‘Wat wij in Hebron deden, is niet te rechtvaardigen’

Fototentoonstelling Expose(d) De permanente en dikwijls zinloze invallen bij Palestijnse huizen, stonden een aantal Israëlische soldaten zo tegen dat ze besloten zich uit te spreken.

Tal Sagi (27), voormalig soldaat in het Israëlische leger.
Tal Sagi (27), voormalig soldaat in het Israëlische leger. Foto Quique Kierszenbaum

Kritiek op het Israëlische leger, dat een sleutelrol vervulde in het voortbestaan van Israël, ligt gevoelig. Zeker als die uit eigen kring komt, van veteranen. Het kan tot ruzie in families leiden, zoals Tal Sagi (27) ondervond. „Mijn vader en broers waren woedend toen ik besloot me uit te spreken tegen de bezetting van Palestijnse gebieden”, vertelt Sagi, die tussen 2010 en 2012 in de Palestijnse stad Hebron dienst deed. Haar vader, een kolonist op de Westelijke Jordaanoever, is nog altijd kwaad. „Ik blijf de kwestie met hem bespreken in de hoop dat hij zijn ongelijk inziet.”

Deze herfst hing haar zwart-witte portretfoto in kunstgalerij Orly Dvir in Tel Aviv, tussen 51 anderen die zich tegen de repressie van de Palestijnen uitspreken. Elk portret is voorzien van hun argumenten. Zo treden deze oud-militairen, verenigd in de organisatie Breaking the Silence, uit de anonimiteit. Daar is moed voor nodig, want velen in Israël haten de organisatie. Ultrarechtse parlementariërs stelden voor haar te verbieden.

Breaking the Silence, waarbij 1.200 oud-militairen zijn aangesloten, wil mensen doordringen van wat er werkelijk gebeurt in bezet gebied. De tentoonstelling is van fotograaf Quique Kierszenbaum. Meestal zijn zulke getuigenissen anoniem maar steeds vaker maken getuigen hun identiteit openbaar. 22 van de 52 getuigen komen voor het eerst ‘uit de kast’.

Volksleger van dienstplichtigen

De kiem van het fotoproject Expose(d) werd volgens Kierszenbaum gelegd toen hij in 2009 bezig was met een boek over de Gazastrook en hoorde van een telefoontje van Don Macintyre, correspondent van het Britse dagblad The Independent, met een Israëlische legerwoordvoerder. Macintyre wilde een officiële reactie op getuigenissen van Breaking the Silence over repressie door het Israëlische leger in de Gazastrook. Daarop antwoordde de woordvoerder dat de beschuldigingen wel konden worden onderzocht maar niet op basis van anonieme getuigen van wie niet vaststond dat ze (oud-)militairen waren.

„Toen kwam het idee op de anonimiteit te doorbreken en een serie portretten te maken”, vertelt Kierszenbaum (52), zelf opgegroeid onder een dictatoriaal regime in Uruguay. „Ik dacht dat veel getuigen huiverig zouden zijn bij zo’n telefoontje van een man met een Latijns-Amerikaans accent, maar dat bleek niet zo te zijn. Toen ik hen voorstelde hun anonimiteit te doorbreken met een portret, begrepen ze direct wat ik bedoelde.”

Zelf heeft Kierszenbaum geen last gehad met het leger. „Gelukkig heerst er anno 2019 nog persvrijheid in Israël”, bromt hij. De expositie toont mensen van alle rangen en standen. Het Israëlische leger is immers een volksleger van dienstplichtigen. Lang niet iedereen maakte ernstige misdaden mee, maar de permanente en dikwijls zinloze invallen bij Palestijnse huizen in het holst van de nacht bij families met kinderen, het geweld en de intimidatie van gewone Palestijnse burgers gingen hen zo tegenstaan dat ze besloten hun stilte te verbreken.

„Het duurde lang voor ik inzag wat de bezetting inhield”, zegt Sagi een beetje verlegen. „Pas na mijn diensttijd begon het me te dagen dat ik onderdeel had uitgemaakt van de onderdrukking van de Palestijnen.” Met Palestijnen had Sagi eigenlijk nooit te maken. Ze verbleef vooral in de wijken in de grotendeels Palestijnse stad Hebron die joodse kolonisten voor zich hadden gereserveerd. „Mijn rol was militairen uit te leggen waarom het legitiem is en ‘cool’ om honderden soldaten te hebben in de stad en waarom ze over een stad van honderdduizenden Palestijnen moeten heersen”, vertelt ze in de catalogus.

Yehuda Shaul (36), voormalig officier en als klokkenluider de medeoprichter van Breaking the Silence. Foto Quique Kierszenbaum

Schieten zonder aanleiding

Yehuda Shaul (36), medeoprichter van Breaking the Silence, was door zijn vader – eveneens kolonist – opgevoed met het idee dat de joden recht hadden op grote delen van de Westelijke Jordaanoever. Maar tegen het eind van zijn dienst worstelde Shaul, een rijzige man met baard, met de vraag of Israël de Palestijnen wel rechtvaardig behandelde. „Plots besefte ik dat 98 procent van wat ik deed niet te rechtvaardigen is.” Vooral de dagelijkse beschietingen kort voor zonsondergang op doelen in Hebron, zonder dat de Palestijnen daartoe aanleiding gaven, zaten hem dwars.

Hij sprak met collega-militairen, die er net zo over bleken te denken. In 2004, nadat ze waren afgezwaaid, publiceerden ze hun getuigenissen. Ze noemden hun organisatie Breaking the Silence. „Nooit eerder hadden Israëlische veteranen zoiets gedaan”, vertelt Shaul. „Zelfs het parlement besprak het.” De behoefte om gewone Israëliërs te laten zien hoe hun leger zich gedraagt, is voor alle aanwezigen bij Expose(d) de voornaamste drijfveer. „Ik ben niet tegen een instelling als het leger”, zegt Guy Immerman (30), een oud-sergeant. „Maar wat het leger doet, moet duidelijker worden voor het publiek.”