Reportage

Jaarlijks vierduizend ouderen dood door een val – hoe kan dat?

Vallen Meer dan vierduizend 70-plussers overleden vorig jaar na een val. Ouderen kunnen beweegtraining krijgen, zoals in Amsterdam. „Vallen is een symptoom, een uiting van een onderliggend probleem.”

Ouderen in Amsterdam doen oefeningen om de spieren te versterken en het evenwicht te verbeteren. „Je merkt écht dat je coördinatie van armen en benen minder goed wordt als je ouder wordt”, zegt een deelnemer.
Ouderen in Amsterdam doen oefeningen om de spieren te versterken en het evenwicht te verbeteren. „Je merkt écht dat je coördinatie van armen en benen minder goed wordt als je ouder wordt”, zegt een deelnemer. Foto Simon Lenskens

Toos is 82 en woont één-hoog. Ze is kerngezond en slikt weinig, alleen wat hartmedicatie, vertelt ze terwijl haar hoofd ergens bij haar knie komt. Tussen de strekoefeningen door toont ze de knop om haar pols: valt ze, dan drukt ze erop en „dan komen ze hoor!” Wie dan? „Dat weet ik niet precies, maar ze komen. Dat was ook zo toen mijn man viel, een paar jaar geleden.”

Met dertien andere 65-plussers uit de Amsterdamse Rivierenbuurt doet Toos woensdagochtend haar spieroefeningen, onder leiding van fysiotherapeut Jip Lohle. De één zakt soepeltjes op haar hurken, de ander komt amper omlaag. De sfeer is goed. Maar ze hebben het nieuws vanochtend allemaal gehoord: ruim vierduizend 70-plussers maakten een fatale val in 2018, bleek uit cijfers van het CBS. 15 procent meer dan in 2017. Veelal van de trap. Een sombere lijn die al tien jaar stijgt. „Dertien per jaar?”, vraagt één van de deelnemers. „Nee joh, dertien per dag”, zegt een ander.

En dat komt bovenop de 108.000 65-plussers die vorig jaar op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis terechtkwamen na een val thuis. Tweederde had ‘ernstig letsel’, zoals een gebroken heup.

José (75) – die net als anderen vanwege privacy niet met haar achternaam in de krant wil – is weduwe, ze woont alleen. Ze heeft wel veel contact met haar „hele lieve kinderen.” Maar vorig jaar viel ze in de metro – keihard, voorover. Schouder gebroken, bleek na een paar dagen. Sindsdien doet ze mee met dit beweegprogramma dat de gemeente betaalt. Ze versterkt zo haar spieren en verbetert haar evenwicht. „Het kost ons maar een euro per week.”

Gelukkig maar, zegt Roelie (66) die na 49 jaar werken in de zorg onlangs met pensioen ging. „Ik ging op fitness, maar dat was te duur: 100 euro per maand. Dit is maar 4 euro per maand. Heerlijk. Je merkt écht dat je coördinatie van armen en benen minder goed wordt als je ouder wordt.”

Vallen is een symptoom

Er vallen meer ouderen dan nodig, zegt Nathalie van der Velde, hoogleraar ouderengeneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Dat het aantal fatale vallen groeit, zou logisch kunnen zijn omdat het aantal 65-plussers stijgt en ouderen nu eenmaal sneller vallen dan jongeren. „Als ze mis stappen, kunnen ze hun evenwicht minder goed corrigeren door vermindering van spierkracht en balans”, vertelt Van der Velde.

Lees wat ouderen kunnen doen om vallen te voorkomen: Draag slippers en poets je tanden op één been

Maar er is meer aan de hand, zegt zij. „Vallen is een symptoom, een uiting van een onderliggend probleem.” Ten eerste vallen ouderen vaak flauw of zijn ze snel duizelig door een ontregelde bloeddruk. „In de helft van de gevallen wordt dat niet herkend. Ligt iemand eenmaal op de grond, dan denkt men vaak dat ze struikelden. Over een los kleedje of door gladde schoenzolen. Omdat ouderen vaak alleen zijn als ze vallen, ziet niemand dat het ging om flauwvallen in plaats van struikelen.” De huisarts, wijkverpleegkundige of naasten moeten dus doorvragen na een val, zegt zij. „Er móet een valanalyse worden gemaakt en soms diepgaander onderzoek worden gedaan.”

Foto Simon Lenskens

Daarnaast slikken ouderen vaak veel medicijnen – de helft van de 75-plussers heeft méér dan een chronische aandoening. „Dat is de tweede oorzaak voor vallen”, zegt Van der Velde. „Met het ouder worden, groeit de gevoeligheid voor bijwerkingen van medicijnen. Ook als iemand die medicijnen al langer gebruikt. Dat komt doordat het lichaam de medicijnen minder afbreekt en de reactie erop verandert.” Wrang in dit opzicht is volgens Van der Velde dat de helft van de medicijnen die ouderen slikken overbodig zijn. „Ze durven er niet mee te stoppen omdat ze dénken dat de voordelen opwegen tegen de bijwerkingen.”

En er is een sociale oorzaak: ouderen wonen veel langer thuis dan voorheen. De verzorgingshuizen zijn dicht, Van der Velde: „Er is bij veel ouderen niemand die dagelijks op ze let.” ‘Observatiezorg’ noemen kenners dat – wat vroeger in verzorgingshuizen wel aanwezig was.

Huizen zijn ongeschikt

In april waarschuwde het Sociaal Cultureel Planbureau na onderzoek naar thuiswonende ouderen dat ze vaak niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Door personeelstekorten in de wijkverpleging en een gebrek aan deskundigheid bij huisartsen en wijkteams. Bovendien, schreef het SCP, wonen honderdduizenden ouderen in huizen die ongeschikt zijn voor de kwalen waaraan ze lijden.

Dat probleem wordt alleen maar groter, waarschuwde het SCP: nu wonen 1,2 miljoen 75-plussers zelfstandig thuis. In 2030 zullen dat meer dan twee miljoen ouderen zijn. „Er is behoefte aan meer mogelijkheden om specialistische zorg aan ouderen te bieden, zonder dat ze in een instelling opgenomen hoeven worden”, schreven de SCP-onderzoekers.

Want thuis wonen, zo lang mogelijk, is ook fijn, zeggen de deelnemers aan de bewegingscursus. Ben (84) en zijn vrouw wonen één-hoog en zijn gelukkig. Ze beklimmen al jaren twintig stenen treden om binnen te komen. „Dat zijn we gewend en het is goed voor ons.” Een andere deelnemer, van 66 jaar, woont alleen. Ze loopt met een stok en lijdt aan polyneuropathie, wat veel pijn geeft. Ze slikt zware pijnstillers. Bewegen, buiten met de groep, vindt ze heerlijk. Maar wie let er op haar? Kinderen en familie heeft ze niet. „Ik heb lieve buren en een vriend in de buurt. Als hij een week niks van me hoort, dan gaat hij me wel zoeken.”