eisen in de afstemming met koor en solisten.

De voorstelling is bezet met goede zangers, die theatraal soms nét de scherpte missen die nog een dimensie had kunnen toevoegen. Lawrence Brownlee bijvoorbeeld heeft een zeer fraaie en karaktervolle Rossini-tenor, maar als Prins straalt hij ook iets braafs uit. Nicola Alaimo (Don Magnifico) is een uitstekende zanger met ijzersterke buffo-kwaliteiten, maar hij oogt hier zo weinig vaderlijk dat je je voortdurend afvraagt of hij niet beter de rol van Dandini had kunnen zingen. De meest opvallende zangers, vocaal én theatraal, zijn bariton Alessio Arduini (Dandini) en stralend in het middelpunt de prachtige mezzo Isabel Leonard als geplaagde, af en toe door hoop opgloeiende Assepoester.

Trailer van de voorstelling: