Ecoloog Tjeerd Bouma: „Waterbouw voor kustveiligheid is bij uitstek een conservatieve wereld.”

Foto Katrijn van Giel

Interview

‘Zet ook de natuur in voor waterbouw’

Hoogleraar biogeomorfologische ecologie Met schorren voor de kust kunnen dijken lager blijven, zegt Tjeerd Bouma. „Maar dan moet je wel precies weten wat je doet.”

Meer dan veertienduizend doden. Dat was de droeve balans van de beruchte kerstvloed van 1717. Tijdens een noordwesterstorm in de nacht van 24 op 25 december liepen grote delen van Noord-Nederland, Duitsland en Scandinavië onder water. Een belangrijke les die toen werd geleerd was dat de verantwoordelijkheid voor het bouwen van deugdelijke dijken niet langer bij de eigenaren van de grond moest liggen, maar bij de overheid.

Nu, ruim drie eeuwen later, leert ecoloog Tjeerd Bouma, onderzoeker aan het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee in Yerseke en sinds kort ook hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, nog steeds lessen uit die stormvloed van 1717.

Wat kan die dramatische stormvloed uit 1717 u nú nog leren?

„We hebben recent de kaarten uit 1717 geanalyseerd. Dan zie je dat de gebieden waar relatief weinig kwelders voor de dijken lagen het zwaarst werden getroffen. Een dijk moet natuurlijk hoog genoeg zijn om hoogwater tegen te houden. Een schor, zoals het in Zuid-Nederland heet, of een kwelder in Noord-Nederland, doet ook niet zozeer iets tegen de absolute hoogte van het water. We kunnen dus ook nooit helemaal zonder dijken. Maar de door planten begroeide stukken aangeslibd land voor een kust halen wel de kracht en daarmee de hoogte uit de golven tijdens een storm. Daarom kan een dijk uiteindelijk een stuk lager blijven wanneer er schorren of kwelders voor liggen. Op die manier kan de natuur heel veel betekenen voor de bescherming van het achterland.”

Blijkbaar denken wij mensen dat we het toch nét een stukje beter doen, want de afgelopen decennia hebben we vooral technische oplossingen gebouwd.

„Wat wij als mensen tegenwoordig in ieder geval goed kunnen, is relatief snel een oplossing bouwen. Met beton en stenen maken we waterkeringen die hooguit eens in de zoveel duizend jaar – afhankelijk van waar je in Nederland woont – mogen overstromen. Maar daarmee is niet gezegd dat het niet anders kan. Misschien niet noodzakelijk beter, maar op zijn minst net zo goed, tegen minder kosten en bovendien met extra natuur op de koop toe! Zeeland en de Wadden kunnen we duurzaam beschermen door kwelders en schorren voor de dijken te leggen. En elders in ons koninkrijk kunnen we de Caribische stranden beschermen door zeegrasvelden te herstellen.”

Als het zo eenvoudig is, waarom doen we dit dan niet al lang?

„Omdat het dus niet zo eenvoudig is. Een robuuste kwelder voor een dijk leggen vergt heel wat meer dan zomaar wat zand en slib voor de kust gooien en daar wat zaadjes van kwelderplanten in strooien. In het verleden is driekwart van de herstelprojecten van kustecosystemen op de wereld op niets uitgelopen, omdat de bedenkers het ecosysteem niet goed begrepen. De naam van mijn leerstoel, biogeomorfologische ecologie, zegt al dat er heel wat verschillende aspecten bij komen kijken.

„Om een natuurlijk kustecosysteem na te bouwen, moet je zowel de biologie begrijpen als de fysica van grond en slibdeeltjes. Maar als dat goed gaat, dan heb je ook wel wat. Dan versterk je niet alleen de kustverdediging, maar ook de kustecologie met alle planten en dieren die daarbij horen.

„Hoewel de wereld van de waterbouw zeer geïnteresseerd is in dit soort ecologische oplossingen, kunnen ze om praktische redenen vaak maar langzaam verschuiven naar het inzetten van natuur in de kustverdediging. Waterbouw voor kustveiligheid is bij uitstek een conservatieve wereld. Gelukkig wel, zeg ik daar meteen bij, want met de veiligheid van je kustgebieden wil je geen gok wagen. Voordat je een dijk een meter lager houdt, omdat daar een stuk natuur voor is aangelegd, dan moet je wel heel zeker weten dat zo’n natuurlijker kustverdediging minstens net zo veilig is. Maar bijvoorbeeld langs de Waddenkust kunnen we nu al beginnen met het aanleggen van nieuwe natuur om de kustverdediging te verbeteren.”

Wat voor natuur kan onze kusten nog meer beschermen?

„Behalve kwelders, schorren en slikken in Nederland en zeegrasvelden in de Cariben doen we ook experimenten met bomen. We hebben al experimenten gedaan met wilgen die we in een betonnen goot bij het instituut Deltares in Delft aan extreem hoge golven hebben blootgesteld. Die stonden nog met hun voeten in een onnatuurlijke, dikke laag beton, om te zorgen dat alles bleef staan. De volgende stap is dat we de kracht van bomen in een natuurlijk systeem gaan testen, met wilgen in Nederland en mangroven voor tropische kusten. In de Biesbosch is in het verleden ook al een dijkverzwaring deels vervangen door het aanleggen van zogeheten grienden, waar wilgen nu de golven tijdens een storm dempen.”

Kunnen dergelijke natuurlijke systemen op de lange duur wel blijven helpen, nu de opwarming en de zeespiegelstijging ineens onnatuurlijk snel lijken te gaan?

„Dat is zeker een belangrijke vraag in ons onderzoek. Onder andere in Italiaanse kustgebieden hebben we al laten zien dat de opwarming een verschuiving geeft van meerjarig Engels slijkgras, met stevige wortelmatten, richting eenjarige zeekraalplantjes, die bij een storm veel eerder wegspoelen. Ook bij de stijging van de zeespiegel moet je je afvragen of de natuurlijke aangroei van kustgebieden wel snel genoeg gaat. Zolang er voldoende slib in een systeem zit, lijkt dat laatste overigens wel het geval. Een gezond kustsysteem kan de zeespiegelstijging heel lang bijbenen. En als we het systeem echt goed snappen, dan kunnen we met technische maatregelen de ecosystemen daarbij nog helpen ook.”

Hoe valt deze boodschap bijvoorbeeld in de omgeving van uw instituut, in Yerseke, waar veel mensen de Watersnoodramp van ’53 nog vers in het geheugen hebben?

„De communicatie rond kustverdediging is absoluut een vak apart. Ik zie het ook als een belangrijke taak voor de wetenschap om te laten zien óf – en zo ja: onder welke voorwaarden – natuurlijke kustverdediging werkt. In het verleden, bijvoorbeeld rond de onteigening van de Hedwigepolder, is die discussie enorm gepolariseerd. Mensen kregen het idee dat er alleen maar vruchtbaar land werd opgeofferd aan de natuur. Het aspect van natuurlijke kustverdediging is daarbij volledig genegeerd.

„Maar ook het kostenaspect kan een belangrijke rol spelen in de communicatie. Natuurlijke kustverdediging zal in veel gevallen per saldo goedkoper zijn dan een 100 procent technische oplossing, onder andere door extra inkomsten uit natuurtoerisme. En per slot van rekening moet iedere euro die aan dijkverzwaring wordt uitgegeven toch achter die dijk weer worden verdiend.”