De babyboomste babyboomer

Tv-recensie Tegen niemand lijkt Nederland met zoveel overgave ‘OK Boomer’ te willen zeggen als tegen Freek de Jonge. Werklust en ambitie zijn op zijn 75ste ongebroken. De tv-aandacht voor de jubilaris gaat er gelijk mee op.

Freek de Jonge in Volle Zalen.
Freek de Jonge in Volle Zalen. Foto AvroTros

Waarschijnlijk is Freek de Jonge de babyboomste babyboomer van Nederland. Ooit was hij de niets en niemand ontziende jonge hond die het establishment diepe weerzin inboezemde, een halve eeuw later is hij de bejaarde moralist die bij publieke optredens de jongere generaties een geërgerd zuchten ontlokt. Tegen niemand lijkt Nederland met zoveel overgave ‘OK Boomer’ te willen zeggen als tegen Freek de Jonge. (Hij is van 1944 en dus eigenlijk geen babyboomer, maar het idee babyboomer is nu eenmaal groter dan de generatie zelf.)

Ambitie en werklust van de komiek zijn op zijn 75ste ongebroken. Voorstellingen volgen elkaar nog steeds snel op, de speelfilm De vogelwachter is in aantocht (prachtige beelden van De Jonge, solovoetballend op het strand) en de tv-aandacht voor de jubilaris gaat er gelijk mee op.

Lees ook het interview met Cornald Maas: ‘De kunst overleeft ons allemaal’

Deze herfst was de mooie documentaire Freek van Dennis Alink te zien, met als motto ‘Hoe lang kan ik nog mee’. Dinsdag wijdde Cornald Maas een aflevering van zijn onvolprezen programmaserie Volle zalen (AvroTros) aan De Jonge, die in bepaalde opzichten een vervolg op de documentaire is. Maas onderscheidt zich van veel tv-collega’s doordat hij niet gemakzuchtig de knipselmap langsloopt, maar zichtbaar nadenkt over wat hij nu precies van iemand wil weten.

Bij Freek was hij op zoek naar de zachtheid. De Jonge – in Alinks documentaire een tragische egoïst met geniale trekken – was bereid die te geven. Zo liet hij merken gespannen te zijn nu hij na lange tijd weer in het grote Amsterdamse theater Carré speelde: „De magie komt terug omdat ik er niet meer twee maanden achter elkaar sta.” Gevraagd naar de ergernis die hij oproept in talkshows zei hij dat hij nu eenmaal ook voor zichzelf onberekenbaar is: „Voor je het weet is de mammoettanker weer uit koers.”

Dat hij nooit zo geliefd werd als Toon Hermans, André van Duin of Youp van ’t Hek begrijpt De Jonge zelf ook wel. Dat kwam „door wat Wim Kan mijn drammerigheid zou noemen”. Saillant geformuleerd: de zelfkritiek kwam naar buiten, maar het (toch vrij evidente) ‘drammerigheid’ nam de babyboomer niet voor eigen rekening.

Rituelen van de dood

„Freek heeft de deur naar de emotie open gezet”, zei Hella de Jonge over haar 75-jarige echtgenoot. „Zijn ziel staat open.” Hun aan wiegendood gestorven zoontje kwam ter sprake, maar in grotere harmonie dan in de documentaire. Toen bleek dat Freek destijds nogal ruw door de rouw van Hella was heengebanjerd en daar nog steeds niet veel over kon zeggen. Nu legde Hella uit hoe tegengesteld hun posities destijds waren. Domineeszoon Freek was van kinds af aan vertrouwd met de rituelen van de dood. Hella, kind in een joods gezin, had haar hele jeugd over de dood horen praten „maar de eerste dode die ik zag was mijn eigen kind”.

Hella en Freek de Jonge zijn mensen die de woorden wel weten te vinden. Maas informeerde naar het elke dag samenleven en werken, ook met het oog op dagelijkse irritaties en ruzies. Freek dacht even na over zijn relatie: „Dat is misschien wel het tuintje waar je je onvolmaaktheid laat groeien.” Het is geen erg romantische definitie van een huwelijk, maar wel een mooie. Later hoorde je Freek zijn vrouw liefdevol commanderen over hoe ze na een voorstelling het podium op moest stappen: „Geef me eerst díe hand.”

Soms keek de dood even om de hoek in deze mooie Volle zalen, bijvoorbeeld als De Jonge in een voorstelling vertelt: „En de spin dacht: dit is de grootste vlieg die ik ooit in mijn leven vangen ga. Hoe kon hij weten dat het een stofzuiger was?” Laat de oude boomer-spin nog maar even weven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.