Opinie

Venetië, canvas voor hedendaagse zorgen

Louise O. Fresco

Corruptie, toerisme en bestuurlijke lamlendigheid! Klimaatverandering! De noodsituatie in Venetië kent vele schuldigen. Beelden van het overstroomde San Marcoplein, waar toeristen met tassen van dure modemerken door het hoogwater waden, gaan de wereld over. Frank Westerman schetste (Venetië verdrinkt, 14/11) de wanhoop van de burgers tegenover het failliet van de peperdure waterkering. Venetië met zijn „gevels van gekantklost porselein […] gaat ordinair aan winstbejag teloor” dichtte Ilja Pfeijffer (Overstroomd sonnet, 22/11).

Venetië is het canvas waarop hedendaagse zorgen zich dankbaar laten projecteren. Maar de alarmbellen over hoogwater rinkelen al lang. Sinds de zesde eeuw zijn er verslagen van overstromingen. Al in de tweede helft van de dertiende eeuw, lang voor er sprake was van klimaatverandering als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen, waren er minstens zes perioden van zeer hoog water („hoger dan een man”) in Venetië.

De kwetsbaarheid van Venetië is niet uitsluitend van vandaag, maar volgt uit een unieke combinatie van geologische en landschappelijke factoren, verergerd door het weer. De bijzondere ligging van de lagune, aan het eind van de nauwe Adriatische zee met zijn interne oscillatie (slingering) , maakt dat als de bora (noordoostelijke valwind) waait, de Po en de lagune hun water niet kwijt kunnen. Die wind houdt ook de terugkeer van het lokale vloedwater tegen, terwijl de scirocco (zuid-oostelijke wind) het water verder de Adriatische zee in stuwt. Aanhoudende regenval in het rivierbekken van de Po doet de rest. Menselijke ingrepen als de bouw van havens en (spoor)dijken in de laatste twee eeuwen hebben de afvoer van water verder belemmerd. Voeg bij dit alles de natuurlijke bodemdaling onder de stad en de stijging van de zeespiegel en je hebt een dodelijke combinatie met corruptie en winstbejag.

Dat je aan het hoogwater het hoofd kunt bieden door een stormvloedkering, hoe ingenieus ook, is een begrijpelijke misrekening. Ook in Nederland is na de Watersnoodramp van 1953 lang gedacht dat het water voor alles tegengehouden moest worden. Er zijn meer parallellen met Nederland te trekken: natuurlijke bodemdaling, opstuwing van zeewater door een combinatie van (spring)vloed en wind, piekafvoer van rivierwater in een vlakke delta. Rijkswaterstaat is dan ook lang bezig geweest met majeure kunstwerken als de Oosterscheldekering.

Maar er is een belangrijk verschil. Toen in het eerste decennium van deze eeuw de effecten van zeespiegelstijging zich begonnen af te tekenen, stelde de Nederlandse regering in 2007 de Tweede Deltacommissie in (de eerste volgde op de Watersnoodramp) om advies uit te brengen over de bescherming van Nederland tegen de gevolgen van klimaatverandering. Hoe kon Nederland zo ingericht worden dat het ook op zeer lange termijn klimaatbestendig is, veilig tegen overstromingen en tegelijk een aantrekkelijke plaats om te leven?

De deltacommissie (full disclosure: ik was een van de leden) baseerde zich op wetenschap en lokale kennis en luisterde naar belangengroepen. De aanpak weerspiegelde ook nieuwe ecologische inzichten: niet tegen het water vechten met harde barrières, maar de ruimte geven om tijdelijk op veilige plaatsen buiten de oevers te treden, met aandacht voor ecosystemen.

Laat dit werk Venetië tot inspiratie zijn. Juist nu het publieke vertrouwen tot een dieptepunt is gedaald, zou de Italiaanse regering er goed aan doen een gerespecteerde, internationale commissie een wetenschappelijk en maatschappelijk onderbouwde ecologische toekomstvisie te laten ontwikkelen voor die verleidelijke stad „als een sirene ontworsteld aan de lagune” (Jean Cocteau).

Louise O. Fresco is schrijfster en voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen U&R; louiseofresco.com

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.