Opinie

Liever streamen dan een miljardair

Coen van Zwol Bij de terugblik op de jaren 10 stelt Coen van Zwol vast dat Hollywood de afgelopen jaren weinig behoefte had aan kwaliteit.

Coen van Zwol

De jaren tien waren voor cinefielen een stuk schraler geweest als een Amerikaanse tech-miljardair zijn dochter niet wat met zijn vermogen had laten ravotten. Dat verrijkte ons met The Master en Phantom Thread, met Her en Zero Dark Thirty, Spring Breakers en American Hustle.

Smaak heeft Megan Ellison, dochter van Oracle-topman Larry Ellison. Zij richtte 25 jaar jong in 2011 Annapurna Pictures op, dat als een van de weinige in Hollywood tientallen miljoenen dollars in auteursfilms bleef steken. Zo maakte ze de filmpers blij en oogstte ze Oscars – maar niet genoeg geld. In oktober 2018 vond vader Ellison het na een jaar met naar verluidt 160 miljoen dollar verlies welletjes. Er werd bezuinigd, onder meer door zich te ontdoen van strippersfilm Hustlers, wat pa nu zal betreuren. Dit jaar scoorde Annapurna opnieuw slecht met prima films als Missing Link en Booksmart. Trekt pa de stekker er nu uit? Of maakt #metoo-drama Bombshell – peroxideblonde vrouwen versus de kleffe Fox Network-baas Roger Ailes – straks alles goed?

Hollywood had de afgelopen tien jaar weinig behoefte aan kwaliteit. Dat kwam zo: in de jaren negentig leidde de dvd-rage tot een enorme vraag naar films. Hoe meer films, hoe meer dvd-schijfjes je kon drukken immers. Toen na 2006 de dvd-verkoop inzakte door piraterij werd het ‘blockbustermodel’ langzaam de nieuwe logica. Het draaide weer om de bios, waar marketing vaak evenveel kost als de film zelf. Je richten op een paar peperdure ‘blockbusters’ bespaarde dus flink op marketing.

Maar zo leg je wel veel eieren in één mandje: riskant. Daarom moesten die blockbusters naast spectaculair ook veilig zijn; liefst een ‘franchise’, een filmserie met al bestaande fans. Hollywood werd synoniem voor creatief recyclen: sequel, prequel, reboot, remake. De snelle groei van weinig avontuurlijke afzetmarkten als China versterkte die trend.

Met megahit Avengers (2012) vond filmstudio Marvel nog een overtreffende trap: het ‘filmuniversum’. Daarin konden diverse (super)helden jaarlijks twee tot vier op elkaar aansluitende avonturen beleven: een lopende band voor blockbusters. Disney voorzag dat al rond 2010, lijfde Marvel en Lucasfilm (Star Wars) in en werd zo dominant dat Rupert Murdoch dit jaar de handdoek in de ring wierp en zijn studio Fox verkocht.

Dit alles liet weinig ruimte voor kwaliteitsfilms. Die konden wel hoop putten uit de komst van streaming-giganten als Netflix, dat in 2019 15 miljard dollar in ‘content’ stak. Netflix kocht royaal kwaliteitsfilms in op festivals en stak tientallen miljoenen in liefdesprojecten van ‘auteurs’ als Noah Baumbach en Martin Scorsese. Zo won de parvenu prijzen en prestige en bediende tegelijk zijn veeleisende ‘couch potatoes’.

Vergeleken met vrijgevige miljardairs is streaming een solide basis: kwaliteit verschuift al een tijdje van bios richting huiskamer. Hoe handhaaft de klassieke speelfilm van anderhalf uur zich daar in de dagelijkse strijd om aandacht met sociale media, YouTube, tv-series, games, virtual reality? Dat gaan wij in de jaren twintig zien.