Analyse

Remkes kiest voor regels, niet voor rust

Vreugdevuren De vreugdevuren op het strand van Den Haag gaan definitief niet door. Is dat verstandig, gezien de ongeregeldheden van de laatste dagen in Duindorp?

Opbouw van een vreugdevuur van afgelopen jaarwisseling. Dit jaar gaan de vuren niet door.
Opbouw van een vreugdevuur van afgelopen jaarwisseling. Dit jaar gaan de vuren niet door. Foto Koen van Weel/ANP

„De jaarwisseling verliep rustig. Alleen in Den Haag moest de ME worden ingezet.” Zo begon in de jaren tachtig op Nieuwjaarsdag het journaal. En dat is wat Hagenaars vrezen dat ook komende Oud en Nieuw zal gebeuren.

Dinsdag maakte waarnemend burgemeester Johan Remkes bekend dat de vergunningsaanvragen van Scheveningen en Duindorp om dit jaar opnieuw een vreugdevuur te mogen ontsteken op het Haagse strand zijn afgewezen. Een bericht van de Duindorpse organisatie vrijdag dat zij dit jaar vanwege de aangescherpte eisen zelf al afzien van de bouw, leidt al avonden achtereen tot ongeregeldheden.

Lees ook een reportage uit de wijk Duindorp is na brandjes ‘terug bij af’

Had de burgemeester die onrust kunnen voorkomen door de vreugdevuren – die lager zouden zijn dan de 45-plus-meters van vorig jaar – toe te staan? Ook al voldoen de vergunningsaanvragen niet aan de eisen voor evenementen waar 25.000 bezoekers op af komen? Ook al geven hulpdiensten een negatief advies?

In Duindorp en Scheveningen vinden sommige bewoners van wel, net als een aantal politieke partijen. Zij wijzen naar het gemeentehuis.

Dáár werd in 1984 bedacht dat gecontroleerde vuren de Haagse jeugd rustig zouden houden. In oudjaarsnacht woedden er zoveel branden dat de brandweer niet op alle meldingen meer kon reageren. Als ze wilden blussen, werden brandweerlieden geconfronteerd met agressie. Het jaar daarop stortte de gemeente zand op notoire brandplaatsen.

Jongeren ‘in het snotje’

Het werkte, al is het een Haagse mythe dat er geen geweld meer plaatsvond. Hulpdiensten hadden overlastgevende jongeren inderdaad „in het snotje”, zoals raadslid Richard de Mos (Hart voor Den Haag) maandag in tv-programma Pauw zei.

Maar bijvoorbeeld in de jaarwisseling van 2007-2008 woedden er achthonderd branden en moest de ME ingezet worden voor onder meer „een gigantische rookbom”. Vorig jaar moest de brandweer ruim 450 keer in actie komen, 30 procent vaker dan een jaarwisseling eerder. De politie werd 277 keer ingezet, ten opzichte van 97 keer een jaar eerder.

Wie terugkijkt, weet ook dat het gedogen van de vuurstapels decennialang hand in hand ging met een steeds uitgebreider scala aan maatregelen om dat gedogen mogelijk te maken. De bouwers bouwden steeds hoger en hoger, ongeacht afspraken met de gemeente.

Lees ook een reconstructie van decennia gedogen: De gemeente maakt de vreugdevuren mogelijk, de bouwers wanen zich de baas

Die kneep een oogje dicht. Zorgde voor alle omringende zaken: van hekken om bezoekers op afstand te houden tot het regelen van toestemming van het hoogheemraadschap voor een evenement op het strand, en het ompraten van arbo-inspecteurs. Het ging immers „om een Haagse traditie waarvoor geen vergunning is”, zoals ambtenaren mailden.

‘Onvolledige informatie’

Dat de bouwers nu klagen over de hoeveelheid eisen waaraan zij moeten voldoen nu wél een vergunning nodig is, komt ook omdat zij daar jarenlang niet mee lastig werden gevallen. Raadslid Joris Wijsmuller (Haagse Stadspartij) waarschuwde burgemeester Pauline Krikke al voor de zomer dat de tijd voor een vergunningsprocedure krap was. Zij weigerde echter iets te plannen tot de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) met conclusies kwam over de Scheveningse vonkenregen. Toen die kwamen, restten nog tien weken.

Het was kort dag. Maar wat ook blijkt uit de brief die Remkes dinsdag naar de gemeenteraad stuurde, is dat de bouwers de vergunningsregels even fluïde vinden als de afspraken over de gedoogvuren. Ze leverden „onvolledige” informatie van „onvoldoende kwaliteit”. Ze leggen opnieuw de bal bij de gemeente: die moet maar voor de veiligheid van de bezoekers zorgen. De OVV waarschuwde hier juist voor: doordat de gemeente mee was gaan organiseren, was er geen toezicht meer.

In Den Haag heerste daardoor decennialang „een schijnveiligheid”. Dát wil de waarnemend burgemeester nu juist voorkomen. Ook als daarvoor de inzet van de ME en gebiedsverboden nodig zijn.