Opinie

Emissiehandel is het sluitstuk van het akkoord van Parijs

Klimaattop MadridIn de komende twee weken moet in Madrid de laatste hand worden gelegd aan de spelregels voor het akkoord van Parijs. Er kan nog veel misgaan bij de invulling, schrijft , expert in emissiehandel bij de Climate Neutral Group.
Herbebossingsproject in Mexico.
Herbebossingsproject in Mexico. Foto Jose Mendez/EPA

Op de klimaattop in Madrid (COP25), die deze maandag begint, wordt bepaald of de internationale CO2-handel goed geregeld gaat worden en daarmee kan bijdragen aan de ambities van ‘Parijs’. Het is het enige onderwerp in het zogeheten Paris Rulebook waarover nog onenigheid bestaat. In Madrid staat het terecht bovenaan de agenda van de klimaattop.
„Want”, zei Bastiaan Hassing, leider van de Nederlandse delegatie in Madrid, in de briefing aan de Tweede Kamer, „het stelt landen in staat kostenefficiënt CO2-emissiereductie te realiseren.” Uit onderzoeken blijkt dat er wel 50 procent op kosten bespaard kan worden.
Hoe werkt dat? Stel dat land A zijn klimaatplan voor 2025 ruimschoots haalt, terwijl land B te kampen heeft met tegenvallers. B kan dan het overschot van A kopen en zo aan zijn eigen verplichtingen voldoen. A ontvangt geld dat kan worden gebruikt voor verdere innovatie. Voorwaarde is dat in de CO2-boekhouding van land A de verkochte CO2-reductie weer wordt opgeteld bij de emissies. Dat voorkomt dubbeltelling van CO2-reductie. Dit is makkelijk te checken als landen hun emissiehandelssystemen koppelen: zoals dit in 2020 gebeurt met de EU en Zwitserland, later mogelijk met Nieuw-Zeeland en Californië.

Extra financiering

Een tweede vorm van internationale CO2-handel gaat over een nieuwe manier om carbon credits te verdienen met projecten in met name ontwikkelingslanden. Bijvoorbeeld: afvalinzameling en -recycling in Peru, die het land zelf niet kan financieren. Voorwaarde voor dit nieuwe ‘Sustainable Development Mechanism’ (SDM) is dat het gaat om projecten die alleen kunnen plaatsvinden dankzij extra financiering. Bovendien moet het project helpen bij het halen van het Parijsakkoord.
Het Kyotoprotocol had het ‘Clean Development Mechanism’ (CDM), maar dat leidde niet tot extra reductie maar alleen tot verplaatsing van emissies. De reductie van CDM werd een-op-een weggestreept tegen emissies elders. Voor het nieuwe SDM moeten er afspraken worden gemaakt over een baseline of benchmarks, zodat er minder credits worden afgegeven. Dringt een compensatieproject 100 ton CO2-emissies terug, dan mag je er bijvoorbeeld 80 van gebruiken voor compensatie. Zo maak je SDM ambitieuzer.

Wat moet er gebeuren met de credits uit het Kyotoprotocol?

De vraag is wat er moet gebeuren met de oude CDM-credits uit het Kyotoprotocol. Het gaat om duizenden projecten met meer dan tien miljard ton aan credits. Ontwikkelingslanden ontvingen sinds 2000 carbon credits voor CDM projecten om te verkopen aan industrielanden die daar een deel van hun CO2-doel mee haalden.
Toen in 2015 in Parijs het klimaatakkoord werd gesloten, werden landen al opgeroepen deze credits zo veel mogelijk vóór 2020 te gebruiken, voor vrijwillige compensatie van dienstreizen bijvoorbeeld. Zo werd bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van het WK voetbal in Brazilië volledig gecompenseerd met deze oude credits.
Maar Brazilië, India en China bezitten nog steeds heel veel van die oude credits. Commerciële bedrijven hadden erin geïnvesteerd. Ze willen niet dat dat weggegooid geld wordt. Bovendien dreigen goede projecten, denk aan afvalrecycling, die de financiering nog nodig hebben om te kunnen blijven draaien, te moeten stoppen. Maar de oude credits gebruiken voor Parijs brengt de CO2-doelen in gevaar.

Nog geen verplichting

Complicatie is ook dat ontwikkelingslanden nog geen verplichting hadden toen ze de credits ontvingen. Maar als Brazilië nu die oude CDM-credits verkoopt, moet het die emissies volgens het akkoord van Parijs weer aan zijn CO2-boekhouding toevoegen. Brazilië verzet zich daartegen, maar dan wordt het toch een soort dubbeltelling: het kopende land haalt zijn doelen makkelijk, maar de verkoper trekt het nergens vanaf. Australië wil het helemaal bont maken: dat wil CDM-credits die het had gekocht en overhoudt gebruiken voor zijn Parijsdoelen. Hier gaan veel landen terecht voor liggen.
Voor de oudere CDM-credits liggen verschillende oplossingen op de onderhandelingstafel. Zo wordt voorgesteld om alleen credits van drie recente jaren te gebruiken. Of om slechts een percentage af te trekken om het geheel in lijn te brengen met het ambitieuzere SDM. Ook kunnen oude projecten strenger worden beoordeeld aan de hand van het nieuwe SDM. Ontwikkelingslanden kunnen ook de CDM-projecten die nog lopen zelf gebruiken om hun eigen klimaatplan mee te halen. Op die manier begin je met een schone lei en kunnen landen in Afrika, Zuid-Amerika en eilandstaten nieuwe projecten starten.

Lees ook: Hakken in het zand op de klimaattop

Een bijzonder onderwerp is de luchtvaart. De VN-organisatie voor de burgerluchtvaart, ICAO, verplicht luchtvaartmaatschappijen vanaf 2021 de groei van hun CO2-emissie boven het niveau van 2020 te compenseren met carbon credits. Stel dat de groei 5 procent is, dan moeten ze daar credits voor kopen; over de resterende 95 procent is nog geen verplichting. Ook moeten ze dubbeltelling voorkomen. Bij nieuwe carbon credits van de afvalsector in Peru zal bij gebruik door de luchtvaart de emissie weer op de Peruaanse boekhouding moeten komen. Maar bij oude CDM-credits is dat een probleem. Ook dit moet in Madrid geregeld worden.
Voor vrijwillige compensatie door burgers heeft dit alles geen gevolgen. Wie zijn vakantievlucht compenseert via cookstoves in Oeganda kan dat gewoon blijven doen. Die credits blijven in het land zelf. Er is dus een verschil tussen vrijwillige compensatie en rapportage door landen en de luchtvaartsector die credits kopen voor hun verplichting. Om dubbeltelling te voorkomen mag een carbon credit maar door één land worden gerapporteerd. Daarvoor zijn heldere regels vereist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.