Opinie

De merkwaardige CU-liefde voor Israël

Lotfi El Hamidi

Hoe fijn is het voor een mogendheid als die sympathisanten heeft in buitenlandse parlementen? Zo kan een land als Turkije erop rekenen dat in ieder geval minstens drie leden van het Nederlandse parlement (respectievelijk die van de partij Denk) het bijvoorbeeld nooit zullen hebben over de Armeense genocide, maar consequent over ‘de Armeense kwestie’. Reden voor andere partijen om daar de lange arm van Ankara in te zien, een terugkerende verdachtmaking waar de heren het soms zelf naar maken, al is er naar mijn weten nooit bewijs geleverd van daadwerkelijke buitenlandse inmenging.

Maar afgelopen week kon Tunahan Kuzu alsnog aan de bak, alleen dit keer niet vanuit de beklaagdenbank. De Denk-voorman vroeg een debat aan met het kabinet over ‘inmenging van de Israëlische regering in het Nederlandse parlement via de fractie van ChristenUnie’. Het betreft een recente motie van CU naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, waarin werd geoordeeld dat producten uit de door Israël bezette gebieden niet meer het etiket ‘Made in Israel’ mogen dragen. In de motie wordt gesproken van „onrechtvaardigheid”, omdat de verplichte etikettering niet voor andere bezette gebieden geldt, zoals Noord-Cyprus. Dus moet het kabinet zich er in Brussel voor inzetten dergelijke etikettering „voor alle bezette gebieden te laten gelden, of niet”.

De Israëlische krant Haaretz beweerde dat de motie van de CU is afgestemd met de medewerkers van de Israëlische ambassade. De persvoorlichter van de ChristenUnie noemde dat in een reactie „echt onzin”, maar CU-Kamerlid Joël Voordewind, die de motie indiende, liet daar toch enige verwarring over ontstaan. Zo daagde hij Kuzu uit voor een wedstrijdje armpje drukken „over wie met welke ambassade het meeste contact heeft. Maar ik vrees dat ik het tegen hem moet afleggen.”

Het is een publiek geheim dat de ChristenUnie een kritiekloze houding aanneemt als het gaat om Israël. Een merkwaardige liefdesverklaring waar zelfs de kernprincipes voor mogen wijken. De partij die opkomt voor vervolgde christelijke minderheden wereldwijd, behalve in de bezette gebieden, waar Palestijnse christenen moeten toezien hoe hun grond wordt geannexeerd en kerken worden aangevallen.

Hoe zit het met zulke onvoorwaardelijke steunbetuigingen vanuit de Tweede Kamer aan buitenlandse mogendheden die structureel mensenrechten schenden? Het was CU-leider Gert-Jan Segers zelf die onlangs een punt maakte rond dubbele nationaliteiten en loyaliteiten van Turkse Nederlanders, dat ruwweg neerkwam op kiezen of wegwezen. Maar wat nou als je maar één nationaliteit hebt, zoals de meeste CU-leden?

Wie zonder zonde is werpe het eerste paspoort.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.