Frankrijk wacht ontwrichtende staking

Franse pensioenen Voor het eerst sinds 1995 probeert Frankrijk zijn pensioenstelsel te herzien. In reactie legt vooral spoorpersoneel het werk neer.

Spoormedewerkers demonstreren tegen de pensioenhervormingen.
Spoormedewerkers demonstreren tegen de pensioenhervormingen. Guillaumae Horcajuelo / EPA

Nadat in 1995 premier Alain Juppé een ingrijpende pensioenhervorming had aangekondigd, lag Frankrijk wekenlang plat. Miljoenen demonstreerden tegen het plan om de pensioenleeftijd bij staatsbedrijven en ex-staatsbedrijven gelijk te trekken met die van de rest van het land. Pas toen hij het hele plan introk, keerde de rust terug. Sindsdien durfde geen regering de 42 zogenoemde ‘speciale regimes’ in het pensioenstelsel aan te pakken. President Emmanuel Macron wil het wel proberen. Frankrijk maakt zich op voor een nieuwe ontwrichtende staking die een beslissende test wordt voor de hervormingscapaciteiten van Macron.

1 Wie gaan donderdag staken?

Vooral werknemers die nu onder een van die speciale regimes vallen gaan de straat op: 82 procent van de machinisten van spoorbedrijf SNCF werkt niet, wat ertoe leidt dat donderdag gemiddeld slechts één op de tien treinen in Frankrijk zal rijden, ook op het TGV-net. Ook een groot aantal internationale treinen valt uit. Omdat de bonden dreigen de staking dagelijks te verlengen, heeft SNCF reserveringen vast tot en met zondag geblokkeerd.

In Parijs komt vrijwel het hele OV tot stilstand en 30 procent van de binnenlandse vluchten van Air France valt uit. Andere sectoren waar gestaakt wordt: het onderwijs (40 procent van de scholen sluit), de posterijen, energiebedrijf EDF, bij de brandweer, in de zorg en zelfs een groot aantal mensen met vrije beroepen (fysiotherapeuten, artsen, journalisten) sluit zich bij het protest aan.

Lees ook: Druk in ‘snelkookpan’ Frans spoorbedrijf loopt op

2 Wat wil de regering?

Dat is, opmerkelijk genoeg, nog altijd niet precies bekend. Als presidentskandidaat zei Macron in 2017 dat hij de pensioenen tussen de publieke sector en de privésector gelijk wilde trekken. Hij wilde „nieuwe rechten” creëren om ongelijkheid aan te pakken. Het huidige systeem remt niet alleen mobiliteit tussen banen, maar blijkt ook ongunstig voor bijvoorbeeld boeren, die nu bijna geen pensioen hebben, en voor vrouwen die vaak gebroken loopbanen hebben.

‘Hoge commissaris voor pensioenen’ Jean-Paul Delevoye sprak maandenlang met sociale partners en kwam in juli met aanbevelingen: het huidige omslagstelsel met door de staat georganiseerde solidariteit tussen werkenden en gepensioneerden blijft bestaan, maar moet universeel worden. Met een puntenstelsel moet iedere bijgedragen euro iedereen dezelfde rechten geven.

Hoe dat precies gaat werken en welke uitzonderingen er komen voor bijvoorbeeld mensen met zware beroepen, is nog onbekend. Macron heeft wel beloofd dat het minimumpensioen boven de 1.000 euro per maand moet komen en mee moet stijgen met het minimuminkomen. Nu krijgen 4,8 miljoen van de 14 miljoen Franse pensioengerechtigden slechts 980 euro per maand. De definitieve plannen komen volgende week.

3 Moeten Fransen langer gaan werken?

Wel als ze een volledig pensioen willen behouden. Macron belooft (buiten die speciale regimes) niet aan de minimale leeftijd van 62 jaar te tornen, maar Delevoye adviseerde een ‘evenwichtsleeftijd’ van 64 jaar (of 43 werkjaren) waarop mensen aanspraak kunnen maken op dezelfde uitkering als nu.

Na eerdere kleine hervormingen zijn Fransen al langer gaan doorwerken: lag de gemiddelde pensioenleeftijd (bij mannen) in 2006 nog op 58,7 jaar, in 2017 was dat volgens OESO-cijfers 60,5. In de private sector gaan mensen gemiddeld op hun 63ste met pensioen. Worden alle pensioenregimes inderdaad gelijkgetrokken, dan zijn mensen in de publieke sector of bij ex-staatsbedrijven de grootste verliezers: de gemiddelde pensioenleeftijd bij de SNCF is nu 56,9 jaar, bij OV-bedrijf RATP 55,7 en bij elektriciteitsbedrijf EDF 57,7 jaar.

Omdat Frankrijk een gunstig geboortecijfer heeft, is de noodzaak om de pensioenleeftijd te verhogen minder groot dan in andere EU-landen. Maar ministers in Macrons regering die afkomstig zijn van de centrum-rechtse Républicains vinden Macron te omzichtig en zouden liefst wél de minimale pensioenleeftijd verhogen.

4 Staan alle Fransen achter de staking?

Tweederde van de Fransen steunt het idee om tot een universeel pensioenstelsel te komen, bleek zondag uit een Ifop-peiling. De uitzonderingsregimes zijn veel mensen al langer een doorn in het oog. Maar slechts 34 procent van de Fransen heeft vertrouwen in de huidige regering om zo’n hervorming door te voeren. Terwijl een meerderheid van de bevolking de staking in oktober nog niet gerechtvaardigd noemde, zou volgens een peiling van Harris Interactive nu 69 procent van de Fransen het protest steunen. De regering vreest dat de staking, een jaar na het begin van het explosieve protest van gele hesjes, kan omslaan in algeheel anti-regeringsprotest. Om geweld en vernielingen te beperken, zijn in Parijs donderdag 4.000 agenten actief.

5 Heeft de regering speelruimte?

Macron wil niet eindigen als Juppé in 1995 en zolang er geen definitief plan is, kan hij het ook niet intrekken. Maar die „moedwillige vaagheid”, zoals Le Monde schreef, heeft ook te maken met verdeeldheid in de regering. Sommige ministers wilden de veranderingen alleen laten gelden voor nieuwe generaties die nu nog op de arbeidsmarkt moeten komen. Delevoye, die na zijn rapport benoemd is tot minister voor pensioenen, is fel tegen deze ‘clause du grand-père’ of ‘opa-clausule’. Hij vindt dat het universele puntenstelsel moet gelden voor iedereen die vanaf 2025 de leeftijd van 62 jaar bereikt.