Analyse

Vrouwenquotum – historische stap of slap poldercompromis?

Diversiteit Omdat zachte maatregelen niets veranderden, is de Tweede Kamer nu toch voor een vrouwenquotum – maar alléén voor beursgenoteerde bedrijven en alléén voor commissarissen.

Top vrouwen bijeenkomst in de Ridderzaal in Den Haag. Ingrid Katharina van Engelshoven is een Nederlands politica namens de Democraten 66. Sinds 26 oktober 2017 is zij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Top vrouwen bijeenkomst in de Ridderzaal in Den Haag. Ingrid Katharina van Engelshoven is een Nederlands politica namens de Democraten 66. Sinds 26 oktober 2017 is zij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. David van Dam

In politiek Den Haag gaat 2019 de geschiedenis in als het jaar van de vrouw. Niet alleen werd het 100-jarig bestaan van het algemeen kiesrecht gevierd, ook viel een beslissing over een vrouwenquotum voor de top van het bedrijfsleven. Dinsdag bepaalde een meerderheid van de Tweede Kamer dat het kabinet een advies hierover van de Sociaal-Economische Raad moet uitvoeren.

De belangrijkste aanbeveling uit het SER-rapport Diversiteit in de top is invoering van een bindend quotum voor raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven: die zouden voor ten minste 30 procent uit vrouwen moeten bestaan. Voldoet zo’n onderneming niet aan het quotum, dan moeten alle nieuwe benoemingen van mannelijke toezichthouders nietig worden verklaard, adviseert de SER. Net zolang tot het bedrijf het quotum wel haalt.

In de Tweede Kamer werd na de stemming over het vrouwenquotum geroffeld op de bankjes, bij wijze van applaus. Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66), verantwoordelijk voor het emancipatiebeleid, sprak van een historische stap. „We schrijven geschiedenis. We doorbreken het old boys network en zetten een grote stap naar gelijkheid en diversiteit in de top van het bedrijfsleven.”

Spannend

Tot het laatste moment bleef het in de Kamer spannend of genoeg leden vóór zouden stemmen. Uiteindelijk was het de SP die na een week van onderhandelingen achter de schermen de doorslag gaf. Die partij wilde niet zonder meer instemmen met het quotum, omdat dit alleen geldt voor vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Dat zou de aandacht afleiden van de problemen van vrouwen in lagere posities op de arbeidsmarkt, voor wie de kansen ook nog lang niet gelijk zijn, stelde de SP.

De partij ging pas akkoord toen genoeg partijen, ook van de coalitie, zich achter een motie van Jasper van Dijk (SP) en Steven van Weyenberg (D66) schaarden. Daarin wordt het kabinet verzocht een plan van aanpak te maken om gelijke kansen te creëren voor álle vrouwen. De socialisten hopen dat dit onder meer zal leiden tot een betere ouderschapsverlofregeling, betere kinderopvang en gelijke betaling van vrouwen.

Lange tijd was het vrouwenquotum een maatregel waarvoor alleen de linkse oppositiepartijen PvdA en GroenLinks lobbyden. Zij vonden dat het aandeel vrouwen in topfuncties niet snel genoeg steeg en verklaarden in debatten bij herhaling dat hun „geduld op” was. Zij wezen naar andere landen, zoals Noorwegen en Duitsland, waar al met succes quota waren ingevoerd.

Maar bij de coalitiepartijen lag het onderwerp moeilijk. Alleen D66 raakte geleidelijk overtuigd van de noodzaak van een quotum. Op het partijcongres in 2017 namen de leden een motie aan die de partijtop opriep zich hard te maken voor een (tijdelijk) vrouwenquotum. D66-minister Van Engelshoven kondigde in maart 2018 per brief aan de Kamer „stevige maatregelen” aan als bedrijven niet beter hun best zouden doen om meer vrouwen in topfuncties aan te stellen. In september kwam de Tweede Kamerfractie van D66 ten slotte zelf maar met een eigen voorstel voor een vrouwenquotum.

Geen quotum in regeerakkoord

Veel mogelijkheden om dat D66-voorstel over te nemen had Van Engelshoven niet; de andere drie coalitiepartijen waren nog steeds tegen. VVD, CDA en ChristenUnie vonden het niet aan de overheid om zo hard in te grijpen in het bedrijfsleven. In het regeerakkoord waren geen afspraken gemaakt over een vrouwenquotum.

Het was voor de coalitie en de rest van de Tweede Kamer dan ook een verrassing dat het CDA de discussie ineens in een versnelling bracht. Het 76-jarige Kamerlid Lenny Geluk-Poortvliet had voor de zomer nog in een debat gezegd dat emancipatie voor de CDA-fractie „niet een door de overheid opgelegd streven naar gelijkheid” is, maar „een zaak van de samenleving”. Toch diende uitgerekend zij twee weken geleden met Kees Verhoeven (D66) een motie in die het kabinet opriep het recente SER-advies op te volgen.

Wat voor het CDA de doorslag gaf zo radicaal van standpunt te veranderen, was dat het kabinet de SER in juni 2018 zélf advies had gevraagd. Nog belangrijker: het eindrapport was de uitkomst van maanden overleg tussen vakbeweging, werkgevers en onafhankelijke experts: er is dus breed maatschappelijk draagvlak voor het quotum.

De VVD kijkt daar anders tegenaan: als de werkgevers zo graag meer vrouwen in de top willen, waarom benóémen ze die dan niet gewoon, zei Kamerlid Zohair El Yassini maandag tijdens overleg in de Kamer over het SER-advies. Hij vreest dat mannen met een migratieachtergrond die de lange weg naar de top weten af te leggen, niet worden benoemd als er een vrouwenquotum geldt. Maar volgens voorstanders van het vrouwenquotum zitten er zo weinig mannen uit die groep in de ‘pijplijn’ naar de top, dat dit (vooralsnog) een theoretisch probleem is.

Poldercompromis

Critici zouden het SER-advies, dat in september verscheen, kunnen beschouwen als een slap poldercompromis, omdat het quotum alleen geldt voor beursgenoteerde ondernemingen en alléén voor raden van commissarissen. Maar minister Van Engelshoven denkt dat het bindende quotum meer effect zal hebben dan het wettelijke streefcijfer dat sinds 2013 geldt. Ook nu al moeten bedrijven 30 procent van hun topfuncties (zowel bestuurders als toezichthouders) aan vrouwen geven. Alleen stond op uitblijven daarvan tot nu toe geen sanctie.

Kennelijk is er toch een stok achter de deur nodig, zegt Van Engelshoven. „Bedrijven kunnen niet langer achterover leunen omdat ze denken dat de politiek het toch niet eens wordt over een quotum. Ze zullen echt stappen moeten zetten, anders houden ze van rechtswege een lege stoel.”

Van de 455 commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven zijn er volgens de meest recente telling van de Female Board Index (FBI) nu 122 vrouw. Dat is 26,8 procent. Van de 88 beursgenoteerde bedrijven in Nederland voldoen er dertig aan het bindende quotum. De bedrijven die het quotum niet halen, moeten samen 66 vrouwen benoemen om er wél aan te voldoen, berekende hoogleraar Mijntje Lückerath van de Universiteit van Tilburg, die jaarlijks de FBI samenstelt.

Zeventien bedrijven moeten écht hard aan de bak – die hebben momenteel nog geen enkele vrouwelijke commissaris. In die groep zitten bijvoorbeeld vastgoedbedrijf Bever en handelshuis FlowTraders.

Nog méér winst zou te behalen zijn in de raden van bestuur. Onder bestuurders is het percentage vrouwen namelijk nog veel lager: slechts 8,5 procent. Toch willen Van Engelshoven en de Kamer daar geen quotum voor – omdat de SER het niet adviseert en er geen maatschappelijk draagvlak voor is. Als er straks meer vrouwelijke commissarissen zijn, zullen die vanzelf ook meer vrouwelijke bestuurders benoemen, zei SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de presentatie van het advies.

VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer vindt het vrouwenquotum weliswaar een „zwaktebod”, maar ziet het ook als een tijdelijke, noodzakelijke maatregel om een „radicale trendbreuk” te forceren. Zijn standpunt is tekenend voor hoe het maatschappelijk debat over emancipatie is veranderd, ook in het bedrijfsleven zelf.

Database met topvrouwen

In 2015 begon toenmalig minister van OCW Jet Bussemaker (PvdA) een database met geschikte topvrouwen, om zo via de ‘zachte weg’ voor elkaar te krijgen dat meer vrouwen de hoogste managementlagen zouden bereiken. De VVD probeerde de database destijds met een motie tegen te houden. De liberalen noemden de database ‘concurrentievervalsing’ omdat de overheid zich daarmee op de markt van wervingsbureaus zou begeven.

Bussemakers opvolger Van Engelshoven maakte in maart dit jaar, op Internationale Vrouwendag, een ranglijst bekend van bedrijven die weinig vrouwen in de top hebben. Die bedrijven voeren vaak als reden aan dat ze te weinig gekwalificeerde vrouwen kunnen vinden. Een slechte smoes, oordeelde Van Engelshoven, want in de database Topvrouwen.nl staan de namen van inmiddels zo’n 2.000 vrouwen.

In het bedrijfsleven spreken steeds meer topbestuurders zich publiekelijk uit voor een quotum. Zij vinden dit als tijdelijke maatregel te rechtvaardigen. Bestuursvoorzitters Herna Verhagen (PostNL) en Nancy McKinstry (Wolters Kluwer) bijvoorbeeld waren altijd tegen dit soort overheidsbemoeienis, maar zijn daar door hun eigen ervaringen in het bedrijfsleven op teruggekomen. Zonder een quotum, zeiden ze onlangs in een interview met NRC, wordt er te weinig en te langzaam vooruitgang geboekt.

Lees hier het interview met bestuursvoorzitters Nancy McKinstry en Herna Verhagen: ‘Dat er niet genoeg gekwalificeerde vrouwen zijn, is gewoon niet waar’

Kabinetsreactie

Nu de Tweede Kamer de wens heeft uitgesproken dat het kabinet het SER-advies uitvoert, inclusief de invoering van een quotum, is het aan het kabinet om daarmee aan de slag te gaan. Er ligt nog geen officiële kabinetsreactie op het SER-advies. De coalitiepartijen wilden afwachten hoe het debat in de Kamer zou lopen. De Kamer vroeg direct na de stemming om een brief van het kabinet waarin staat hoe het de motie denkt te gaan uitvoeren.

Minister Van Engelshoven verwacht dat VVD en ChristenUnie de invoering van het vrouwenquotum niet zullen blokkeren nu er een Kamermeerderheid vóór is. Wrang genoeg is het VVD-minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) die hiervoor de Wet bestuur en toezicht moet aanpassen. Daar staat nu het streefcijfer uit 2013 in, en dat moet het bindende quotum worden.

Als dezelfde partijen die dinsdag voor het vrouwenquotum stemden dat in de Eerste Kamer ook doen, is er ook daar een meerderheid. Het quotum zal waarschijnlijk vanaf 1 januari 2021 gaan gelden.