Opinie

Velp

Marcel van Roosmalen

Ik doe mijn ogen dicht en wandel van het station in Velp naar mijn ouderlijk huis. Bij het politiebureau links: Kerkstraat, Reinaldstraat, Kosterijland.

Nieuwbouwhuizen van vijftig jaar oud.

De mensen die er toen terechtkwamen woonden er meestal tot ze niet meer konden. Vooral de laatste jaren is het een verborgen slagveld, de vijand trok alles uit de kast: kanker, dementie, alzheimer, parkinson, hartaanvallen en hersenbloedingen.

De mensen verdwenen eerder dan dat ze gemist werden. Als tanden die een voor een uit een gebit worden getrokken, tot je op een dag denkt: hé, ik kan niet meer kauwen.

Mijn moeder was een van de laatsten van de eersten, verschanst achter slot en grendel.

Tot ze viel.

De toestand is dramatisch, maar niet hopeloos. Duidelijk is al wel dat ze niet zal terugkeren in het huis. Haar huis, ons huis, ook wel een beetje mijn huis. We zullen het schoonmaken, leegruimen en verkopen. Een deel van de inboedel zullen we verhuizen naar haar nieuwe woonplaats, die vrijwel zeker niet Velp is.

Ik moest denken aan een collega die ik ooit vroeg waarom hij in godsnaam nog steeds alle thuiswedstrijden van Vitesse bezoekt.

Antwoord: „Anders heb ik geen reden meer om in Arnhem te zijn.”

Velp heeft geen Vitesse, er is geen dringend excuus om dat dorp na het nakende vertrek van mijn moeder te blijven bezoeken. Ineens knaagt het besef dat ik het dorp onrecht heb aangedaan, ik ga bij het scheiden van de markt niet zeggen dat het er geweldig is, maar er blijft genoeg over om – nu al – te missen.

Het onvriendelijke personeel bij bijna alle winkels in Winkelcentrum Velperbroek; het andere uiterste: de intense behulpzaamheid bij boekhandel Jansen & De Feijter; kasteel Biljoen; het benzinestation aan de Schoolstraat; Chin. Ind. Rest. Blue Lotus; bruin brood met grove korrel van Borggreve; snackbar Beurskens, vooral de nasibal; de begraafplaats aan de Bergweg; de Fredericusschool.

Ik steek de sleutel in het slot van dat huis, dan opeens vanuit het niets een buurvrouw. Op pantoffels, dus ze is er een huis voor uitgekomen.

De vraag, een beetje zangerig gesteld: „Komt ze nog te-ru-ug…?”

Dan het ongevraagd delen van de eigen mening met te voorbarige conclusie en ten slotte de uitsmijter, een terloopse vraag in de verleden tijd: „Had jouw moeder nou wel of geen elektrische fiets?”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.