Recensie

Recensie Muziek

Vicky Chow speelt haar notencascades als een dansende derwisj

Hedendaags Pianotitaan Vicky Chow was voor één concert in Nederland. In Tilburg speelde ze een spectaculair recital met hedendaagse composities. (●●●●●)

Vicky Chow, dinsdag in Tilburg.
Vicky Chow, dinsdag in Tilburg. Foto Paul Janssen

Vicky Chow, een wereldbefaamde pianotitaan in de hedendaagse muziek, was vanuit New York overgekomen voor één concert aan deze zijde van de oceaan, in een voormalig klooster aan de rand van Tilburg. Hier huist De Link, een concertserie gewijd aan nieuwe muziek. De Link, gerund door componisten, heeft een sterke programmering, met dit seizoen nog topensembles als het Duitse Musikfabrik en het Belgische Spectrum. In het eerstvolgende concert, 7 januari, zingen vier Silbersee-zangeressen David Langs love fail.

Zo’n veertig gelukkigen bezochten dinsdagavond het recital, waarin Chow een diverse bloemlezing uit de recente pianoliteratuur gaf, veelal Nederlandse premières. Chow is lid van de Bang on a Can All Stars, en ze speelde onder meer werk van de oprichters van dat collectief: Lang, Julia Wolfe en Michael Gordon. Daarnaast klonken stukken van een jongere generatie, zoals Caroline Shaw, de jongste Pulitzer-winnaar ooit.

Lees ook dit interview met Vicky Chow en Saskia Lankhoorn: ‘Geef ons maar nieuwe muziek’

Twee stukken die speciaal voor Vicky Chow zijn geschreven vroegen om een gedeeltelijk ‘geprepareerde’ piano – voorwerpen tussen de snaren geschoven, om de klank te veranderen. Mammal van Fjóla Evans, een poging de vleugel „in zichzelf te laten neuriën”, was een beierend, bonzend en gonzend klanklichaam. Spectaculair was het eenpersoonsgamelanorkest Vick(i/y) van Andy Akiho, waarin Chow gelijktijdig klavier en binnenwerk bespeelde.

Het klapstuk kwam van veteraan Michael Gordon, die (om zijn pianoleraar te pesten, volgens Chow) in een hondsmoeilijk werk álle 88 toetsen veelvuldig gebruikt. Sonatra bestaat geheel uit snelle zestiende noten, die onophoudelijk over het klavier slierten. Eerst van laag naar hoog, daarna ook omgekeerd en door elkaar heen. Je kon er wel een sonatevorm in herkennen, al was van melodievorming nauwelijks sprake. Maar het cerebrale uitgangspunt en het spel met de sonatevorm waren ondergeschikt aan iets anders: fysieke inspanning, en daardoor veroorzaakte trance en opwinding. De notencascade wervelde als een dansende derwisj. Sonatra was het gevecht van een hypervirtuoos tegen een digitale taak, en daarmee door en door menselijk.