Foto Andreas Terlaak

‘In plaats van vergeten wil ik het verlies en het verdriet gebruiken’

Interview Danny Dijkhuizen (27) bleef op 11-jarige leeftijd alleen achter nadat zijn moeder en twee broertjes om het leven werden gebracht door de vriend van zijn moeder. Toch heeft hij geleerd positief in het leven te staan. „Het verleden is mijn toekomst.”

Danny Dijkhuizen zou december het liefst afschaffen. Als het aan hem lag, zou het jaar maar elf maanden duren. „December is een rotmaand voor me. Je hebt pakjesavond, kerstavond, Eerste Kerstdag, Tweede Kerstdag, Oud en Nieuw, allemaal momenten die je doorbrengt met familie.”

Het is de maand van „de gebeurtenis”, nu bijna zestien jaar geleden. Op 13 december 2003 kwamen zijn moeder en broertjes om het leven door huiselijk geweld. Danny was erbij, hij lag te slapen en bleef ongedeerd. Waarom is altijd een raadsel gebleven.

Het is, zegt hij helemaal aan het begin van het gesprek, al vaak gegaan over wat hij heeft meegemaakt. Daar zijn televisieprogramma’s aan gewijd en artikelen over geschreven. Nu vindt hij dat het tijd is om een stap verder te gaan. „Ik wil het ook graag over de waarde hebben. Vertellen over de dingen eromheen: mijn gedachtes, mijn ontwikkeling. Hoe ik ben gegroeid.”

Zijn verhaal is al lang niet meer alleen een verhaal over een familiedrama, zegt de nu 27-jarige Danny. Zoiets meemaken, zo jong, blijft verpletterend, maar het hoeft niet alles te bepalen. „Ik heb geleerd positief in het leven te staan, de dingen naar mijn hand te zetten. Soms sla ik erin door en leg ik de lat te hoog, maar dat gaat gelukkig steeds beter.”

In 2003 is Danny 11 jaar en woont hij met zijn moeder en broertjes Damien en Delano in een galerijflat in Schiedam-Nieuwland. Ze zijn, vertelt Danny, „een soort vier musketiers”. Zijn moeder, Sheila, is zijn allergrootste held. Ze is een stoere blonde vrouw die tijdens het schoonmaken liedjes zingt van André Hazes. Gebrek aan geld compenseert ze met creativiteit. „Bij de avondwinkel om de hoek haalden we grote kartonnen dozen, daarin speelden we Mario Kart. Van piepschuim en folie bouwden we scheepjes waarmee we wedstrijdjes deden.”

Zijn vader is niet in beeld. Het enige wat Danny van hem weet, is dat hij Kaapverdiaans is en de benen nam toen zijn moeder in verwachting was. Ook volgende relaties verlopen niet vlekkeloos. Toch blijft ze geloven in de liefde.

Met haar nieuwe vriend maakt zijn moeder veel ruzie. Soms kan het gewelddadig worden, vliegen er spullen in het rond. „Mijn moeder sloeg wel terug hoor, ze was een sterke vrouw. Maar op een gegeven moment was er een grens bereikt. Ik zag m’n held steeds kleiner worden.”

De beelden van die avond in december zitten als een film in Danny’s hoofd. Zijn moeder en broertjes gaan naar bed, hij mag nog even opblijven om Jungle Book te kijken. Zoals wel vaker valt hij op de bank in slaap, tot hij wakker wordt van een geluid. „Een soort gestommel.”

„Wacht”, zegt Danny. Hij pakt een pen. De indeling van de flat kan hij nog altijd uittekenen: hier de hal, daar de eettafel. Twee slaapkamers voor, één achter. Keuken, badkamer, wc. Hij zet een kruisje in de woonkamer. „Hier lag ik, onder een dekentje.” Nog een kruisje. „Hier zag ik hem, de vriend van mijn moeder, in de hal bij de keukentafel. Hij deed iets wat ik niet goed kon zien en liep daarna naar buiten. Het was een chaos, alles lag ondersteboven. Toen ik opstond, hoorde ik gesnik van achter de bank. Daar lag Damien. Ik probeerde hem wakker te maken, maar hij reageerde niet. Delano vond ik in bed, in dezelfde toestand als Damien. Ik voelde koude lucht, het raam in de slaapkamer stond wagenwijd open. Mijn moeder zag ik nergens.” Nu tekent hij een cirkel. „Haar vond ik hier, op de galerij.”

Het eerste wat hij denkt is: ik moet hulp halen. Zijn tante en neefjes wonen een stukje verderop, hij zet het op een lopen. Op straat komt hij een man met een hond tegen, die zijn paniek ziet en 112 belt. Maar de hulpdiensten zijn te laat. Bij zijn tante ziet Danny breaking news op televisie. Een steekpartij. Hij herkent zijn eigen straat.

Zijn held is er niet meer. Danny beseft het meteen, toch is het tegelijkertijd onwerkelijk. Het allerheftigst is de dag van de begrafenis, als hij zijn moeder en broertjes voor de laatste keer ziet. „Zo… Dood.”

Zijn familie vangt hem op. Hij kan bij zijn tante wonen, zijn oma springt bij. Op school is er gelukkig meester Taco, de leerkracht van groep 8, die feilloos aanvoelt wat Danny nodig heeft. „Hij praatte met me, zonder dat we het hoefden te hebben over wat er was gebeurd. Hij zag mij, maar wist ook wanneer hij me even met rust moest laten.”

Twee jaar later staat er een gezinsvoogd van jeugdzorg op de stoep. „Olivier heette hij. Best een goeie guy. Hij kwam wel vaker.” Bij zijn tante, vindt Olivier, kan Danny zich niet goed ontwikkelen. Zij heeft zelf drie opgroeiende jongens, het huis is eigenlijk te klein en er is te weinig ruimte voor ieders verdriet. Hij moet zijn koffer pakken en mee naar kantoor. De hele rit blijft Danny tegen hem schreeuwen. „Ik wil dit niet gast, wat doe je! Door jou raak ik wéér alles kwijt!”

Later die dag rijden ze naar Strijen. Danny kan terecht bij een pleeggezin, hij is er al eens eerder met Olivier geweest en had toen met de andere kinderen in de tuin gespeeld. Het is een fijne plek, vindt Danny, al is het in alles het tegenovergestelde van wat hij gewend is. Strijen is een dorp waar iedereen elkaar kent, het gezin woont in een soort boerderij aan een dijk. Er is veel ruimte, in letterlijke en figuurlijk zin. Maar boven alles is er „een bad aan liefde” van Mike en Marian, zijn pleegouders.

Danny is een stille jongen geworden. Op zijn nieuwe school vinden ze hem een beetje mysterieus. Niemand mag zijn verhaal weten. Hij is bang dat zijn klasgenoten hem anders zullen behandelen. „Ik wilde gewoon Danny zijn.” Als hij terugkijkt, zegt Danny nu, ziet hij ontkenning. „Ik was continu aan het vechten tegen mezelf. Op een gegeven moment kon ik dat loslaten. Ik dacht: ik kan wel boos zijn, maar daardoor komen ze niet terug.”

In 2012 doet hij mee aan het programma EO Jong en treedt hij voor het eerst met zijn verhaal naar buiten. De vele positieve reacties geven hem zelfvertrouwen. Kort daarna brengt hij onder de naam Flinke Jongen zijn eerste platen uit. „Stoere liedjes. Het begon met woordspelingen en punchlines, maar al gauw kon ik ook mijn gevoelens kwijt in de muziek.” In 2017 verschijnt Beschadigd, waarin hij rapt over opgroeien zonder vader en moeder, over de bindings- en verlatingsangst die hij heeft. (Wat is liefde/En waarom zou hij hiervoor vechten/Het voedt z’n trauma’s/Angsten/Een echte binnenvetter)

Het nummer wordt geen hit, maar het wordt wel opgepikt in bepaalde kringen. Verschillende instanties vragen Danny om te komen praten over huiselijk geweld. Naast rapper en oprichter van Kids4Dreams – een organisatie die lesprogramma’s en workshops voor kinderen ontwikkelt – is Danny nu ook spreker. Zijn eigen verhaal gebruikt hij als rode draad.

Soms kan hij zich in zijn werk verliezen. „Onlangs heb ik een reset week genomen. Ik heb internet uitgezet en ben de natuur ingegaan. Waar sta ik nu? Waar word ik blij van? En wat wil ik?” Er kwam een tornado van onderdrukte gevoelens, vertelt Danny, de eenzaamheid overviel hem het meest. „Niet dat ik me alléén voel, om mij heen zijn ontzettend veel mooie, lieve mensen. Het gaat er meer om dat er niemand is die mij helemaal begrijpt.”

Dat hij verder moest én wilde in het leven, heeft alles te maken met zijn moeder en broertjes, zegt Danny. „De laatste jaren realiseer ik me steeds meer dat ik hen nooit heb kunnen laten zien wat ik eigenlijk kan.”

Hij vindt het vreemd als mensen zeggen dat je het verleden beter achter je kunt laten. „Mijn familie zal ik altijd met me meedragen. Het verlies en verdriet zijn een deel van mij, in plaats van alles te vergeten wil ik dat gebruiken. Het verleden ís mijn toekomst. Maar het hoeft geen rem te zijn.”