Tweede Kamer wil dat kabinet vrouwenquotum invoert

Emancipatiebeleid Na jarenlang verzet is een meerderheid in de Tweede Kamer nu toch vóór de invoering van een vrouwenquotum, zo bleek dinsdag.

Bijeenkomst voor topvrouwen in de Ridderzaal in Den Haag. Minister Ingrid van Engelshoven (D66) is verantwoordelijk voor emancipatiebeleid.
Bijeenkomst voor topvrouwen in de Ridderzaal in Den Haag. Minister Ingrid van Engelshoven (D66) is verantwoordelijk voor emancipatiebeleid. Foto David van Dam

De Tweede Kamer stemt in met een vrouwenquotum in het bedrijfsleven. De Kamer wil dat het kabinet beursgenoteerde bedrijven verplicht om hun raden van commissarissen voor minstens 30 procent te laten bestaan uit vrouwen.

Een meerderheid steunt een oproep aan het kabinet om een advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) uit te voeren, waarin het vrouwenquotum de belangrijkste aanbeveling is.

Dinsdagmiddag stemde de Kamer in met twee vergelijkbare moties over het SER-advies: een van D66 en CDA, de andere van Denk. Vlak voor de stemming werd bekend dat ook de SP zich schaarde achter de oproep aan het kabinet. De SP was noodzakelijk voor een meerderheid. Het was lang onzeker of de socialisten zouden instemmen met een vrouwenquotum, de stemming werd er zelfs een week voor opgeschort. De SP ging pas akkoord toen genoeg partijen, ook van de coalitie, zich achter een motie van de SP en D66 schaarden. Daarin wordt het kabinet verzocht een plan van aanpak te maken om gelijke kansen te creëren voor álle vrouwen, niet alleen die aan de top.

Draagvlak bij werkgevers

Aanvankelijk waren alleen PvdA en GroenLinks voor een vrouwenquotum. De vier coalitiepartijen waren tegen. Maar dit najaar ging eerst D66 om, en twee weken geleden ook CDA. Vooral dat laatste was voor de overige coalitiepartijen een verrassing.

Voor de christen-democraten was het van doorslaggevend belang dat de SER in september adviseerde dit bindende quotum in te voeren en er dus maatschappelijk draagvlak voor is. In de SER overleggen vakbeweging, werkgevers en onafhankelijke kroonleden. Het CDA vindt dat het kabinet dit advies, waar het zelf om had gevraagd, niet naast zich neer kan leggen.

Lees hier meer over het SER-advies: SER probeert het glazen plafond te laten barsten

De SER adviseert ook een sanctie: als een beursgenoteerd bedrijf het quotum niet haalt, moeten nieuwe benoemingen van mannen in deze topfuncties nietig worden verklaard, net zo lang tot er wel een vrouw wordt benoemd.

Toch heeft het bindend quotum vooral een grote symbolische waarde. Het gaat gelden voor 88 beursgenoteerde bedrijven, daarvan voldoen er nu dertig aan het quotum. Het gemiddelde percentage vrouwen in de raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven ligt op ruim 26 procent. Al zijn er natuurlijk ook bedrijven die veel minder vrouwen in hun top hebben –zeventien ondernemingen hebben nu nog een volledig mannelijke raad van commissarissen.

Grotere reikwijdte

De SER denkt dat een bindend quotum beter werkt dan het wettelijke streefcijfer van eveneens 30 procent dat in 2013 werd ingevoerd. Dat streefcijfer had wel een grotere reikwijdte: het gold niet alleen voor de 88 beursgenoteerde ondernemingen in Nederland maar ook voor de 5.000 grootste bedrijven. Ook gold het zowel voor raden van commissarissen als voor raden van bestuur. Maar er was geen sanctie aan verbonden en veel bedrijven bleken zich er niet aan te houden. Het wettelijke streefcijfer uit 2013 loopt per 1 januari af. Het duurt waarschijnlijk een jaar voordat de nieuwe wet met het bindende quotum kan worden ingevoerd.

De SER vindt het voldoende om alleen een quotum in te stellen voor de raden van commissarissen, hoewel er een stuk minder vrouwelijke bestuurders zijn: in de raden van bestuur is slechts 8,5 procent vrouw. Maar als er meer vrouwelijke commissarissen zijn, zullen die vanzelf ook meer vrouwelijke bestuurders benoemen, is de gedachte van de SER.

De Tweede Kamer wil dat het kabinet de aanbevelingen van de SER om meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven te krijgen integraal uitvoert. In het SER-advies stond verder dat het voor de 5.000 niet-beursgenoteerde grote bedrijven verplicht moet worden gesteld om zelf ambitieuze streefcijfers te formuleren, niet alleen voor de topfuncties maar ook voor de managementlagen eronder. Ze moeten in hun jaarverslag en op hun website publiekelijk verantwoording afleggen over de mate waarin ze die zelfgestelde doelen halen.