Mizoguchi: feminist, sadist of berouwvol zondaar?

Japanse film Het Eye Filmmuseum toont in december films van het triumviraat dat in de jaren vijftig de Japanse film op de kaart zette: Ozu, Kurosawa, Mizoguchi. Die laatste is het minst bekend: doodzonde.

‘The Life of Oharu’: het beste voorbeeld van Kenji Mizoguchi’s mededogen met het tragische lot van vrouwen.
‘The Life of Oharu’: het beste voorbeeld van Kenji Mizoguchi’s mededogen met het tragische lot van vrouwen.

‘Vrouwen zijn altijd als slaven behandeld”, zei de Japanse filmmaker Kenji Mizoguchi in 1952. Om eraan toe te voegen: „Dus ben ik vooral geïnteresseerd in de problemen tussen mannen en vrouwen.”

Of ze zich nu in heden of verleden afspelen, veel van Mizoguchi’s films gaan over de armzalige positie van de vrouw in de Japanse samenleving. Soms gaan vrouwen de strijd aan met de patriarchale samenleving die ze behandelt als tweederangsburgers. Een strijd die ze verliezen of met de (al dan niet zelfgekozen) dood moeten bekopen. Ondanks deze zware en sombere thematiek zijn Mizoguchi’s films een feest om naar te kijken, vooral dankzij zijn schilderachtige stijl vol expressieve beelden.

Samen met Yasujiro Ozu en Akira Kurosawa behoort Mizoguchi (1898-1956) tot de Grote Drie van de Japanse cinema. Toch is hij veel minder bekend, iets waar het Japan Restored-programma van Eye Filmmuseum verandering in kan brengen. Hierin zijn drie gerestaureerde meesterwerken van Mizoguchi opgenomen: The Life of Oharu (1952), Sansho the Bailiff (1954) en The Crucified Lovers (1954). Helaas behoort een ander meesterwerk uit die tijd, Ugetsu (1953), niet tot het programma. Oharu, Ugetsu en Sansho wonnen drie achtereenvolgende jaren hoofdprijzen op het filmfestival van Venetië, het begin van de westerse ontdekking van de Japanse cinema.

Alle drie de films komen uit Mizoguchi’s late bloeiperiode, met humane meesterwerken die het naoorlogse Japan een spiegel voorhouden. Hoe kon het dat Japan in de jaren dertig en veertig tot zulke gruwelijkheden in staat was?

Vooral Sansho the Bailiff poogt een antwoord én een morele les te geven. Die les wordt in het begin verwoord door de vader van hoofdpersoon Zushio, dan nog een jongetje: „Zonder compassie is de mens als een beest. Ieder mens is gelijk en heeft recht op geluk.” Wijze woorden, die nog een paar keer terugkeren. Want als hun vader, een rechtschapen provinciale gouverneur, wordt verbannen, adviseert hij zijn vrouw te vluchten met hun kinderen Zushio en Anju. Als dat trio naar hem op weg gaat, worden ze gevangengenomen. De kinderen worden verkocht als slaaf, hun moeder wordt naar een eiland gebracht om daar als prostituee te werken. De in de elfde eeuw in feodaal Japan gesitueerde film toont vooral het lot van Zushio en Anju, die in dienst komen van de wrede tiran Sansho. Sansho runt een kamp waar keihard gewerkt moet worden en brandmerkt slaven die pogen te ontsnappen. Even gruwelijk is het lot van hun moeder. Als zij van het eiland wil vluchten om haar kinderen te zoeken worden de pezen van haar hielen doorgesneden, waardoor zij vrijwel immobiel wordt.

In een sterke scène offert Anju zich op, zodat haar broer kan vluchten met een stervende oude vrouw op zijn rug. Mizoguchi filmt vanaf discrete afstand hoe Anju kalm een meertje inloopt, maar snijdt weg zodra zij kopje-onder dreigt te gaan. Wel zien we daarna serene golfjes in het water waar Anju zojuist in verdween. Ondanks hun wrede, fatalistische verhalen zitten Mizoguchi’s films vol met zulke betoverende momenten.

Voordat hij regisseur werd, studeerde Mizoguchi kort aan de kunstacademie. Hij heeft een scherp oog voor bijzondere composities, vol diagonale lijnen en geabstraheerde patronen. Hij filmt het liefst in lange opnames, met de camera vrij ver van het getoonde en ook ietsjes van bovenaf. In zijn scènes beweegt de camera altijd, op rails of op een kraan. Hoewel die afstandelijke camera het melodrama niet benadrukt, komt het drama zo des te harder aan. Het is een subtiele stijl van filmen die een beetje verleerd is.

Een ander mooi moment zit in The Life of Oharu. Wanneer Oharu het nieuws krijgt dat haar minnaar onthoofd is, filmt Mizoguchi haar zittend, half verscholen achter een kimono. Zo zien we haar reactie op het verschrikkelijke bericht niet. We zien eventjes de kimono bewegen en de afschuw in haar stem spreekt boekdelen. Even later zien we haar moeder verschrikt naar haar toe springen en blinkt heel kort het lemmet van een mes: Oharu stond op het punt zelfmoord te plegen.

The Life of Oharu is het beste voorbeeld van Mizoguchi’s mededogen met het tragische lot van vrouwen. Titelpersonage Oharu is een hofdame die verbannen wordt als zij het aanlegt met een man uit een lagere klasse. Daarna gaat het van kwaad tot erger: ze wordt door haar ouders verkocht als concubine, baart het kind van een edelman wiens vrouw onvruchtbaar is, en eindigt als prostituee en bedelaar. De hartverscheurende scène waarin haar kind haar ontnomen wordt had zo in de tv-serie A Handmaid’s Tale gepast. De vrouw gereduceerd tot broedmachine en daarna achteloos afgedankt.

Soms is Mizoguchi wel verweten dat zijn films niet zozeer feministisch zijn als sadisme, waarbij de toeschouwer verlekkerd toekijkt hoe vrouwen lijden. Kritiek die eerder toepasbaar is op iemand als Lars von Trier dan op Mizoguchi. Toch moet gezegd dat zijn houding tegenover vrouwen op zijn minst ambivalent is: het is bekend dat hij veelvuldig geisha’s en prostituees bezocht. Dus kan je zijn werk ook als boetedoening voor zijn eigen zonden zien. Zo voelde hij zich ook schuldig over zijn zus, die door zijn vader werd verkocht als geisha en zich onbaatzuchtig in dienst stelde van haar broers loopbaan. Misschien dat de scène waarin Anju zich voor Zushio opoffert in Sansho the Bailiff daarom zo resoneert. Daarin hield Mizoguchi niet alleen de Japanse samenleving, maar ook zichzelf een spiegel voor.

Japan Restored. 6 t/m 23 december in Eye Filmmuseum in Amsterdam. Naast de drie films van Mizoguchi zijn er drie van Ozu te zien, plus The Ballad of Narayama van Shohei Imamura. Inl: eyefilm.nl