Senaat ook voor stoppen kolenstook

Debat Nederland zal in 2030 geen kolencentrales meer hebben, wil ook de senaat. Eigenaren dreigen met rechtszaken.

De Amercentrale bij Geertruidenberg moet in 2025 stoppen met steenkool.
De Amercentrale bij Geertruidenberg moet in 2025 stoppen met steenkool. Foto Nils van Houts/ANP Xtra

De vier overgebleven kolencentrales in Nederland zullen in 2030 geen kolencentrale meer zijn. Een wetsvoorstel dat dat vastlegt, ontmoette dinsdag ook in de Eerste Kamer weinig weerstand. Tegelijkertijd dekte het kabinet zich al in tegen rechtszaken die centrale-eigenaren Uniper en RWE tegen de Nederlandse staat willen gaan voeren.

Dinsdag behandelde de Eerste Kamer het kabinetsvoorstel voor de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. Die regelt dat de drie moderne kolencentrales die in 2015 en 2016 zijn opgeleverd, hun kolenstook beëindigen in 2030. Voor de oudere Amercentrale is dat 2025. Dat de Hemwegcentrale in Amsterdam voor oudjaar sluit, staat ook in deze wet maar was al beklonken.

Al in de Tweede Kamer stemden alleen de rechtse partijen (PVV, FvD en SGP) tegen. Zij begrijpen niet dat het kabinet nieuwe centrales aanpakt die veel stroom leveren. Dinsdag verwoordde FvD-senator Lennart van der Linden het: „Centrales waarop andere landen stikjaloers zijn”.

De ingreep is een klimaatmaatregel. Uit kolen komt twee keer zoveel CO2 vrij als uit aardgas. Het ministerie van Economische Zaken liet uitrekenen dat de landelijke uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 18 miljoen ton daalt door de wet. Dat is bijna 10 procent van de huidige Nederlandse uitstoot.

De tegenstanders van de wet, die in de Eerste Kamer geen meerderheid hebben, toonden begrip voor centrale-eigenaren die zeggen naar de rechter te stappen als het wetsvoorstel doorgang vindt. Uniper zei in september in De Telegraaf dat het verwacht dat het 1 miljard euro schade lijdt door de wet. Het bedrijf wil de zaak voor een internationaal tribunaal brengen. Ook RWE dreigt met juridische claims.

Volgens Uniper is het bedrijf onder het kabinet Balkenende II (2003-2006) aangemoedigd om een nieuwe kolencentrale te bouwen, „zij het niet expliciet”. Het bedrijf vindt de wet de facto een onteigening. De alternatieven voor kolen – zoals hout of waterstof – zijn volgens Uniper niet realistisch. Adviesbureau Frontier Economics beoordeelde een omschakeling op biomassa als „niet winstgevend”.

Minister Eric Wiebes gaf de energiebedrijven dinsdag echter geen ruimte. Toen zij besloten tot de bouw van de centrales was er al veel discussie over hun CO2-uitstoot. Kolencentrales gaven destijds aan zich in te zetten voor CO2-afvang, maar de eigenaren trokken zich uiteindelijk terug. Wiebes zei dat hij de wet „op geen enkele manier” ziet als onteigening. „Partijen hadden kunnen voorzien dat de rol van kolencentrales zou veranderen.”

Behalve dat principiële punt speelt ook een discussie over de marktwaarde van de drie moderne centrales, die destijds voor in totaal 6 miljard euro gebouwd werden. Door overcapaciteit op de markt moesten Europese energiebedrijven al miljarden afschrijven op hun kolencentrales. Afgelopen zomer waren in Nederland ook de marktomstandigheden voor kolen ongekend slecht, onder meer door de hoge CO2-prijs. „Je gaat een sector die toch al verlies lijdt, toch geen compensatie geven”, betoogde PvdA-senator Ferd Crone.

Veel partijen toonden zich bezorgd over het scenario dat de centrales vanaf 2030 volledig op hout zullen omschakelen. Er is veel twijfel over de duurzaamheid van geïmporteerde biomassa en kritiek op miljardensubsidies die eerder aan de kolencentrales zijn toegezegd voor bijstook. Het kabinet verleent daarvoor geen nieuwe subsidies. Voor steun bij volledige omschakeling op hout hield Wiebes de deur op een kier. „Ik heb het niet uitgesloten, ik heb het niet omarmd.”

De Eerste Kamer stemt over een week, met naar verwachting een meerderheid voor de wet.

Boven een eerdere versie van dit artikel stond in de kop dat de senaat sluiting van de kolencentrales zou voorstaan. Het gaat om vervanging van steenkool als brandstof. Dit is op 4 december gecorrigeerd.