Ook handelskampioen Nederland wil nu protectie tegen China

Oneerlijke concurrentie Niet-Europese bedrijven die staatssteun krijgen, mogen niet zomaar concurreren in de EU, meent het kabinet. Nu concurrentie wereldwijd verhardt, vindt ook het liberale Nederland dat Europa zichzelf moet beschermen.

Het Alibaba-hoofdkwartier in Hangzou.
Het Alibaba-hoofdkwartier in Hangzou. Ng Han Guan/AP

Als uitgerekend het liberale Nederland in Brussel pleit voor bescherming van de Europese bedrijven tegen buitenlandse concurrentie, dan weet je dat de tijden veranderen. Dan weet je dat de sfeer van economische rivaliteit die heerst tussen de Verenigde Staten en China nu echt de Europese Unie heeft bereikt.

Nederland, in Brussel traditioneel de hoeder van vrijhandel en vrije markt, presenteerde deze week voorstellen om het EU-mededingingsrecht in te zetten tegen oneerlijke concurrentie van niet-Europese bedrijven. In een brief aan de Tweede Kamer hekelde staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) maandag de „oneigenlijke voordelen” in Europa van niet-Europese bedrijven die „discriminatoire overheidsondersteuning” ontvangen. Dat kan staatssteun zijn, staatseigendom of een monopolie in eigen land. Door te verwijzen naar de Chinanotitie van het kabinet van mei dit jaar, maakt Keijzer duidelijk dat ze China in elk geval als één van de zondaars beschouwt.

Hoewel de consument kan profiteren van dit type oneerlijke concurrentie – de prijzen dalen – zijn Europese bedrijven vaak de klos, schrijft Keijzer. „Efficiënte marktbedrijven” worden „verdrongen”. Binnen de EU zijn er regels die staatssteun inperken, maar die reiken niet tot buiten de EU. Zo kunnen bedrijven uit onder meer China mét staatssteun ongehinderd de markt van de EU op.

Daar wil het kabinet iets aan doen: er moet een „gelijk speelveld” komen. De Europese Commissie moet buitenlandse bedrijven kunnen gaan doorlichten. Als blijkt dat een bedrijf „zich niet gedraagt als vergelijkbare ondernemingen onder normale marktomstandigheden”, moet de Commissie „handhavend” gaan optreden. Brussel zou dan onder meer overnames door Chinese (staats-)bedrijven kunnen blokkeren, dumpprijzen op de Europese markt verbieden, of ingrijpen in het bestuur van dochterondernemingen in Europa. Nederland wil bedrijven die oneerlijk concurreren níet volledig weren uit de EU – dat zou de concurrentie te zeer aantasten – maar ze dwingen hun gedrag te beteren.

Nederland wordt Franser

Lang werd bescherming van het eigen bedrijfsleven in Den Haag beschouwd als protectionistisch en on-Nederlands, eerder iets voor „de Fransen” die traditioneel een grotere rol van de overheid in de economie voorstaan. Liever probeerde Nederland eerlijke concurrentie af te dwingen in handelsverdragen of via de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Maar anno 2019 wordt de hele EU, Nederland incluis, allengs ‘Franser’.

Het Nederlandse voorstel sluit aan bij een bredere discussie in Europa over de vraag of Europese mededingingsregels nog wel voldoen, nu de concurrentie op wereldniveau is verhard. Moet Europa zich, geconfronteerd met China en de VS, zelf niet fermer opstellen?

Afgelopen jaar spitste het debat zich vooral toe op de vraag of Brussel de teugels rond mededinging bínnen de EU juist zou moeten vieren, om het ontstaan van ‘Europese kampioenen’ mogelijk te maken. Alleen zulke megabedrijven, zo is de redenering, kunnen de concurrentie op het wereldtoneel aan met vergelijkbare reuzen uit bijvoorbeeld China. In reactie op een Brussels verbod op een fusie van treinbedrijven Siemens en Alstom pleitten Duitsland en Frankrijk voor soepeler beleid.

Industriepolitiek

Vooralsnog houdt Brussel vast aan de bestaande mededingingsregels, cruciaal voor het functioneren van de interne markt. Margrethe Vestager, de Deense Eurocommissaris die zich de afgelopen jaren profileerde als strenge scheidsrechter, is ook in de nieuwe Commissie verantwoordelijk voor mededinging.

Tegelijk verandert er wel degelijk iets. Eerder dit jaar namen lidstaten een wet aan die hen verplicht buitenlandse investeringen te screenen. Ook analyseert de Commissie op verzoek van de lidstaten nu of de huidige mededingingsregels voldoen om mondiale concurrentie aan te kunnen. De Nederlandse voorstellen zijn bedoeld om die discussie te voeden. De afgelopen tijd zijn ze al besproken met de Commissie en met andere lidstaten. De reacties zijn vooralsnog positief. Dat de voorstellen uit Nederlandse hoek komen, voorkomt de verdenking van protectionisme.

Intussen houdt de roep om een duidelijkere Europese industriepolitiek aan, vooral vanuit Frankrijk. En juist Frankrijk levert in de nieuwe Commissie de belangrijke Eurocommissaris voor interne markt en industriepolitiek. Deze Thierry Breton, oud-topman van IT-bedrijf Atos, sprak zich eerder uit voor een sterke Europese industriepolitiek en bekritiseerde EU-mededingingsregels, die „industriële rampen” zouden veroorzaken.

Kampioenenbeleid

Het Nederlandse kabinet liet begin dit jaar al zien binnen Europa een steviger vuist te willen maken voor het eigen bedrijfsleven, door onaangekondigd aandelen te kopen van Air France-KLM. Nederland bouwde een politiek belang op in het bedrijf, zoals Frankrijk dat al eerder had gedaan. Met diezelfde filosofie van overheidsbescherming gaat het kabinet nu in Brussel de boer op.

Een Europees ‘kampioenenbeleid’ noemt Nederland nog altijd „onwenselijk”. Maar dat Nederland nu toch de eigen bedrijven meer wil beschermen, past in de trend dat Nederland in aanloop naar de Brexit steeds vaker toenadering zoekt tot Frankrijk. Als de Britten na de Brexit verregaand gaan dereguleren of staatssteun gaan geven, dreigt ook vanuit het VK oneerlijke concurrentie.

Tegelijk probeert Nederland met de voorstellen de scherpste kantjes van de protectionistische neigingen te vijlen: wel meer bescherming, maar dusdanig juridisch ingekaderd dat zelfs vrijhandelskampioen Nederland het kan verdedigen. De voorstellen passen in principe binnen de regels van de WTO, staat in documenten die Nederlandse diplomaten in Brussel lieten circuleren.

Toch voelt de nieuwe rol nog ongemakkelijk en wordt het eigen voorstel met een zekere aarzeling gepresenteerd. De schijn van protectionisme wil Nederland koste wat kost voorkomen. Mocht de Commissie iets voelen voor het voorstel, dan moet ze, vindt Nederland, eerst een goede analyse van de gevolgen maken. Het nieuwe beleid mag hoe dan ook niet in strijd zijn met WTO-regels.