Reportage

De isolatie in Terheijden komt later wel

Isoleren in Terheijden Het hart van Terheijden krijgt een warmtenet, terwijl lang niet alle huizen zijn geïsoleerd. Is dat verstandig?

De aanleg van het nieuwe warmtenet in Terheijden is in volle gang.
De aanleg van het nieuwe warmtenet in Terheijden is in volle gang. Foto Merlin Daleman

Aan sommige gevels aan de Raadhuisstraat in Terheijden prijkt een wit-blauw schildje. Je ziet er glas-in-loodramen, muurankers, gedecoreerde dubbele voordeuren. Veel panden in de straat zijn historisch, monumentaal zelfs. En slecht geïsoleerd, meestal. Vooroorlogse huizen gebruiken veel aardgas voor hun verwarming.

De komende jaren worden in dit dorpshart vijfhonderd huizen aangesloten op een nieuw, duurzaam warmtenet dat door het Noord-Brabantse dorp zelf wordt beheerd. Terheijden heeft er 3,4 miljoen euro subsidie voor gekregen van het rijk. De leidingen gaan de grond in nu de riolering toch vervangen moet worden. De warmte komt straks uit lokaal rivierwater en van lokale zonne- en windstroom.

Die duurzame energie komt eerst, is hier de aanpak. De huizen isoleren – vaak een dure verbouwing – is voor later.

En dat is opvallend. Want in de afgelopen decennia was een lijfspreuk van duurzame bouwers dat isoleren altijd vooraan staat. Een huis met een dikke winterjas kan met tientallen procenten minder warmte toe dan een slecht geïsoleerde woning en dus is de CO2-uitstoot lager. Lokale duurzame energie is bovendien schaars, dus je moet er zo min mogelijk van gebruiken. Isoleren dus.

„Als je dat niet doet, vind ik dat suboptimaal”, zegt Sabine Jansen, specialist in verduurzaming van gebouwen en wijken bij de TU Delft. Op online platform Energie+ moedigde ze onder de titel Dweilen met de kraan open? gemeenten aan om meer te letten op isolatie en energiezuinige technieken om te verwarmen. „Anders heb je tot in lengte van dagen heel veel energiebronnen nodig.”

70 tot 90 graden

Tot 2030 gaan 1,5 miljoen bestaande woningen en andere gebouwen van het aardgas af, staat in het klimaatakkoord. Ongeveer de helft wordt aangesloten op een gemeenschappelijke warmtebron: een warmtenet.

Dat warmtenet is meestal niet warm, maar heet, blijkt uit een inventarisatie die Jansen maakte. Van de 27 gemeenten die vorig jaar als eerste subsidie van het rijk kregen om aardgasvrij te worden, leggen er veertien een warmtenet aan met water dat even heet is als uit de vertrouwde cv-ketel komt: 70 tot 90 graden. Zo gebeurt het in Terheijden – en in Purmerend, waar NRC ook het afscheid van aardgas volgt. Nog eens zes wijken bouwen hun warmtenet op een iets lagere temperatuur, maar nog altijd heel warm.

Het is de minst ingrijpende manier om aardgasvrij te worden, want er kan zoals voorheen gestookt worden en bijna niemand hoeft te verbouwen. De aanleg van het warmtenet betekent wel dat het energieverbruik van de wijk zelfs toeneemt. Want de huizen besparen niet, en er lekt flink wat warmte weg uit de buizen onder de straat.

Probleemloos aangesloten

„Je moet mensen iets bieden wat niet ingrijpt in hun dagelijkse beslommeringen”, verklaart Pim de Ridder, de energie-ondernemer die het initiatief nam voor het duurzame warmteplan in Terheijden. De afgelopen maand bezochten specialisten in opdracht van het Traais Energie Collectief (TEC, de energiecoöperatie van het dorp) zo’n dertig woningen. Ongeveer driekwart lijkt probleemloos te kunnen worden aangesloten op het nieuwe warmtenet. „Als het niet kan, ligt dat meestal aan de technische staat van de huizen”, zegt bestuurslid Sander Lodewikus van TEC. „Bij huizen zonder kruipruimte is het bijvoorbeeld lastig.”

Directeur Dick van der Kooij van adviesbureau Techniplan noemt het Terheijdense project „leuk”. „Een mooie casus. Ik vind dat men vaak doorschiet met isoleren van een woning. Je kunt al veel bereiken met simpele maatregelen zoals goed dubbelglas. Als je allemaal individuele eigenaren hebt, is het ook moeilijk om een hele woonwijk grondig te isoleren.”

Lees ook deze reportage over de aanleg van het warmtenet: Ook het bruine café in Terheijden krijgt groene energie

Maar op de lange termijn, zegt hij, is isoleren beter, omdat er anders zoveel energie nodig is. In Het Brabantse Terheijden komt de warmte eerst uit de rivier en wordt het water elektrisch verder verwarmd met een grote wijkwarmtepomp. Dat kost veel stroom, die straks door windmolens en zonneparken moet worden opgewekt.

Die lokale warmte is schaars. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is er bijna zeker genoeg warmte in Nederland om alle gebouwen te verwarmen. Maar, zegt het PBL ook: sommige bronnen zijn duur en ze liggen niet altijd op de goede plek.

Het energieverbruik kan veel lager zijn als de warmtenetten op 30 tot 50 graden werken. Daarvoor moeten huizen wel betere isolatie krijgen en aangepaste radiatoren of vloerverwarming – en dat kan een investering van tienduizenden euro’s zijn.

Lokale bronnen

Mogelijk zijn bovendien wijdere warmteleidingen in de grond nodig. Dat betekent ook dat een warmtenet in een wijk, als het er eenmaal ligt, niet zomaar is om te bouwen voor lage temperatuur.

Van der Kooij van Techniplan ziet echter dat het voor initiatiefnemers van een warmtenet financieel aantrekkelijk kan zijn om de huizen nu níét aan te pakken. „Hoe slechter de huizen zijn, des te meer warmte je kunt verkopen, en hoe sneller je je warmtenet hebt terugverdiend. Ja, dat is cynisch.”

In Terheijden wordt het warmtenet collectief. Maar energiebedrijven verdienen steeds meer geld met vooral grote warmtenetten, blijkt uit recent onderzoek in opdracht van toezichthouder Autoriteit Consument en Markt. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) schreef daarop in oktober aan de Tweede Kamer dat het belangrijk is „dat de rendementen van monopoloïde leveranciers niet hoger worden dan noodzakelijk”.

Ook in Terheijden zal het energieverbruik op den duur omlaag moeten, zegt Lodewikus van TEC. „We hebben uitgerekend dat we alleen toe kunnen met lokale bronnen als het energieverbruik 10 tot 15 procent daalt. Daar gaan we met bewoners geleidelijk over in gesprek. Dat kan alles zijn, van ledlampen tot radiatorfolie. Maar we hebben de tijd.”

Jansen van de TU Delft begrijpt wel waarom sommige gemeenten ervoor kiezen het energieverbruik niet terug te dringen. Soms is er haast, omdat de aardgasleidingen aan vervanging toe zijn. Of zijn de huizen moeilijk aan te pakken, zoals in Terheijden. „Maar als het enigszins kan, vind ik dat je toch moet isoleren. Dan maak je een echt toekomstbestendig warmtesysteem.”