De Nederlandse film kantelde in 2016

Achtergrond In tien jaar ging de Nederlandse film commercieel terug naar af. Oude pijlers roestten, nieuwe bleken wankel, jong talent vlucht naar buiten. Maar mogelijk blijkt dat een pre.

Martin Koolhovens ‘Brimstone’ drong door tot de hoofdcompetitie in Venetië.
Martin Koolhovens ‘Brimstone’ drong door tot de hoofdcompetitie in Venetië.

De Nederlandse film lijkt terug bij af. Na de zeven vette jaren volgden de magere, en 2016 was het kantelpunt. Artistiek viel er in dat jaar wat te juichen: Paul Verhoevens Elle en Martin Koolhovens Brimstone drongen door tot de prestigieuze hoofdcompetities van Cannes en Venetië. Maar commercieel zette een glijvlucht in. Was na 2010 een marktaandeel van 20 procent het nieuwe normaal voor de Nederlandse film, na 2017 kelderde dat naar 10 tot 12 procent. Zoals voorheen.

Te weinig geld voor te veel films, te weinig goede scripts, te veel haast: dat zijn zo wat verklaringen. Misschien ligt het dieper. Oude pijlers bleken roestig, nieuwe wankel. De chique boekverfilming met ingebouwd lezerspubliek bleek rond 2016 op zijn retour: het voortreffelijke Tonio mocht ondanks zeven Gouden Kalveren slechts 128.000 bezoekers verwelkomen, Publieke Werken 127.000, Knielen op een bed violen 223.918, De helleveeg 53.000. Allemaal lichte tot forse tegenvallers.

De romantische komedie, het nieuwe werkpaard van de Nederlandse filmindustrie, begon rond 2016 te sputteren. De twee delen van Gooische Vrouwen trokken in 2011 en 2014 rond de twee miljoen kijkers, films van Johan Nijenhuis of met ‘liefde’ en ‘harten’ in de titel konden zomaar goed zijn voor 800.000 kijkers. In 2016 haalde Soof 2 dat aantal nog, daarna werd het minder. In 2016 wees men op de concurrentie van Bridget Jones’s Baby, dat jaar op nummer één. Maar die verklaring zou betekenen dat de Neder-romkom slechts bloeide bij gebrek aan beter: een wankele basis.

Lees ook: Nederland blijft maar romkoms maken

Er doken in de jaren tien wel nieuwe genres op. Zo leek er muziek te zitten in het vaderlandse triomfepos, Nova Zembla en Michiel de Ruyter trokken veel bekijks. Maar het leverde ook dure zeperds op als Het bombardement of Redbad. Na het succes van cultfenomeen New Kids: Turbo (2010) leek er vraag te zijn naar grove puberkomedies, maar fletse pogingen dat unieke, baldadige anarchisme te kopiëren liepen in 2016 spaak: Fissa, Renesse en Sneekweek flopten.

Op weg naar 2020 lijkt de Nederlandse film zijn greep op zijn vertrouwde doelgroepen een beetje kwijt: vrouwen en kinderen. Want ook het bezoek aan jeugdfilms halveerde, met als lichtpuntje de goedkope films van influencers: ook erg beroerde films helaas.

Zo vertrok Doreen Boonekamp onlangs na tien jaar aan het roer van het Filmfonds in lichte mineur, met gemor over ons polder-Hollywood van semi-ambtenaren, semi-creatieven en producenten dat geobsedeerd door formule elke dwars plooitje gladstrijkt en een handvol pepernoten richting arthouse strooit.

Hoewel de kunstzinnige film sinds 2016 bedolven wordt onder Gouden Kalveren – toen mocht een ‘Academy’ van vakbroeders er namelijk over stemmen – moet men vaak genoegen nemen met enkele duizenden bezoekers, of tienduizenden voor een prachtfilm als Niemand in de stad. Talent vlucht dus als het even kan de grens over om in Azië (David Verbeek), Londen (Sacha Polak, Dirty God), Boekarest (Jaap van Heusden, In Blue) of New York (Sam de Jong, Goldie) te filmen. Nederland timmert verder vooral aan de weg als co-producer van buitenlandse arthouse.

De Deense film werd groot door lokaal te filmen, dat is waar. Toch kan zo’n blik naar buiten in de steeds internationaler opererende filmwereld ook een pre blijken te zijn. Martin Koolhoven scoorde in Venetië met Brimstone, een hybride, calvinistische western. Vanaf 2020 is het woord aan Bero Beyer, de nieuw directeur van het Filmfonds.

Correctie (5 december 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd „Sam Prins” genoemd als maker van de film Goldie. De naam van de regisseur is Sam de Jong, die eerder de film Prins maakte. Dat is hierboven aangepast.