Iraanse regering erkent demonstranten te hebben gedood

Iraanse veiligheidstroepen hebben gericht op demonstranten geschoten. Hoeveel levens dat heeft gekost, heeft het regime niet gezegd. Amnesty International stelt dat 208 mensen omkwamen.
Een militair kijkt uit over een pro-regeringsmars in de hoofdstad Teheran.
Een militair kijkt uit over een pro-regeringsmars in de hoofdstad Teheran. Foto Ebrahim Noroozi/AP

De Iraanse regering heeft dinsdag in een uitzending op de staatstelevisie toegegeven dat veiligheidstroepen in het land demonstranten hebben doodgeschoten. Dat meldt persbureau AP. Voor hoeveel slachtoffers het regime de verantwoordelijkheid op zich neemt, is niet bekendgemaakt. Amnesty International kwam tot nu toe tot ruim tweehonderd dodelijke slachtoffers sinds de protesten twee weken geleden uitbraken.

Het regime verdeelde de dodelijke slachtoffers van veiligheidstroepen onder in categorieën als ‘relschoppers’ of ‘gijzelnemers’. Ook zouden de troepen mensen hebben gedood omdat die militaire centra of andere kwetsbare plekken hadden aangevallen.

Verhoogde brandstofprijzen

Er zouden daarnaast agenten, militairen en „vreedzame demonstranten” zijn gedood. Wie daar verantwoordelijk voor is, werd niet duidelijk. In verschillende steden zijn ook aanhangers van de regering de straat opgegaan.

De woede van demonstranten in Iran concentreert zich op een significante verhoging van de brandstofprijzen. Volgens Amnesty International kwamen 208 mensen om het leven. Die bewering heeft de Iraanse vertegenwoordiger maandag bij de Verenigde Naties afgedaan als „niet onderbouwd”.