Opinie

Dit vuur is religie, daarom is het afscheid zo pijnlijk

Oud en nieuw Met ratio bereik je de Duindorper niet, blijkt nu Den Haag een eind maakt aan de traditie van de vreugdevuren. Wat als er vorig jaar wel doden waren gevallen, vraagt .
Illustratie Hajo

Ze zijn niet achterlijk. Ze willen zich alleen maar onderdeel voelen van iets waardevols. Dat zag je elk jaar aan het strand, in de laatste dagen van december. De bouw van het vreugdevuur verbond het hele dorp, waarin iedereen een rol had. One team, one mission. Dat motto stond met een eigen logo op de hoodies, zwart voor de mannen, roze voor de vrouwen.

Zo’n hele organisatiestructuur en een collectieve werklust, nachtenlang, allemaal om één domme houtstapel zinloos in vlammen op te zien gaan: als u dat een vrij idiote verspilling van menskrachten lijkt, heeft u misschien gelijk, maar de kans is groot dat u zelf voor een organisatie werkt die ook een logo heeft en een motto, of dat nu ‘Samen op weg naar duurzaam’ is, of ‘Lux et Libertas’. Misschien is er geen officiële bedrijfskleding, maar zeker wel een ongeschreven code.

Lees ook: Gemeente geeft geen vergunning voor vreugdevuren op Haagse strand

We willen ons inzetten voor wat onze individuele levens overstijgt – een merk, een god, een club, een familie – en rond dat symbool bundelen we onze krachten. In Duindorp was het vreugdevuur allerlei symbolische identiteiten inéén en stond zo op ooghoogte met vroegere religies. Bouwen leerde je van vader op zoon. Overleden buurtgenoten werden herdacht, met portretten op groot canvas naast de toren.

Het irrationele van de hele onderneming was nu juist de kracht. „Ik kan niet in woorden uitleggen hoe belangrijk die traditie voor mij is”, zei een Duindorper treffend in een Trouw-reportage.

Wat als er doden gevallen waren?

Telkens als ik de afgelopen avonden de politiehelikopter hoorde brommen – ik woon er twee kilometer vandaan – dacht ik: wat nu als ze vorig jaar níet aan een ramp waren ontsnapt? Wat als er wél woonhuizen in vlammen op waren gegaan? Wat als er dorpsgenoten waren verbrand en verstikt door eigen vuur? Zouden hun foto’s dan nu aan de hekken hangen, terwijl de nabestaanden in de weer waren om het hoogterecord van het fatale jaar te verbreken?

Zouden ze dan ook rellend door hun eigen buurt trekken, hun eigen (overigens al leegstaande) Snackcar Melissa in de hens zetten, bushokjes aan splinters beuken, kinderen met molotovcocktails laten rondlopen? Ik kan het me niet voorstellen. Er zou, in die maanden van diepe rouw, waarin blijvend verminkte gezichten dagelijks aan die ene nacht herinnerden, een proces op gang zijn gekomen in die gemeenschap, waar iedereen wel slachtoffers van heel nabij gekend heeft. Uitkomst: een veiliger vuur.

Oké, dus d’r hadden beteâh dooien kènnuh vallen? Is dat mijn stelling? Nee. Mijn punt is alleen dat sommigen al in actie komen bij een dreigende ramp, en anderen pas na het voltrekken ervan. Zie het klimaat, waar pas echt een alom gevoelde drang tot ingrijpen voor zal ontstaan als het water de woonkamers in gutst. Eerst zien, dan geloven. En daarna pas, heel misschien, en met flinke tegenzin, aan oplossingen meewerken die dan al te laat zijn.

Nu komt de verandering van buitenaf. Dat geeft weerstand, zeker bij deze groep die al meer veranderingen opgelegd meent te krijgen – Zwarte Piet, langzamer rijden, roken wordt duurder –, en bij wie zorgen leven over gezondheidszorg, salarissen, pensioenen.

Immuun voor rationele overwegingen

Het vreugdevuur is de vlag die de lokale overheid nu afpakt. Rationeel gezien heeft de gemeente Den Haag volkomen gelijk: zij moet haar burgers voor echte rampen behoeden. En de vuurbouwers hebben dit allereerst aan zichzelf te danken. Zij schonden de gemaakte afspraken, bouwden te hoog, gebruikten dieselvaten. Maar met ratio bereik je de Duindorper niet.

De gemeente gaat hier ook niet vrijuit. Door telkens maar weer te gedogen dat het vuur te groot, te gevaarlijk werd, zwichtte zij voor dreiging. Den Haag staat daarmee in het bedenkelijke rijtje van overheden die onder pressie van een boze bevolking de handhaving laat schieten. Dat gebeurde bij de Oostvaardersplassen, waar Staatsbosbeheer in 2018 tegen de eigen inzichten en voornemens in toch dieren ging bijvoeren, omdat activisten het heft in eigen hand namen. Het gebeurde dit najaar in verschillende provincies waar boeren met geweld het opschorten afdwongen van de stikstofnormen. De aanhouder wint, zullen ze in Duindorp denken. Nog een paar nachten rellen, en we krijgen alsnog een vuur.

Of je figuren die zó immuun zijn voor rationele overwegingen voor de gemeentelijke besluitvorming had kunnen winnen, blijft de vraag. Den Haag had in elk geval beter kunnen proberen ze erbij te betrekken. De verandering was dan allicht minder ervaren als van bovenaf opgelegd, en iets meer als iets vanuit de eigen gemeenschap.

Duindorp en Scheveningen leven er maanden naartoe

Bovenal is er te lang gewacht. Pas op 3 oktober verscheen het onderzoeksrapport. Dat de bouwers een aansprakelijkheidsverzekering moesten afsluiten bleek ook pas die maand. Dan zijn de voorbereidingen al lang bezig.

Want dat is ook waarom het afscheid van de vreugdevuren zo pijnlijk is. Er is in geïnvesteerd, materieel, en vooral emotioneel. Duindorp en Scheveningen leven er naartoe, elk jaar opnieuw.

De bouw zelf, die ’s nachts doorgaat, is een uitputtingsslag. Ook dat verraadt die religieuze dimensie. Wat is er zinvol aan een hoge houttoren bouwen, 195 kilometer door Friesland zwemmen of fietsen naar de top van de Alpe d’Huez? Objectief gezien: niets. Subjectief gezien: alles. Het is een offer, waarin jouw lijden opgaat in iets groters, zo irrationeel dat het niet in woorden is uit te leggen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.