Picnic hoeft zich niet te houden aan supermarkt-cao

Webwinkel Vakbond FNV eiste dat Picnic zijn werknemers evenveel loon en toeslagen betaalt als fysieke supermarkten. De rechter gaat daar niet in mee.

Het distributiecentrum van Picnic in Utrecht.
Het distributiecentrum van Picnic in Utrecht. Foto Lex van Lieshout/ANP

De onlinesupermarkt Picnic hoeft zijn personeel niet op dezelfde manier te behandelen en betalen als ‘gewone’ supermarkten. Dat heeft de rechtbank Amsterdam dinsdag bepaald. De webwinkel hoeft zich niet te houden aan de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) die wettelijk geldt voor alle supermarkten.

De FNV had de rechtszaak aangespannen omdat deze vakbond vindt dat sprake is van oneerlijke concurrentie. Picnic concurreert immers rechtstreeks met supermarkten als Albert Heijn en Jumbo, die ook een webwinkel hebben en zich wél aan de cao moeten houden. Daardoor hebben werknemers in die winkels recht op een loontoeslag als ze ’s avonds of in het weekend werken – Picnic heeft zulke toeslagen niet.

Picnic wees bij de rechter op zijn afwijkende organisatiestructuur. Het bedrijf is niet één organisatie, maar heeft activiteiten verdeeld over tien verschillende bv’s, met namen als Picnic BV, Picnic Technologies BV en en Picnic Hubs BV. Slechts één ervan houdt zich bezig met exploitatie van de onlinesupermarkt. Die bv moet zich daarom als enige aan de supermarkt-cao houden, oordeelt de rechtbank.

De andere negen bv’s ziet de rechter niet als supermarkt, omdat zij zich alleen bezighouden met bijvoorbeeld distributie of ontwikkeling van een website en app. In theorie zouden die bv’s ook voor andere opdrachtgevers kunnen werken. Verreweg het grootste deel van het Picnic-personeel werkt bij deze negen bv’s.

Lees ook: Picnic verkoopt boodschappen maar wil geen supermarkt zijn

Picnic laat weten dat het vonnis niets verandert aan zijn bedrijfsvoering. De vijftien werknemers die het assortiment en de prijzen bepalen, worden nu al betaald volgens de supermarkt-cao. Picnic zegt het te „betreuren dat de FNV zich vanaf het begin zo halsstarrig heeft opgesteld”.

Vakbond FNV reageert teleurgesteld. „We sluiten cao’s onder meer af om werknemers binnen één branche voor hetzelfde werk gelijk te belonen”, zegt bestuurslid Zakaria Boufangacha. „Door deze uitspraak worden medewerkers speelbal in de concurrentiestrijd in de supermarktbranche.” De vakbond onderzoekt nog hoe kansrijk hoger beroep is.

Kat-en-muisspel

De andere supermarkten, verenigd in Vakcentrum, reageren verbaasd op het vonnis. Volgens directeur Patricia Hoogstraten bestaat het gevaar dat er in de sector een wedstrijd „wie heeft de grootste creativiteit in het creëren van rechtspersonen” ontstaat. De cao geeft supermarkten een „minimum aan sociale afspraken”, zegt Hoogstraten, „zodat we niet op dat vlak de concurrentie met elkaar kunnen aangaan”. „Het moet niet zo worden dat je door het clusteren van werknemers in bv’s niet meer aan een gezamenlijke cao hoeft te voldoen.”

Arbeidsjurist Niels Jansen (Universiteit van Amsterdam), gespecialiseerd in cao-recht, zegt dat de FNV in hoger beroep meer geluk kan hebben. In de cao-tekst staat weliswaar dat alleen werkgevers onder de cao vallen die zelf een winkel exploiteren. „Maar een andere rechter kan redeneren dat het begrip ‘werkgever’ ruimer mag worden uitgelegd als: alle rechtspersonen die samen de winkel vormen.”

De FNV zou daarbij kunnen aanvoeren dat het onrealistisch is om te veronderstellen dat slechts vijftien werknemers van één bv de volledige webwinkel exploiteren, oppert Jansen.

Volgens Jansen illustreert dit vonnis hoe cao’s wel vaker uitlopen op een kat-en-muisspel. Nu Picnic de cao mag ontwijken, kunnen supermarkten en vakbonden in hun volgende cao ruimer formuleren wie zich daaraan moeten houden. „Bijvoorbeeld: alle ondernemingen die aan een supermarkt gelieerd zijn.”