Het ruikt niet alleen naar riool, het ís een riool

Waterzuivering Eén op de zeven Vlaamse woningen is niet aangesloten op het riool. Afvalwater stroomt ongezuiverd beken in.

"Verbetering van het rioleringsstelsel in Vlaanderen is essentieel"
"Verbetering van het rioleringsstelsel in Vlaanderen is essentieel" foto Istock

„Het water is nu redelijk helder, maar het is ook wel eens bruin”, wijst Lieven Decrick. Tussen de struiken klatert een straal water uit een buis een beekje in. In de verte, onder een kraakheldere blauwe lucht, rent een haas voor een rij knotwilgen langs. Vroeger kwam zijn vader in dit idyllische landschap visjes scheppen, vertelt de 32-jarige Decrick. Het water was toen nog „superzuiver”. Nu ruikt het naar doucheproducten of, zoals vandaag, naar riool. Vissen in de beek zou hij niemand aanraden. Want het ruikt niet alleen naar riool, het ís ook een riool.

In Decricks woonplaats Pepingen, in het Vlaamse Pajottenland niet ver van Brussel, is volgens cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij maar een kwart van de huizen aangesloten op de riolering. Nul procent van het Pepingse afvalwater loopt momenteel via een zuiveringsstation. Huishoudelijk afval stroomt – al dan niet via rioolbuizen – ongezuiverd de beken in de omgeving in.

Pepingen zit bij de slechtst scorende gemeenten van Vlaanderen, maar het gebrek aan riolering is zeker geen uitzondering in de regio. Een op de zeven huizen is er niet op aangesloten. Het Europese Milieuagentschap oordeelde dit jaar dat het overgrote deel van de Vlaamse rivieren mede daardoor een slechte of ontoereikende waterkwaliteit heeft.

Het waterbeheer is in België regionaal verdeeld. Decrick herinnert zich nog dat de rivier de Zenne in Brussel „weleens zwart zag” toen hij jong was. „Nu lopen ze daar op ons voor.”

Pompstation

Tot 2007 werden grote delen van het Brussels afvalwater nog ongezuiverd in de rivier geloosd, inmiddels heeft het gewest een inhaalslag gemaakt. Bijna al het stadswater wordt gezuiverd, en er zwemt weer vis in de Zenne. In het Waals gewest is ruim 92 procent van de gemeenten aangesloten op een zuiveringsstation.

Ook in Vlaanderen is de laatste twintig jaar op watergebied al veel verbeterd, zeker in steden en dichtbevolkte gebieden, benadrukt Katrien Smet van de Vlaamse Milieumaatschappij. Zo verdubbelde de zuiveringsgraad in Vlaanderen.

Pepingen investeerde de laatste jaren al flink in haar rioleringsstelsel, en de gemeente ontvangt de komende jaren 1,2 miljoen euro subsidie van Vlaanderen. Langs de Ninoofsesteenweg die dwars door het dorp loopt, werd twee jaar lang gewerkt aan de aanleg van riolering. De huizen langs die weg zijn nu aangesloten, en er is een pompstation gebouwd om het afvalwater naar een zuiveringsstation te voeren.

Maar de verspreide bebouwing in Vlaanderen en de beroerde ruimtelijke ordening maken riolering in landelijke gebieden duur, aldus Smet. Gemeenten hebben niet altijd genoeg middelen om daar de riolering uit te bouwen. Zo wonen de 4.500 inwoners van in Pepingen lang niet allemaal langs de hoofdweg, maar verspreid over 36 vierkante kilometer heuvelachtig gebied.

Verbetering van het rioleringsstelsel in Vlaanderen is essentieel, zegt Wendy Francken, directeur van Vlario, het kenniscentrum voor de rioleringen. Essentieel voor de volksgezondheid, maar ook vanwege de Europese richtlijnen die bepalen dat alle beken en rivieren tegen 2027 schoon moeten zijn.

Lukt dat niet, dan zal Brussel miljoenenboetes uitschrijven, terwijl momenteel geen enkele Vlaamse rivier de norm voor schoon water haalt. Het is nog mogelijk om de richtlijnen te halen, aldus Francken. Maar dan moet vóór 2027 het afvalwater van een half miljoen Vlamingen extra gezuiverd worden. Voor zo’n 4 miljard euro.

In Nederland zijn de meeste huizen wel aangesloten op de riolering. Toch heeft ook Nederland het moeilijk met de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit.

Francken: „Het is belangrijk dat lokale besturen dit opnemen in hun begroting. En de Vlaamse overheid moet duidelijk maken welke projecten wel of geen subsidie ontvangen. Dat is niet altijd zo. Daardoor ontstaat een kat- en muisspel tussen Vlaanderen en gemeenten.”

Er is nog een probleem, zegt de directeur: „De doorlooptijd voor projecten stijgt de laatste jaren door nieuwe regelgeving, extra betrokken partijen en benodigde vergunningen. Daardoor is het soms een hels karwei om projecten op tijd gerealiseerd te krijgen.” De gemiddelde looptijd is momenteel zes jaar. Met regels is niets mis, zegt Francken, maar partijen moet beter op elkaar worden afgestemd. „Nu ligt een project soms negen maanden stil.” Om ‘2027’ te halen, zouden financiering en planning van de meeste projecten nu al helemaal goedgekeurd moeten zijn.

Condooms en waswater

Bewoner Decrick ontdekte pas recent dat het water in Pepingen ondanks alle werkzaamheden nog ongezuiverd de beek in stroomt. Toen hij per mail informeerde, bleek dat de verbindingen van riool naar pomp en zuivering nog aangelegd moeten worden. Die zullen pas tegen maart 2020 af zijn. „Terwijl we wel betalen om ons afvalwater te zuiveren.”

Er wordt aan gewerkt, verklaart netbeheerder Fluvius. Het eerste zuiveringsstation kon onlangs pas na een lange vergunnings- en beroepsprocedure worden opgeleverd. En ook nieuwe stations blijken complex, zegt coördinator Frieda De Saeger van de gemeente. „We willen al heel lang zuiveringsstations bouwen, maar er wordt steeds geen consensus bereikt. Zo hadden we recent een locatie vlakbij een school gevonden. Er werd geprotesteerd omdat de school bang was dat het gevaarlijk zou kunnen worden. Terwijl dat helemaal niet zo is. Iedereen wil zuiver water maar niemand wil een station in de buurt.”

Decrick loopt naar een wandelpad achter de huizen. Daar loopt troebel water uit een buis. „Soms stroomt hier het hele wandelpad over of liggen er condooms in.” Op het water staat een laag schuim. Hier heeft iemand zo te ruiken net de was gedaan.