Als het eten het gezelschap optilt

Aan tafel Aflevering tien van een serie over lekker eten. Marjoleine de Vos over hoe een feestelijk glaasje of een goddelijke bisque de kans groter maakt dat we elkaar sympathiek vinden.

Foto Getty Images, bewerking NRC

Die beroemde maaltijden: Plato’s Symposion, Christus’ laatste avondmaal – maar wat aten ze eigenlijk? De Grieken dronken vooral flink, Jezus en zijn discipelen aten lamsvlees – veel meer weten we er niet van.

Op schilderijen van onvergetelijke maaltijden zie je ook weinig concreet eten. Zelfs zoiets als Manets beroemde Le déjeuner sur l’herbe, dat wat de titel betreft toch nogal maaltijdgericht lijkt, geeft niet zo heel veel te dejeuneren. Wat fruit. Een broodje. Monet zet er op zijn gelijknamige versie gelukkig nog een pastei en een gebraden vogel bij.

Het is wel duidelijk: bij gedenkwaardige maaltijden gaat het niet om het eten.

Het gaat bijna altijd om iets anders. Jaren geleden kookten vrienden het diner uit Nabokovs Ada geheel na. Het maakte diepe indruk, ook culinair, maar ik herinner me die avond toch uiteindelijk meer om wat we zeiden dan om wat we aten.

Ook Plato’s diner doet niemand het water in de mond lopen, maar iedereen kent het verhaal dat een van de aanzittenden vertelt: over een eerdere versie van de mens, de bolmensen, bestaande uit twee helften (man-man; man-vrouw en vrouw-vrouw) die uit elkaar gehaald zijn en nu wanhopig hun wederhelft zoeken. Maar welk voedsel tot dit relaas inspireerde, weten we niet.

Toch zegt dat niets slechts over die maaltijd, noch doet het afbreuk aan het belang van het eten dat op onze eigen tafel staat. Integendeel. Zou er ook maar iemand geloven dat er zulke belangwekkende dingen gezegd zouden zijn als het eten miezerig en schraal was geweest, gekookte doperwten met een glas water, slijmerige prei, zure wijn, dun bier en glazige aardappels? Nee. Dat denkt niemand. Omdat het niet zo is.

Wil de geest gaan gloeien, dan moeten de zintuigen eerst opgewreven worden.

Een feestelijk gedekte tafel, vriendelijke verlichting, kleurige kleren en bloemen, wijn die fonkelt in de glazen, geuren van stoven en smoren uit de keuken, aardige gezichten, een feestelijk glaasje en dan het opgewonden gulzige gevoel na het eerste hapje (en dat hoeft helemaal niets buitenissigs te zijn, cocktail van Hollandse garnalen, gebakken bloedworst, bietjes met mierikswortel, ja zelfs een bitterbal voldoet) – dat alles brengt de mensen in een goed humeur.

De geur en smaak van verse kruiden, de romige textuur van risotto, de volle umamismaak van oude kaas, alles en alles doet mee om dat tot stand te brengen waar het om gaat: gesprekken die vreugde en verbondenheid brengen.

Al valt niet te voorkomen dat mensen ruziënd boven de zoete pudding hangen, of verveeld zwijgend een goddelijke bisque oplepelen, als het eten het gezelschap optilt is de kans aanzienlijk groter dat men elkaar toch eigenlijk zeer sympathiek vindt.

Dus ons best doen zullen we, in deze maand van feestdiners, op glanzende volle sauzen, luchtige soesjes en verfrissende salades. En dan komen we zelf misschien ook wel tot mooie gedachten over liefde en hoe die eigenlijk zou horen.