Niek kreeg een dwarslaesie: 'In mijn hoofd kan ik alles nog'

Van geluk gesproken Coen Verbraak interviewt mensen over geluk. En over hoe dat soms naadloos verweven kan zijn met ongeluk. Deze keer: Niek van den Adel kreeg een dwarslaesie.

Foto Andreas Terlaak

Hij zit al ruim negen jaar in een rolstoel. „Mijn vrouw en mijn dochters kennen mij niet staand.” Maar in zijn fantasie kan hij nog alles. „Ik ben de beste vriend van mijn hoofd geworden. Daarin kan ik nog naar hartelust lopen en vrijen.” Niek van den Adel (37) was een actieve jongen. Hij werkte in de horeca en was in zijn vrije tijd altijd bezig met sport.

In die juli-nacht van 2010 werd ineens alles anders. Hij had een lange dag gehad en dronk nog even een borrel op zijn werk. Rond drie uur ’s nachts stond hij voor zijn motor. Even aarzelde hij; was het wel slim om te rijden? Maar het was maar een klein stukje naar huis. Hij was nog maar nauwelijks onderweg of hij schoot de bocht uit, raakte een hekje en belandde in de berm. Het lukte hem om 112 te bellen. „Dat durfde ik eerst niet omdat ik gedronken had.” Daarna duurde het nog drie eindeloos lange uren voordat-ie vlak in de buurt een politieportofoon hoorde: „We hebben ’m gevonden.” Hij verging van de pijn en raakte ernstig onderkoeld. „Die pijn heeft mij in leven gehouden.”

Toen hij de volgende dag ontwaakte in het AMC, vertelde de dokter hem dat hij een hoge dwarslaesie aan het ongeluk had overgehouden. „Ze hebben het me wel vijftig keer moeten vertellen. Alsof het niet over mij ging.” De essentie van de boodschap was dan ook verpletterend: Niek zou niet alleen de rest van zijn leven in een rolstoel zitten, hij zou ook voorgoed incontinent en impotent zijn. „Dat is te groot om te kunnen beseffen.”

Hij bleek ook een syrinx te hebben: een holte in zijn ruggenmerg die zijn nog werkende lichaamsfuncties bedreigt. „De 10 procent van mijn lichaam die het nog doet staat voortdurend onder spanning.”

Hij kon het bij de revalidatie direct opvallend goed vinden met zijn ergotherapeute Kim. „We hadden zulke goede gesprekken samen, die dwarslaesie leek dan compleet weg te vallen.” Op een werkweek met patiënten en therapeuten naar de Ardennen leerden ze elkaar nog beter kennen. Toen hij kort daarna werd uitgenodigd om bij haar thuis te komen eten was er opeens „een patsboem-moment”. „Ze had zich altijd voorgenomen: ik begin nooit iets met iemand met een dwarslaesie. Maar die avond zoenden we met elkaar. Ik maakte nog een slechte move; toen ik haar wilde zoenen verloor ik mijn balans en viel ik om met mijn rolstoel.”

Hij moest al zijn schaamte en trots aan de kant zetten. „De eerste avond dat ik daar sliep, moest ze twee klysma’s bij mij inbrengen. Daarna moest ik op haar bed laxeren op een doekje. En toch is Kim sindsdien altijd mijn geliefde gebleven, en niet mijn verzorgster.”

Vijf jaar later trouwden ze. Hun kinderwens werd vervuld; via IVF kregen ze eerst een tweeling – Puck en Fien – en daarna werd Anna geboren. „Het kon niet op een normale manier. Verlies van seksualiteit is een belangrijk onderwerp. Aanraken doet al snel enorme pijn. We kunnen voornamelijk knuffelen. Mensen vragen vaak: ‘Zou je niet heel graag willen lopen?’ Maar niet kunnen vrijen en incontinent zijn is veel erger dan niet kunnen lopen.”

Veelgevraagd spreker

Zijn dochters zijn vertrouwd met de situatie. „Ze weten: papa kan niet lopen omdat papa hard gevallen is. Maar toch… Als ik mannen met hun kinderen zie voetballen, snijdt dat me door de ziel. Ik kon ze ook heel lang amper knuffelen, omdat dat zo’n pijn deed.”

Elke dag begint met een worsteling, vanwege de ondraaglijke pijn. Alleen met heel veel oefeningen kan hij daarna in zijn rolstoel functioneren. Tot voor kort slikte hij zo’n veertig pillen per dag. „Oxycodon was mijn snoepje.” Maar inmiddels is hij vrijwel afgekickt van de pijnstillers. Hij merkt dat hij nu meer energie heeft. De pijn van vroeger is er nog steeds. „Maar ik ben weerbaarder.”

Lees ook: Frans Corstens brak als kind zijn rug: ‘Ik durfde niet te klagen, want het was mijn eigen schuld’

‘Geluk is een keuze’, was aanvankelijk zijn mantra. „Maar daar ben ik echt van teruggekomen. Ik heb de mazzel dat ik zo’n fantastische vrouw en dochters heb. Daardoor kan ik het dragen. Maar dat is lang niet voor iedereen weggelegd. Voor geluk moet je keihard werken. Er zijn genoeg nachten geweest dat ik jankend van de pijn de stekker eruit wilde trekken. Die pijn herinnert mij onverbiddelijk aan de dood. Maar ik heb mijn gezin als goede reden om het vol te blijven houden.”

Hij schreef een boek over zijn ervaringen – Crash – en werd een veelgevraagd spreker. Het succes bij zijn lezingen steeg ’m wel een beetje naar zijn hoofd, bedenkt hij nu. „Een paar keer per week applaus van vijfhonderd mensen verandert je. Gelukkig heb ik thuis de Stichting Hou Niek met Beide Benen op de Grond. Als ik weer eens vol van mezelf thuiskom, houdt Kim me even fijntjes mijn poepluier voor.”