Wie kijkt nog op van corruptie in Israël?

Aanklacht tegen Netanyahu Een beetje corruptie was al best normaal in Israël. De zaken rond premier Netanyahu roepen de vraag op of het land verder afglijdt.

Demonstranten tijdens een protest tegen premier Netanyahu, afgelopen weekend in Tel Aviv.
Demonstranten tijdens een protest tegen premier Netanyahu, afgelopen weekend in Tel Aviv. Foto Oded Balilty/AP

Israël is amper bekomen van de schok dat premier Benjamin Netanyahu is aangeklaagd in drie corruptiezaken, of de Israëlische kranten staan alweer vol met nieuwe corruptieberichten. Een vrouwelijke jurist zou seks hebben gehad met een commissielid om te worden benoemd tot rechter. Tien ambtenaren, onder wie een burgemeester, zijn vorige maand gearresteerd op verdenking van omkoping bij de aanleg van wegen. En een dezer dagen wordt een aanklacht verwacht tegen naaste medewerkers van de premier in een miljardendeal voor Duitse onderzeeërs. Is corruptie in Israël zo gewoon dat niemand er meer van opkijkt?

In de corruptie-index die de internationale organisatie Transparency International (TI) elk jaar publiceert, staat Israël op de 34e plaats, tussen Botswana en Polen in. In een regio waar veel landen ergens onderaan de lijst bungelen, valt dat mee. In Israël hoeven mensen geen smeergeld te betalen om een rijbewijs te krijgen, er staat niet om de paar honderd meter een politieagent langs de weg om extra zakgeld binnen te halen. Bedrijven kunnen zich vestigen zonder ambtenaren om te kopen. Maar vergeleken met andere westerse landen doet Israël het minder goed. In 1996 stond het nog op plaats zestien. Nederland staat nu op de achtste plaats.

‘Svjazi’, ‘wasta’ en ‘protektzia’

„De Israëlische bevolking is een mix van culturen”, zegt onderzoeker Ron Berger, die veel heeft gepubliceerd over internationaal zakendoen. „Iemand uit Rusland weet dat alles via sviazi gaat, een Marokkaanse Israëliër weet dat alles werkt met wasta.” In Israël wordt het woord protektzia gebruikt: om iets gedaan te krijgen, heb je connecties nodig. Toch is Israël volgens Berger anders. „Corruptie bestaat, maar Israël heeft wél een sterk rechtssysteem.”

Dat beaamt Ran Lachman, mede-oprichter van de Israëlische afdeling van Transparency International. In Israël werken corrumperende en zuiverende krachten tegen elkaar in, zo blijkt uit onderzoek van TI uit 2014. De rechterlijke macht, de centrale kiescommissie en de nationale ombudsman beschermen de integriteit, terwijl de regering en ambtenarij plus de politieke partijen het systeem juist steeds verder ondermijnen.

Recente uitspraken van politici die de legitimiteit van instituties in twijfel trekken en pogingen om gunstig gezinde functionarissen te benoemen op sleutelposities, wijzen er volgens Lachman op dat de pijlers onder de integriteit omver worden getrokken.

Niet teveel stelen

Berger is optimistischer over de ontwikkelingen. „Israël is niet per se corrupter geworden. Wel wordt er nu grote schoonmaak gehouden.” De prijs van protektzia is hoger geworden. „Wat we nu zien, zijn gevallen van een paar jaar geleden, of mensen die nog niet hebben begrepen dat de regels zijn veranderd.”

Tot een jaar of vijf geleden was het normaal voor Israëlische politici om een beetje corrupt te zijn, zegt Berger. „Een burgemeester hielp zijn familieleden aan een baan, of deed iets bovenop zijn salaris. Dat hoorde erbij. Zolang je niet teveel mensen schaadde en niet teveel geld stal, was dat geaccepteerd. Nu niet meer.”

Het is Israëlische politici inmiddels wel duidelijk dat ‘klassieke corruptie’ niet kan. Dat komt vooral door de zaak tegen Ehud Olmert, de premier die in 2009 werd aangeklaagd en in 2015 veroordeeld wegens corruptie.

Grijs gebied

De grenzen zijn minder duidelijk bij subtielere vormen van corruptie. En juist dat grijze gebied is het gevaarlijkst, stelt Yuval Feldman die voor de Bar Ilan-universiteit en het Israel Democracy Institute (IDI) de psychologie van corruptie onderzocht. „Mensen kunnen moeilijk aan zichzelf uitleggen dat ze 100 miljoen dollar hebben aangenomen in ruil voor een gunst”, zegt hij. „Maar bij dubbelzinnigheid maken ze zichzelf en anderen wijs dat ze niks verkeerd doen.”

Dat geldt volgens Feldman mogelijk zelfs voor de aangeklaagde premier. Volgens Feldman zou Israël veel bespaard zijn gebleven als precies in de regels had gestaan dat politici geen directe interactie mogen hebben met mediabazen.

In twee van de drie aanklachten tegen Netanyahu gaat het om mediabeïnvloeding. In de ernstigste zaak zou Netanyahu de grootaandeelhouder van een telecombedrijf hebben beloofd wetgeving aan te passen, in ruil voor positieve berichtgeving op zijn nieuwssite Walla.

Bij het publiek is de tolerantie voor dit soort corruptie groter dan voor klassieke omkoping. Dat bleek volgens Feldman uit Netanyahu’s houding in het omkoopschandaal rond de onderzeeërs, waarin hij zelf niet wordt vervolgd. „Daar zei hij heel snel dat hij er niets mee te maken had. Anders zou hij een veel hogere politieke prijs hebben betaald.”

De impact van de Netanyahu-affaire is volgens de onderzoekers ondertussen ‘dramatisch’. Naast Netanyahu zijn maar liefst drie ministers beschuldigd van corruptie. Toch worden deze politici electoraal nauwelijks afgestraft. Zelf vallen ze ondertussen de rechterlijke macht aan, de premier voorop. „Instellingen die als niet-politiek werden beschouwd, zoals het juridische systeem en de politie, worden nu door een groeiend aantal mensen als politiek gezien”, zegt Feldman. Want in een speech zei Netanyahu dat die instanties corrupt zijn en zelf onderzocht moeten worden. „Hoe meer mensen dat geloven, hoe minder ze geneigd zijn de wet te gehoorzamen.”

De huidige aanklacht tegen Netanyahu is een keerpunt, meent Lachman. Enerzijds kan het „eroderende” effect van de affaires rond Netanyahu niet van de ene op de andere dag worden gekeerd. Anderzijds vindt nu wel een schoonmaakactie plaats.

„De situatie is slechter geworden, maar tegelijk wordt meer aan het licht gebracht. De reacties op de gebeurtenissen en op de lopende rechtszaak zullen de richting bepalen: meer of minder corruptie.”