Reportage

Een noodvoorraad water voor ‘de moestuin van Europa’

Groenteteelt in Spanje Verwoestende droogte, hevige regenval – de regio Murcia kampt de laatste jaren met extreem weer. Zaadveredelaar Bejo doet er aan watermanagement.

De regio Murcia levert in de winter tal van groenten voor de Nederlandse markt: ijsbergsla, bloemkool, spinazie en asperges.
De regio Murcia levert in de winter tal van groenten voor de Nederlandse markt: ijsbergsla, bloemkool, spinazie en asperges. Foto Jorge Guerrero

„Waar zijn mijn vissen?”, vraagt boerderijmanager Isabel Truque. Ze kijkt in een aangelegd waterreservoir waarin planten groeien. Ernaast is een nog veel groter nieuw bassin, met zo’n 80.000 kubieke meter water. „Ah, kijk! Daar zijn ze”, roept de Spaanse even later verheugd. „Die beestjes eten de algen op en houden ons water, samen met de planten, op een natuurlijke manier schoon. Dat is van levensbelang voor onze gewassen, die zeer afhankelijk zijn van goede voeding en irrigatie.”

Landbouwkundig ingenieur Truque leidt rond bij een bezoek aan de Spaanse modelboerderij van het Nederlandse zaadveredelingsbedrijf Bejo. Langs de A30 tussen Murcia en Cartagena worden in een veredelingsstation van twintig hectare zaden geproduceerd die in deze regio goed gedijen. Dit woestijnachtige gebied in het zuidoosten van Spanje staat ook bekend als ‘de moestuin van Europa’. Het levert in de winter tal van groenten voor de Nederlandse markt, van ijsbergsla tot bloemkool en van spinazie tot asperges.

De omstandigheden rondom Murcia zijn ideaal om van oktober tot april in de open lucht groenten van hoge kwaliteit te produceren. De zaden van Bejo’s proefstation gaan, net als die van velden in onder meer Frankrijk, Italië, Nieuw-Zeeland, Vietnam, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten, naar de hoofdvestiging in Warmenhuizen.

Daar in Noord-Holland worden ze gesorteerd en dan weer via eigen vestigingen verkocht aan groentetelers en handelaren in meer dan honderd landen. Bejo produceert meer dan vijftig gewassen, onderverdeeld in twaalfhonderd rassen.

Lees ook wie de hoofdrolspelers zijn tijdens de klimaattop in Madrid deze week: De voortrekkers, dwarsliggers en verliezers

Onder de zon

De regio Murcia staat van oudsher bekend om de vele uren zon, een beperkt aantal regendagen, de zachte, stabiele temperatuur en de droge grond. „Precies wat je wilt”, zegt algemeen directeur Christiaan Reijnders, al 23 jaar werkzaam voor Bejo Spanje. „Groenten van onder de zon smaken toch beter dan uit een kas.” Op andere plekken in Spanje, zoals Cádiz of Badajoz, ontstaan door vocht veel meer ziektes, legt hij uit. „Hier kun je mest en water zelf doseren.”

Dat lijkt ideaal, maar juist aan die ene cruciale grondstof is in Murcia een groot gebrek: water. Isabel Truque weet nog goed hoe groot de zorgen twee jaar geleden waren. Ze zag de gewassen op het land verpieteren door watergebrek als gevolg van extreme droogte.

Telers in de regio hebben voor droge periodes diverse manieren om aan water te komen – waterputten, aanvoer van elders, ontzilting van zeewater. Die alternatieven schoten in 2017 tekort, „zowel kwantitatief als kwalitatief”, vertelt Truque.

Het contrast was groot met 2016, het jaar dat Truque bij Bejo in dienst trad als manager van ‘experimenteerboerderij’ El Ajibe. Het gebied werd toen geteisterd door enorm zware regenval. „Water in overvloed”, herinnert ze zich. „Maar dat stroomde met een verwoestende noodgang over het land, en zo verderop de zee in.” Een groot deel van de oogst ging daardoor verloren. Dat was direct voelbaar in Nederland, waar wekenlang geen spinazie in de winkels te vinden was.

Lees ook deze reportage uit de ‘moestuin van Europa’ tijdens de droge zomer van 2017: Waarom je geen spinazie aantreft in de schappen

Zondvloed

Na deze twee extreme winters bedacht de directie in Spanje een oplossing. Vlakbij het oude, verhoogde waterbassin, gevuld met regenwater, liet ze de nieuwe wateropvang bouwen. Die kwam precies in de bedding te liggen waar het water tijdens noodweer passeert, zodat het bassin zich bij zo’n zondvloed vanzelf vult. Een filtersysteem werd ingebouwd om meegevoerde rommel te weren, en toen was het wachten tot de regen weer met bakken naar beneden zou komen.

Dat duurde niet lang. Het voorbije jaar zijn alle soorten stormen aan het bedrijf voorbijgetrokken. Reijnders: „Als er 20 millimeter water uit een bui valt, gebeurt er niets. Bij 80 millimeter in een keer loopt het reservoir vol – en bij 200 millimeter gaat het zo hard dat er schade ontstaat.” Dat laatste was het geval bij noodweer aan het einde van de afgelopen zomer, toen het bassin in enkele uren volliep. In elk geval heeft Bejo voor de rest van het winterseizoen genoeg water tot zijn beschikking.

Rampscenario’s

Het Nederlandse familiebedrijf investeert van zijn jaaromzet (zo’n 275 miljoen euro) 15 procent in onderzoek en ontwikkeling, mede met het oog op klimatologische en economische veranderingen. Reijnders denkt de 230.000 euro die hij in het bassin investeerde snel terug te verdienen. „Als bedrijf zoek je naar zekerheden. Zeker in een tijd waarin het klimaat zienderogen verandert. Het wordt steeds warmer. En het regent minder vaak, maar wel veel harder. Dus heb je vaker te maken met rampscenario’s.”

Manager Truque is blij dat ze het waterbassin nu altijd als noodvoorziening tot haar beschikking heeft. „Zonder water kun je hier niets”, zegt ze. „Nederlanders hebben in eigen land geen gebrek aan water en zijn er heel inventief mee. Jullie leren ons met een andere blik naar de problemen te kijken. Twee jaar geleden waren we hier nog aan het bidden om water, deden we iedere dag een regendans. Dat hoeft nu niet meer. Ik ben zó blij met die bak.”

Truque kijkt over de velden met asperges en ijsbergsla en zegt: „Het is natuurlijk ook eigenbelang voor de Nederlanders. In de winter eten jullie van dit gebied.”