‘Donker Afrika’ is verdwenen uit Berg en Dal

Afrika Museum Het Afrika Museum in Berg en Dal heeft de vaste opstelling vernieuwd. Daarin is veel ruimte voor hedendaagse kunst, die uitnodigt tot reflectie over de culturele diversiteit en de complexe geschiedenis van het continent.

Op twee wanden in het Afrika Museum hangen 37 schilderijen uit de jaren zeventig van de Congolese kunstenaar Tshibumba Kanda-Matulu (1947).
Op twee wanden in het Afrika Museum hangen 37 schilderijen uit de jaren zeventig van de Congolese kunstenaar Tshibumba Kanda-Matulu (1947). Foto Afrika Museum

De stripboeken van Sjors en Sjimmie met de koloniaal-racistische sjablonen zijn verdwenen, de vitrines met spijkerbeelden, haarkammen en andere traditionele gebruiksvoorwerpen tot een minimum teruggebracht. De vernieuwde vaste opstelling van het Afrika Museum in Berg en Dal, die vrijdag na een anderhalf jaar durende en ruim een miljoen euro kostende verbouwing werd geopend, biedt een verrassende blik op het Afrikaanse continent.

Verdwenen is de vrij letterlijke verbeelding van donker Afrika, met geblindeerde ruimtes waarin aandacht werd gegeven aan magie en primitivisme. Die heeft plaatsgemaakt voor een heldere en moderne presentatie die duidelijk probeert te maken dat Afrika een van creativiteit bruisend continent is, een werelddeel ook dat niet ver van ons afstaat.

„Afrika is global and present”, zegt verantwoordelijk conservator Annette Schmidt, deels in het Engels. Ze wijst op een gedemonteerde mobiele telefoon in de nieuwe opstelling. Die maakt duidelijk dat we zonder de in Congo gedolven grondstoffen coltan en kobalt niet allemaal met een smartphone op zak zouden lopen.

Reflectie over diversiteit

In de opstelling is opvallend veel ruimte voor hedendaagse kunst: schilder- en beeldhouwkunst, video en fotografie, en ook mode en design. Die moderne Afrikaanse kunst nodigt de bezoeker uit tot reflectie over de culturele diversiteit en de complexe geschiedenis van het continent.

Op twee wanden hangen bijvoorbeeld 37 schilderijtjes die de Congolese kunstenaar Tshibumba Kanda-Matulu (1947) tussen 1974 en 1976 maakte. Theatrale scènes uit de geschiedenis van zijn land, van voor het kolonialisme tot midden jaren zeventig. De reeks laat zich lezen als een stripboek. Conservator Schmidt: „Het is het lokale perspectief van een Afrikaan die er zelf bij was. Tshibumba kiest andere momenten dan westerse historici en maakt andere associaties. Hij haalt het vastgeroeste beeld op de geschiedenis onderuit. Bijzonder aan de reeks is ook dat zij laat zien dat na de onafhankelijkheid de strijd zeker nog niet klaar was. De oude koloniale structuur was nog lange tijd bepalend.”

Geestig is een grote, geënsceneerde zwart-witfoto van Nardo Brudet (1968), uit zijn serie ‘Slaves of Holland’. Door een omkering stelt de maker de Nederlandse rol in de geschiedenis van de slavenhandel aan de orde: een rijke zwarte familie zit in een patriciërswoning rond de open haard, een witte huisknecht wacht in een hoek gedienstig op orders.

De Congolese kunstenaar Tshibumba Kanda-Matulu (1947) schidlerde de vermoorde Lumumba, Mpolo en Okito, gestorven voor de eenheid van hun land. Foto Afrika Museum

Afrikaans perspectief

Het Afrika Museum maakt sinds 2014 deel uit van het Nationaal Museum van Wereldculturen, waarvan ook het Tropenmuseum in Amsterdam, het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden en het Wereldmuseum in Rotterdam deel uitmaken. Volgens directeur Stijn Schoonderwoerd was het hoog tijd voor inhoudelijke vernieuwing. „Belangrijke onderwerpen verdienden meer aandacht. Het mocht eigentijdser, meer gekoppeld aan de actualiteit, en óók het Afrikaanse perspectief mocht niet langer ontbreken.”

Bij de entree is een wandvullende videopresentatie. De bezoeker vliegt als een vogel over tal van Afrikaanse landschappen: over steden en dorpen, langs de piramides en over wildparken. En even verderop zijn vijf grote videoschermen waarop Nederlanders met een Afrikaanse achtergrond worden geïnterviewd. In het Nederlands spreken ze over het thema identiteit.

In de oude opstelling sprak het museum als autoriteit de bezoeker nog toe. Nu komen vooral de Afrikanen zelf aan het woord, zegt Schoonderwoerd. Al maakt hij daarbij wel een kanttekening: „Het is natuurlijk onmogelijk om een heel continent op 800 vierkante meter te vangen.”

Het Afrika Museum komt voort uit het Missiemuseum (1954) van de Congregatie van de Heilige Geest. De paters en broeders verzamelden Afrikaanse voorwerpen om te leren over Afrikaanse religies.

Het museum heeft zijn horizon steeds verder verbreed en wil graag context geven bij gevoelige onderwerpen, zegt conservator Annette Schmidt. „We willen een open blik op Afrika bieden en duidelijk maken dat het continent veel meer is dan honger en oorlog. En ook het besef bewerkstelligen dat Afrika nauw met ons verbonden is.”

De liefhebber van fetisjen, speren en oude maskers komt na de renovatie misschien wat minder aan zijn trekken, zegt directeur Schoonderwoerd. Maar de gemiddelde bezoeker en jongeren verwacht hij beter te bedienen. Door de thematische keuzes voor bijvoorbeeld religie, geschiedenis en handel, en een minder object-gedreven presentatie hoopt het museum een cultureel diverser publiek aan te spreken.

De bestuurder verwijst daarbij naar de bovenetage van het museum, die later pas wordt gemoderniseerd. Die etage bestaat uit donkere ruimtes vol vitrines gevuld met honderden houten gebruiksvoorwerpen. Dat is zoals musea voor etnografica er altijd uitzagen, zegt Schoonderwoerd: „Ver weg doen ze het zo, dat was het uitgangspunt. Nu proberen we duidelijk te maken wat Afrika met ons te maken heeft. Op de verschillen na zijn we immers allemaal hetzelfde: mens.”

Afrika Museum in Berg en Dal, di-zon 10-17 uur. Inl: afrikamuseum.nl