Reportage

Xenofobie trekt Ethiopië uiteen

Etnische strijd Premier Ahmed wil leider zijn van álle Ethiopiërs, maar onder zijn leiding neemt het geweld tussen bevolkingsgroepen juist toe.

Aanhangers van Jawar Mohamed. „Jawar is een ziener”, zegt zijn aanhang.
Aanhangers van Jawar Mohamed. „Jawar is een ziener”, zegt zijn aanhang. Foto’s Mulugeta Ayene/AP, AFP

Tegen de berg aangeduwd in een buitenwijk van Adama verblijven duizenden ontheemde Oromo’s in primitieve huisjes. Murrat trekt zenuwachtig aan zijn naar voren springende neus. „Soms verlies ik de moed door al het geweld”, zegt hij.

Twintig jaar had Murrat een bakkerij in Oost-Ethiopië, maar die ging vorig jaar verloren bij conflicten met een andere bevolkingsgroep. Hij vluchtte naar zijn Oromo-stamgebied bij de centraal gelegen stad Adama en begon er een bakkerij. Hij bijt op zijn ontvelde lippen en zegt boos: „Vorige week kwamen Amharen van de andere kant van de berg. Opnieuw zijn al mijn bezittingen vernield. Ik ga terugvechten, ik ben een echte qeerroo.”

Honderdduizenden Ethiopiërs sloegen de afgelopen maanden op de vlucht vanwege grieven rond toegang tot water en akkers, over talen en identiteiten en zelfs over religie. De mysterieuze qeerroo-beweging speelt een grote rol bij het etnische geweld. Ze vertegenwoordigt een nieuwe generatie van Oromo’s – zelfverzekerd en gericht op de eigen stam – die door mobilisatie via internet de natie op zijn grondvesten doet schudden.

Xenofobie heeft de vrije loop. „Ik ben in de eerste plaats een Oromo, daarna een Ethiopiër”, zeggen alle leden van qeerroo. Dit stambewustzijn groeide toen de regering in 1995 het land opdeelde in deelstaten die op basis van etniciteit zijn gevormd. Hierdoor werd de etnische identiteit versterkt, die vervolgens een voorname rol ging spelen bij het verzet tegen de centrale regering, waarvan het gezag afbrokkelde.

Tot in april vorig jaar premier Abiy Ahmed onverwacht de macht overnam. Hij is een Oromo maar wil leider van álle Ethiopiërs zijn en heeft afstand genomen van het Oromo-verzet. Dat wordt hem niet in dank afgenomen. „Abiy heeft ons Oromo’s in de steek gelaten”, klaagt Hassan Ahmed, een qeerroo in Adama. „Daarom verdient hij de [volgende week uit te reiken] Nobelprijs voor de Vrede niet.”

Oude tradities

De invloed van de qeerroo is enorm. De beweging brengt gemakkelijk honderdduizenden activisten op de been die wild met de Oromiya-vlag zwaaien. Ze heeft een losse organisatiestructuur en grijpt terug naar oude tradities. Het moderne Ethiopië is een creatie van Afrikaans kolonialisme. Pas aan het einde van de negentiende eeuw gingen de Oromo’s deel van Ethiopië uitmaken. Ze kenden hun eigen democratische bestuursstructuur, en hadden de qeerroo: een leger van ongetrouwde jonge mannen.

„Onze voorouders leerden ons om te streven naar de bevrijding van het kolonialisme”, vertelt Lammi Begna. Hij zat twee jaar in de cel wegens werk voor de qeerroo. „Jarenlang werkten we op universiteiten en scholen aan de opbouw van de moderne qeerroo”, vertelt hij. „Nu kunnen we binnen twintig minuten in gebieden over honderden kilometers onze aanhangers mobiliseren. De repressie maakte van alle Oromo’s politici.”

Op een druilerige zondagochtend vertellen jongeren over qeerroo. Ze kiezen daarvoor een terras met uitkijk op een kratermeer bij de stad Bishoftu, „om te tonen hoe prachtig Oromiya is”. Ze zijn nauwelijks de twintig gepasseerd. Ieder maakt aantekeningen en historische kanttekeningen. Ze volgen allen een opleiding.

Sabonta licht haar trui op om te laten zien hoe ze stenen verbergt bij rellen. Galatz vertelt hoe hij tijdens de kerkdienst heimelijk informatie uitwisselt met leden van qeerroo-cellen. Samuel poneert dat premier Abiy Ahmed de cel in moet omdat hij de politie op Oromo-jongeren laat schieten.

Ze zeggen allemaal dat strijd voor de eigen stam prioriteit verdient. Zelfs het ijveren voor hogere lonen in de officiële industriële parken en de bloemboerderijen van Nederlandse kwekers is secundair. Ze willen de vlag van Oromia in de hoofdstad Addis Abeba hijsen en op nationaal niveau meer erkenning van hun taal. „Oromia is nog steeds niet bevrijd, we vechten nog steeds voor gelijkheid en we willen meer autonomie”, zegt Zeleke, een qeerroo-strijder in Bishoftu.

Heroïsch imago

Het in 1976 opgerichte Oromo Bevrijdingsfront (OLF) begon met de mobilisatie van de qeerroo voor politieke doeleinden. Rond het OLF hangt voor de Oromo-jeugd een heroïsch imago, maar de populairste voorman is de fanatieke Oromo-leider Jawar Mohamed. „Jawar is een ziener, een analist, een intellectueel”, prijst iedereen hem op het terras in Bishoftu.

Jawar maakte vanuit zijn ballingschap in de Verenigde Staten gebruik van sociale media om de qeerroo aan te vuren en heeft nu 1,75 miljoen volgers op Facebook. Toen hij na de door Abiy Ahmed geleide verzoening naar Ethiopië mocht terugkeren, stonden honderdduizenden hem op te wachten. En nog steeds kan hij met een paar opmerkingen op Facebook een volksopstand onder de Oromo’s ontketenen.

In oktober schreef hij ’s nachts op Facebook dat de politie zijn beveiliging had ingetrokken en dat zijn leven gevaar liep. Er braken meteen overal rellen uit, waarbij 86 mensen omkwamen en talrijke gebouwen in vlammen opgingen. Tegenstanders noemen Jawar een xenofoob, een monster dat Ethiopië verscheurt. „De premier moet veel harder tegen hem en zijn relschoppers optreden”, vindt oppositiepoliticus Berhanu Nega in Addis Abeba. Hij streeft een pan-Ethiopisch bestuursmodel na. De beroemde marathonloper Haile Gebreselassi suggereerde Facebook aan te klagen als het doorgaat met het toelaten van opruiende teksten. Abiy Ahmed overweegt in tijden van spanning het internet af te sluiten.

Behalve de Oromo’s, die 35 procent van de ruim honderd miljoen Ethiopiërs uitmaken, vormden ook andere, kleinere bevolkingsgroepen de afgelopen jaren jeugdmilities. Zo trekken tribale krachten Ethiopië uiteen. Abiy Ahmed wil juist een andere richting uit. Hij ontbond vorige maand de uit etnische partijen bestaande regeringscoalitie en vormde de multi-etnische Welvaartspartij. Vooralsnog is hij is de enige verenigende factor in het ontbindende land.