Wat wil China met het dna van Oeigoeren?

Erfelijk onderzoek Chinese wetenschappers doen omstreden dna-onderzoek onder Oeigoeren, een onderdrukte moslimminderheid in het land.

Oeigoerse mannen verlaten de Aidkahmoskee in Kashgar in de Chinese provincie Xinjiang, aan het einde van de ramadan op 5 juni 2019.
Oeigoerse mannen verlaten de Aidkahmoskee in Kashgar in de Chinese provincie Xinjiang, aan het einde van de ramadan op 5 juni 2019. Foto Greg Baker/AFP

Deskundigen vrezen dat China erfelijke informatie in het dna van Oeigoeren zal misbruiken om deze etnische minderheid van overwegend moslims verder te onderdrukken. Dat schreef The New York Times dinsdag, in reactie op een wetenschappelijk artikel dat in april van dit jaar verscheen.

In die publicatie, met elf Chinese auteurs in het vaktijdschrift Human Genetics, worden acht verschillende dna-varianten beschreven die de gezichtskenmerken van Oeigoeren bepalen. Saillant detail: één van de onderzoekers, Fan Liu, is ook deeltijd-medewerker bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Lees ook: Huis van Afgevaardigden neemt Oeigoerenwet aan - tot woede van China

Gezichtsherkenning door middel van camera’s op straat heeft in China meer dan waar ook ter wereld een grote vlucht genomen. De vrees is dat dna-profilering dit surveillance-systeem nog indringender zal maken. De Chinese overheid is bezig „technologieën te bouwen om op mensen te jagen”, zegt de Canadese socioloog Mark Munsterhjelm van de University of Windsor in Ontario in The New York Times. Munsterhjelm bestudeert racisme en ideologie binnen genetisch onderzoek.

China heeft sinds de jaren negentig diverse malen te maken gehad met aanslagen van Oeigoerse nationalisten en heeft in reactie daarop de controle op de noordwestelijke provincie sterk verstevigd. Ruim een miljoen van de elf miljoen Oeigoeren zouden in interneringskampen zitten, waar zij les krijgen over de Chinese taal en wetgeving.

Niet onrechtmatig

Er gaan al langer geruchten dat de Chinese overheid bezig is met het aanleggen van een dna-databank van Oeigoeren, waarbij mensen onder het mom van een verplicht gezondheidsonderzoek hun dna moeten afstaan. Het dna voor de omstreden studie in Human Genetics is afkomstig van 612 Oeigoeren uit de stad Tumxuk in de provincie Xinjiang. Volgens de auteurs van de studie hebben ze de deelnemers „mondeling in hun eigen taal geïnformeerd” over de studie, waarna zij ervoor hebben getekend. Dat zou niet onrechtmatig zijn, maar tegelijk is het minder geruststellend dat enkele onderzoekers volgens The New York Times in dienst blijken te zijn van de Chinese politie.

De bij het onderzoek betrokken Fan Liu, ook deeltijd-medewerker bij het Erasmus MC reageerde niet op e-mails. Zijn werkgever meldde in een verklaring dat de „wetenschappelijke artikelen waarnaar The New York Times verwijst geen verband houden met het onderzoek van dr. Liu bij het Erasmus MC.”

Fan Liu kwam in 2002 naar Nederland en promoveerde in 2009 aan de Erasmus Universiteit op de genetica van dementie. Daarna werkte hij als postdoc bij de afdeling forensische moleculaire biologie van het Erasmus MC. In 2015 kreeg hij ook een aanstelling bij het Beijing Institute of Genomics, nadat hij een grote Chinese beurs ontving van het zogeheten ‘Duizend-talenten-plan’. Hij bleef in deeltijd actief in Rotterdam. Het Erasmus MC heeft geen samenwerkingsovereenkomst met het Chinese instituut.

Een woordvoerder van het Erasmus MC meldt dat intern al onderzoek gedaan is naar eventuele misstanden rondom het werk van Liu, maar dat „geen zaken gevonden zijn die aanleiding geven tot disciplinaire maatregelen tegen hem”. In de persverklaring meldt het Erasmus MC verder dat het „geen informatie heeft over de gebruikte datasets, noch over de steekproefdetails of over andere aspecten van dit onderzoek die in deze wetenschappelijke artikelen worden genoemd”.

Op zoek naar genen die het uiterlijk bepalen

Groepsleider Manfred Kayser, onder wiens verantwoordelijkheid Liu in Rotterdam werkt, wil niet ingaan op details maar geeft wel zijn persoonlijke opvatting over dit onderwerp. „Als de wetenschap nieuwe toepassingen mogelijk maakt, kunnen die ten goede worden gebruikt, maar ook ten kwade”, zegt hij. „Als je niet wilt dat wetenschap negatieve toepassingen krijgt, zou je het onderzoek helemaal niet moeten doen, wat uiteraard tot gevolg heeft dat ook de positieve toepassingen niet beschikbaar komen.”

Volgens de Chinese onderzoekers was hun studie nodig „om een brug te slaan” tussen de kennis die er al is over de erfelijkheid van gezichtskenmerken bij mensen van Europese afkomst en die van mensen van Aziatische afkomst. De Oeigoeren omschrijven zij als een groep met gemengde Europese en Aziatische wortels.

Lees ook Nieuwe simkaart? Dan moet je in China eerst je gezicht laten scannen

De onderzoekers zochten naar dna-varianten die samenhingen met bepaalde verhoudingen in het gezicht van de deelnemers, bijvoorbeeld de afstand tussen het midden van de onderlip en de neusvleugels, of de afstand tussen de oorlelletjes en de buitenste ooghoek. Ze identificeerden acht van zulke dna-varianten.

Forensische identificatie

Kayser benadrukt dat dit nog lang niet voldoende is voor forensische identificatie. „We beginnen pas net iets te begrijpen van de genetische basis van de variatie in menselijke gezichtsvormen. De eerste van die genvarianten die in de laatste jaren zijn ontdekt hebben laten zien dat hun invloed klein is, wat niet onverwacht is voor een complexe eigenschap als gezichtsvorm.”

Volgens Kayser verklaart één van de nu bekende genvarianten minder dan 1 procent van de variatie in gezichten, en kom je met alle genvarianten bij elkaar in één studie nog altijd niet verder dan 5 procent. „Dat maakt meteen heel duidelijk dat het op dit moment onmogelijk is uit dna te voorspellen welk gezicht erbij hoort. Er zullen nog veel meer genen geïdentificeerd moeten worden voordat gezichtsvoorspelling uit dna kan worden overwogen voor welke praktische toepassing dan ook. Oog-, haar- en huidskleur zijn uiterlijke kenmerken die wel vanuit het dna voorspeld kunnen worden, maar gezichten niet.”

Ethische bezwaren tegen onderzoek naar de genetica van gezichtskenmerken schuift Kayser terzijde: „Mijn persoonlijke motivatie om forensisch dna-onderzoek te doen is dat hiermee misdadigers beter opgespoord en geïdentificeerd kunnen worden, zodat ze vervolgd kunnen worden, wat helpt meer misdaad te voorkomen. Het is wettelijk geregeld of en hoe dna-onderzoek voor opsporingsdoeleinden gebruikt mag worden.”